Doorgaande revolutie

2013-04-06
  • Jaargang 57
  • nummer 7
Het nieuwe boek van dr. Gerard Dekker, De doorgaande revolutie, heeft nogal wat reacties opgeroepen.
De titel is een woordspeling op ‘de doorgaande reformatie’, een adagium dat tientallen jaren opgeld deed in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
Juist over die kerken gaat dit boek.
De centrale stelling dateert eigenlijk al van een kleine 20 jaar geleden, toen Dekker op een symposium over 50 jaar Vrijmaking voorspelde dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt op termijn de grote zus, de Gereformeerde Kerken in Nederland (‘de synodalen’), achterna zouden gaan. En nu is er dus dit boek, overigens gebaseerd op beperkt onderzoek (terecht is opgemerkt dat de betekenis ervan daardoor wel beperkt wordt).

In het Christelijk Weekblad van 8 maart schrijft Ineke Evink over dit boek. Zij merkt onder meer op:

Niet alle zaken lenen zich () even goed voor een vergelijking tussen de GKN en de GKv. Maar dat geldt wel voor bijvoorbeeld de veranderde positie van de vrouw.
Veranderingen in de kerken gaan vaak geruisloos. “Eerst wordt iets op grond van de Bijbel goed- of afgekeurd, zoals bijvoorbeeld homoseksualiteit.
Later komt het gewoon niet meer ter sprake en moeten de grote woorden feitelijk worden ingetrokken.
Zelden gebeurt dat openlijk, hooguit zegt een synode dat men de Bijbel anders is gaan lezen.” Voor iets dergelijks staan nu de GKv.
Er ligt straks een voorstel ter tafel op de synode die het diakenambt openstelt voor vrouwen, hoewel in 1993, bij de invoering van het stemrecht van vrouwen in de kerk, nog uitdrukkelijk werd gesteld dat dit niet betekende dat over een tijd ook de ambten voor hen zouden worden opengesteld. “Er gaan nu al stemmen op die zeggen dat alleen het ambt van diaken voor hen openstellen niet ver genoeg gaat”, zegt Dekker.
“Qua tendensen gebeurt dus hetzelfde als in de GKN en op zich is dat niet verwonderlijk. Gereformeerden, Kuyperiaans als ze waren, zijn altijd georiënteerd geweest op de samenleving.
Dan houdt je op den duur de ontwikkelingen die zich daar voordoen in de kerk ook niet meer tegen. () Als je zes dagen per week met twee voeten in de samenleving staat, kun je dat de zevende dag niet negeren.”

In het Christelijke Gereformeerde blad De Wekker (15 maart) is het J.A. Voorthuijzen die de lezer duidelijk maakt dat de beperkte insteek van het boek van Dekker niet betekent dat je het dus gerust terzijde kunt leggen:

Daarvoor zijn een aantal van de ontwikkelingen die hij signaleert te serieus.
Naast de () ontwikkeling van het ledenaantal neemt Dekker onder meer het volgende waar:
• De GKv maken een vergelijkbare ontwikkeling door als de sGK als het gaat om ethische kwesties als huwelijk, echtscheiding en samenwonen.
• Evenals in de sGK destijds neemt ook in de GKv het kerkbezoek af en staat de tweede dienst onder druk.
• De verscheidenheid in de vormgeving van het plaatselijke kerkelijke leven en de inrichting van de kerkdiensten is de laatste jaren binnen de GKv sterk toegenomen.
• De GKv kennen geen leerkwesties zoals de sGK, maar ook binnen de GKv ontstaat het gevoel dat de Bijbel anders benaderd en gelezen wordt.
Als Dekker ten slotte het geheel overziet, dan “lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat over het algemeen genomen de veranderingen die binnen de GKv plaatsvinden veranderingen zijn die in dezelfde richting wijzen als de veranderingen die in een eerder stadium binnen de sGK plaatsvonden.
In die zin maken de GKv een ontwikkeling door die parallel is aan de ontwikkeling die de sGK in het verleden hebben doorgemaakt”.

Vervolgens stelt Voorthuijzen de vraag:

Verschillen wij als CGK van de GKv?
In de periode tot 1990 was het beeld dat de CGK op een aantal terreinen (maatschappelijk, ethisch, visie op de Schrift) voor de GKv uit gingen. Dekker typeert tijdens zijn boekpresentatie de CGK tot 1990 als de orthodoxe proeftuin. Die rol lijkt nu overgenomen te zijn door de GKv. Maar dat betekent niet dat de genoemde ontwikkelingen binnen de GKv ons als CGK totaal voorbij gaan. En hebben we hier al een werkend medicijn tegen ontdekt?
De verzuchting van Koert van Bekkum dat het boek van Dekker fatalistisch overkomt, begrijp ik. Het lijkt erop dat alle kerken, als treintjes achter elkaar, over één en hetzelfde spoor (moeten) rijden. De één vertrekt wat eerder en de ander wat later. En soms haalt de ene de andere in. () De echte vraag die ons bezig moet houden is of we het geloof weten te behouden, of we Jezus Christus kennen en volgen, persoonlijk, als kerk en als kerkverband. () Laten we die vraag allereerst aan onszelf stellen, voordat we de ander de maat nemen.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief