Waarheidsvinding

2013-04-06
  • Jaargang 57
  • nummer 7
Simson schotelt zijn bruiloftsgasten een mysterie voor: ‘Het is sterk en het verslindt altijd, nu biedt het een maal van zoetigheid’ (Rechters 14:14). Daarmee moeten ze het doen. Simson voegt er geen aanwijzingen aan toe; zoek het maar uit. Als ze de oplossing niet kunnen vinden, hebben de bruiloftsgasten hun eigen manier om het goede antwoord te ‘raden’.
Dat kan ook anders. Ik kijk graag naar Britse detectiveseries.
Een brute moord in een lieflijk dorpje op het Engelse platteland die vervolgens door een vasthoudende politiespeurneus wordt opgelost, mag zich in mijn interesse verheugen. Lewis, George Gently, Midsomer Murders en Inspector Lynley staan hoog genoteerd op mijn kijklijst.
De uitdaging is om er tijdens het kijken zelf achter te komen wie de gruwelijke misdaad begaan heeft. De informatie daarvoor wordt echter mondjesmaat prijsgegeven, zodat mijn ogen tot het eind van de episode aan de televisie vastgeplakt zijn. Achter de moord blijkt een complex van verwikkelingen te zitten. De contouren van de uitkomst tekenen zich pas af in de laatste fase van het verhaal. Om met Johan Cruyff te spreken: je gaat het pas zien als je het doorhebt. Op het moment dat de detective ternauwernood verhindert dat er een volgend slachtoffer valt en de schurk inrekent, vallen alle puzzelstukjes op hun plaats.

Stel, je gaat er eens lekker voor zitten om naar een nieuwe episode van je favoriete detective te kijken. Op het scherm loopt een vrouw door een kamer. Ze pakt een boek op.
Het blijkt een oud dagboek van haar zus te zijn. Al bladerend vertelt de vrouw: ‘Ik had een dochter. Jaren geleden, toen ze logeerde bij mijn zus en haar man, is ze overleden.
Ik was op reis door Azië en bij terugkomst zei mijn zus dat Susan – toen vijf jaar oud – bezweken was aan een korte, hevige ziekte. Ik heb dat nooit geloofd.’ Onlangs zijn haar zus en zwager overleden en nu doorzoekt de vrouw hun huis om achter de waarheid te komen.
Ze heeft ook een detective ingehuurd. In het dagboek valt haar oog op het volgende: ’28 juli 1962 (zaterdag): Met Graham en Susan naar de kust. S. van een rotswand gegleden.
Hoofd- en beenwonden, bloed, konden haar niet bereiken, schreeuwde het uit van de pijn.’ De vrouw barst in tranen uit. ‘Zie je wel, ik wist het!’ roept ze uit. De bel gaat. Huilend opent ze de deur voor de detective en zijn rechterhand. Verbaasd staar je naar de televisie. In een paar minuten wordt je een heerlijke detectiveavond ontnomen, doordat als eerste de oplossing van het mysterie getoond wordt. Een afknapper (hoewel Simsons bruiloftsgasten met zo’n aanpak blij zouden zijn geweest).

Een mysterie is per definitie moeilijk te doorgronden, maar soms is er slechts één moment voor nodig waarop in een flits alles doorzien wordt.
Petrus, Johannes en andere leerlingen zijn aan het vissen (Johannes 21). Vanaf de oever geeft iemand hun een instructie die een grote visvangst tot gevolg heeft. Dan valt het kwartje en trekken de mistflarden op. De Opgestane wordt herkend. ‘De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: Het is de Heer!’ (Johannes 21:7).

Drs. Jan Smit is lid van de NGK Rotterdam-Overschie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief