Tradities vol kracht
2013-04-06
Wereldwijd is er toenemende interesse voor spiritualiteit en kiezen steeds meer mensen voor een retraite in een klooster. In dit artikel wil ik stilstaan bij twee dingen: wat is het dat zovelen aantrekt in de benedictijnse spiritualiteit en wat kunnen we leren – en wellicht toepassen in onze eigen samenkomsten – van de vieringen in het klooster?- Jaargang 57
- nummer 7
Ik ben sinds 2004 lid van de NGK en was daarvoor aangesloten bij een evangelische gemeente. Ik heb vanuit een gereformeerde opvoeding een wat sceptische houding meegekregen tegenover het katholicisme. Hoe wonderlijk is het om dan juist in de tradities van het klooster een rust te vinden die kerkmuren overstijgt.
Afgelopen februari was ik drie dagen te gast in de benedictijnse Sint-Adelbertabdij van Egmond-Binnen. Zes keer per dag was ik aanwezig bij de diensten van de monniken. Tijdens mijn verblijf maakte ik onder meer de bijzondere ceremonie van Aswoensdag mee, die het begin inluidt van de veertigdagentijd voor Pasen. Het ceremonieel in deze viering maakte onverwacht diepe indruk op me.
Kleinste
Onze maatschappij vraagt van ons dat we in staat zijn voortdurend en ad hoc keuzes te maken en dat we permanent bereikbaar zijn via alle moderne media. Daarnaast is er de ‘drive’ om zo veel mogelijk uit het leven te halen.
Het woord ‘uitdaging’ is een hol begrip geworden: het staat voor meer, beter, groter. Dat multitasken tot betere prestaties leidt, is inmiddels gelukkig een achterhaald idee.
In het benedictijnse leven staan aandacht, eenvoud en rituelen centraal. In het klooster is het ritme van bidden, luisteren en werken gericht op groei, (persoonlijke) ontwikkeling en geluk.
Onhaalbaar? Nee, de benedictijnse praktijk is juist heel ‘down to earth’ en toe te passen in de kleinste, meest alledaagse dingen. Al is het allerminst eenvoudig om deze levensstijl aan te leren.
De benedictijnen leggen bij intreding in het klooster drie geloften af. Zij beloven te leven volgens de ‘stabilitas’, de ‘conversio morum’ en de ‘obedientia’.
Je kan deze geloften ook grondhoudingen noemen: ze geven richting voor een manier van leven en een manier van omgaan met elkaar.
De ‘stabilitas’ (volharding, kiezen en daarbij blijven) geeft rust en stabiliteit,
omdat het duidelijk maakt waar jouw commitment ligt. Ervaar je onrust in je dagelijks leven, dan kan het een mooie eerste stap zijn om helder te krijgen waar je prioriteit ligt, om te onderzoeken of je nog wel leeft volgens wat jij werkelijk van waarde vindt. Zonder commitment uit het hart kan het gevoel ontstaan dat je ‘geleefd wordt’ in plaats van dat jij zelf de regie behoudt over de besteding van je tijd en energie.
De ‘conversio morum’ (dagelijks verbeteren van gewoontes of levensstijl) is een vorm van blijmoedigheid. Deze houding veronderstelt een proces waarin je dagelijks opnieuw durft te beginnen. Het vraagt zowel acceptatie als overgave: aan het einde van de dag tevreden zijn met wat goed ging, maar ook accepteren waarin je faalde.
Tegelijk is het het tegenovergestelde van neerslachtigheid. De conversio vraagt om te blijven proberen, met de volharding die gegrond is in de stabilitas.
Falen is niet erg, opgeven om het opnieuw te proberen wel.
De ‘obedientia’ (van harte luisteren en daadwerkelijk respons geven) vraagt om bereidwillig luisteren, om te leven vanuit aandacht voor en gehoor aan datgene wat een appèl op je doet. Maar dan wel binnen duidelijke kaders.
Deze ‘gehoorzaamheid’ kan alleen op een gezonde manier in praktijk worden gebracht binnen de helderheid van wie je wilt ‘dienen’. De benedictijnen beloven gehoorzaamheid aan God, de Bijbel, de Regel van Benedictus en de abt, en trouw in het luisteren en omzien naar elkaar.
Tegenhanger
De kracht van deze drie geloften is dat ze zijn toe te passen in alle kleine, dagelijkse dingen. Velen van ons leven een jachtig leven vol prikkels, wat resulteert in een constant haastgevoel of zelfs het ervaren van een voortdurend tekortschieten. Er is altijd meer dat gedaan zou moeten worden. Het mooie van de benedictijnse spiritualiteit is dat deze holistisch is: gericht op een leven uit één stuk, zonder scherpe scheidslijn tussen het wereldse en het geestelijke.
Een heel eenvoudig maar ook moeilijk principe is: ‘anything worth doing, is worth doing well’. Een mooiere tegenhanger van onze gefragmentariseerde samenleving zou ik niet kunnen noemen.
De benedictijnen belijden en beoefenen het principe dat álles een kans biedt om Gods lof te bezingen. Om het met de Bijbel te zeggen: ‘want zo doet u alles tot eer van God’ (1 Petrus 4:11).
Het doel van het benedictijnse leven is om tot resultaat te komen, om in je leven daar te komen waar je werkelijk wilt zijn (zingeving, roeping).
De benedictijnse levensstijl kan helpen om in contact te blijven met je ziel, je bewust te zijn van het ‘ritme van een dag’. Het is een manier van leven waarbij je daadwerkelijk kunt leren los te laten, maar die je ook in staat stelt te oefenen om zonder mopperen de meest vervelende routinematige klusjes te doen, ‘als ware het voor de HEER’. De kracht van de benedictijnse regels zit in hun eenvoud; je kunt er op ieder moment mee beginnen. De moeilijkheid zit in de volharding!
Verademing
In het kerkelijke leven kan het erg mis gaan als we elkaar niet begrijpen en niet weten te vinden. Verlangen naar vernieuwing en liefde voor tradities kunnen elkaar verstikken en de aandacht afleiden van de reden waarom we eigenlijk bij elkaar komen als gemeente. Maar is het niet mogelijk om juist in de omgang met elkaar te oefenen in het loslaten van ons eigen ‘ego’, in het van harte en aandachtig naar elkaar luisteren en in het met zorg en aandacht naast de ander staan? Is het niet mogelijk om God te danken voor wat ons aanspreekt in het kerkelijke leven, maar Hem tegelijkertijd vol geloof en verwachting te bidden om datgene waarnaar we verlangen?
Ik durf de stelling aan dat we van de toenemende interesse in de spiritualiteit van het kloosterleven kunnen leren dat vernieuwing en traditie heel goed samen kunnen gaan. Misschien geeft die combinatie juist wel de balans die we in ons persoonlijke maar ook kerkelijke leven nodig hebben.
Hoe komt het dat een niet-gelovige, succesvolle zakenman in het klooster met overtuiging mee buigt en mee mompelt in het ritme van gregoriaans gezang, en dit als een ‘verademing’ ervaart? Blijkbaar is het ceremonieel in het kloosterleven zo krachtig dat zelfs personen die zonder God en Bijbel zijn opgegroeid, ontroerd raken door wat zij in het klooster vinden.
Orde en flexibiliteit
Wat kunnen we hiervan leren met het oog op onze eigen samenkomsten?
Bijvoorbeeld dat we God bij het altaar mogen zoeken, zoals we in onder meer de psalmen kunnen lezen. De vertaling van Psalm 26 uit Psalmen voor Nu geeft in mijn beleving een prachtige beschrijving: ‘Bij uw altaar zoek ik U. Want U moet het weten HEER, hoe ik U bewonder, zoveel houd ik van uw huis, van uw aardse woonplaats, van uw heilig onderkomen.’ De NBV vertaalt dit zo: ‘Ik zal een rondgang maken om uw altaar, HEER, om een loflied aan te heffen en van uw wonderen te verhalen.’ In de kapel van een klooster vormt het altaar duidelijk het centrale element.
Het altaar is een plek waar we ons met God mogen verzoenen, waar we rust mogen vinden in zijn aanwezigheid en waar we zijn woord van troost en bemoediging vinden.
Welke plaats neemt het altaar in tijdens onze samenkomsten of in ons persoonlijke leven? In een kerkdienst kan een ‘altaar’ in mijn beleving ook zonder letterlijke altaarplaats worden vormgegeven, door symbolisch duidelijk te maken wat God voor ons heeft gedaan. Kom in beweging door naar voren te lopen om het brood en de wijn in ontvangst te nemen bij een avondmaalsviering of sta letterlijk stil bij het kruis om Gods genade te overdenken.
Buig of kniel uit respect en liefde voor wat Jezus voor ons heeft gedaan. Maak ruimte voor kunst of creativiteit die erop gericht is God centraal te stellen. Plan een zangblok in zonder onderbreking, waardoor rust en ruimte ontstaan voor concentratie en overgave, om zo God te aanbidden en zijn aanwezigheid te doorvoelen. Of denk aan het aansteken van een kaars als teken van Gods nooit dovende liefde voor ons, of het creëren van stilte om de aandacht te richten op God en niet op het ‘uitwendige’.
Het zijn veel verschillende vormen, maar juist van het klooster mogen we leren dat orde (vaste liturgie) en flexibiliteit (afwijken als dat tot opbouw dient) uiterst vruchtbaar samen kunnen gaan.
Als ik probeer te beschrijven waarom ik me thuis voel bij evangelischen, gereformeerden én katholieken, moet ik denken aan de woorden van John Piper uit zijn boek Toekomstige genade: ‘God wordt het meest in ons verheerlijkt als we het meest tevreden zijn in Hem!’ Die woorden geven dat heel krachtig weer!
Evelien van Duffelen is lid van de NGK Amersfoort-Noord en werkzaam als professional organizer. Ze geeft daarnaast trainingen over omgaan met tijd en keuzes, gebaseerd op de benedictijnse levensregels. Zie voor meer informatie www.finiz.nl.