Waar gaan we heen? (2 - slot)
1973-12-07
• De tekenen- Jaargang 17
- nummer 45
Toch heeft de HERE ons niet onkundig gelaten. Want er is een bepaalde tijd en een bepaalde orde van gebeurtenissen vastgesteld.
Het goddelijk moeten bepaalt de feiten.
De gemeente kan bepaalde gebeurtenissen signaleren, opmerken.
Er zijn aanwijzingen die de nabijheid van die dag aangeven.
In Rom. 11 wordt ons getekend de toekomst van Israël. De volheid der heidenen moet er zijn.
Dan zal gans Israël behouden worden.
De prediking van het evangelie aan alle volken en de jongste dag hangen ook samen. Ieder moet geconfronteerd worden met Christus.
Ieder moet de keuze doen ten aanzien van het werk van God tot verlossing van deze we
reld. Daar komt nog meer bij: de onrust in de volkerenwereld zal toenemen. En niet alleen de onrust.
Ook zal groter worden en tot bijna onmenselijke afmetingen groeien: de wetteloosheid van de mensen.
En daarmee gepaard gaat de verschijning van de mens der zonde.
•II Thess. 2
Daarover spreekt Paulus in de tweede brief aan Thessalonika.
Hij zegt: "Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; wacht slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren, dien de Here (Jezus) zal doden met de adem van zijn mond en machteloos zal maken door zijn verschijning als Hij komt.
Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedriegelijke wonderen en met allerlei verlokkende ongerechtigheid voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid."
(H Thess. 2: 7-12).
In dat vlak wordt de laatste strijd gestreden. De zonde zal zich ophopen, de wetteloosheid zich concentreren in die éne mens. Hij wordt de grote opponent van Christus, de tegen-christus, de anti-christ. Nu wordt hij nog tegengehouden door Goddelijk bestel.
Nog worden de deuren van de kooi niet geopend.
Maar het mysterie het geheimenis der wetteloosheid werkt nu al. Het werkt in mensen.
Daarna komt de mens der zonde: zijn komst is met leugenachtige tekenen omringd. Hij doet wonderen die de mensen op de weg van het verderf zullen laten voortgaan. Neen, die mensen zijn geen willoze slachtoffers. Want dat ze de leugen niet doorzien, komt omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen. Daarom zijn ze overgegeven aan hun eigen dwaasheid!
Toen ze eenmaal op die weg waren, toen is de kracht der dwaling er bij gekomen. Die voerde tot de consequenties.
Ze kunnen niet meer onderscheiden wat de waarheid is.
Want ze hebben de liefde tot de waarheid verworpen.
Dat is de reden, de oorzaak dat ze vallen voor zijn wonderen.
(Vergelijk ook Openb. 13: 11 vv en o.a. het getal van het beest: 666).
Dat is de grote afval. Die werking is nu al begonnen, zegt Paulus.
Die moet U dus zoeken in de weerstand tegen het evangelie.
In het niet willen aanvaarden van wat God zegt, in het verwerpen van de liefde tot de waarheid, in het negeren van Gods Woord.
Laat U dus vandaag niet brengen op leugen-wegen.
Want dáár werkt straks naar Gods rechtvaardig oordeel de geest der dwaling.
Wij hebben toch het profetische woord dat zeer vast is.
Gij doet goed er acht op te geven.
U niet door allerlei drijvers en dwaalgeesten te laten verleiden.
Dan openbaart zich steeds meer de vijandschap tegen het evangelie, de blijde boodschap van verlossing en vergeving, tegen de Christus. Die kun je zien in een duidelijke en brute vijandschap die tot vervolging leidt.
Maar die kun je ook opmerken in een geraffineerde, al of niet opzettelijk, in de verfijnde vertekening van Christus, zoals die in onze dagen plaatsvindt.
Onherkenbaar vertekend wordt Christus der Schriften. Hij is niet meer de bijbelse Christus, niet meer de Koning, de Verlosser, de Verzoener, de Redder.
• De verschijning (de paroesie)
Aan de verleiding van de mens der wetteloosheid zal de komende Christus een einde maken.
Hij zal hem verdoen met de adem van zijn mond.
Dan scheuren de hemelen, dan worden de wolken wit, ze dragen Hem die komt. Hij verschijnt in volle glorie, engelen met Hem.
Het werk wordt voltooid.
Er zijn mensen die ons willen laten geloven dat de geschiedenis langzaam, maar zeker omhooggestuwd wordt. Dat door ónze menselijke inspanning een hemel op aarde werkelijkheid kan worden.
Zoals de aarde en de mensen eens zijn ontstaan door eeuwenlange evolutie, ontwikkeling van lager naar hoger, zo zal ook het einde zijn: wij zullen eens de tegenstellingen overwinnen, de dood en de ziekte en de ellende zullen wij de baas worden en zo, onszelf evoluerende, zal de volmaakte wereld komen.
God zegt het anders. Christus zal komen in grote majesteit op de wolken van de hemel. Ieder zal Hem zien.
Ook die Hem doorstoken hebben.
De man, die de wereld oordelen zal.
De Rechter OP de troon.
Hij zal scheiding maken.
Geborgen zullen zijn, vrijgesproken zullen worden allen die in Hem begrepen waren, die voor Hem hebben geknield. Maar allen die de waarheid hebben veracht, die het evangelie hebben verworpen, zullen geoordeeld worden.
Het zaad der vrouw zal behouden zijn.
Paulus kent geen dieper uitdrukking om het heil te tekenen dan deze: "zo zullen wij altijd met de Here zijn."
Daarmee mag de kerk zich troosten.
De strijd is beslecht.
Dat zegt de bijbel met de apocalypische beelden van de Openbaring.
Dat zegt de bijbel ook met de woorden van Rom. 16: 20: "De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden."
U hoort de vervulling van Gods woord uit Gen. 3 : 15: Het zaad der vrouw zal U de kop vermorzelen. '# Onder uw voeten vertreden.
Dat is de voleinding.
Geweldige woorden gebruikt de bijbel voor wat er dan zal zijn: Dan zullen wij met Christus zijn, die voor ons leed en stierf. Wij zullen met Hem leven, met Hem heersen, met Hem verheerlijkt worden, mede-erfgenamen zijn van Christus, een erfdeel hebben in het licht, in het koninkrijk van Christus.
En Hij zal het rijk overgeven aan de Vader.
Dan kan de wereld weer een paradijs zijn.
Dan dragen de bergen vrede en de heuvels heilig recht.
Omdat de strijd beslecht is, zullen alle tranen gedroogd worden en zal overal vrede zijn, eindeloze vrede.
God woont bij de mensen.
• De roeping der gemeente
Dat ligt voor ons. Dat staat voor de deur. Het is nabij.
We zien het in de tekenen.
En daarom mogen en moeten we zo leven: op weg zijn, een pelgrimerende kerk, een kerk, die aan het venster staat en uitziet over de wereld, de geesten proeft en op de wolken let.
De liefde tot de waarheid, die God ons geven wil, aannemen.
Ons niet laten leiden op een weg der dwaling.
Met name onze dagen zijn vol van mensen die menen het gevonden te hebben.
Die ons nu eindelijk eens zullen vertellen wie de Christus is.
De Heiland zelf waarschuwde daar al voor. In de dagen die komen zal men roepen: Hier is de Christus. Daar is Hij. Gaat niet uit. Gelooft het niet.
Geestdrijvers komen ook in onze dagen naar voren.
Als de liefde tot de waarheid taant.
Houdt de ogen open. Gelooft niet iedere geest, maar beproeft ze.
Wonderlijk is het: als het N.T. over die gespannen verwachting spreekt, dat grote gebeuren, die nabije toekomst, dan klinkt direct daarachter de waarschuwing.
Weest nuchter 1:11 waakt!
Dat betekent: wordt vervuld met de Heilige Geest.
Weest heilig en onberispelijk.
Als uw Heer nog toeft te komen, weest dan getrouwen begint niet uw mededienstknechten te slaan en uit het huis te gooien.
Wie Hem liefhebben en verwachten zullen naast elkaar staan.
Zo worden onze harten gesterkt omdat de komst van de Here nabij is.
Weest bereid en klaar. Nooit is het weten dat de Here nabij is reden om zenuwachtig of bang te worden. Het is motief om nuchter te zijn en de gezonde leer te bewaren.
Elke dag getrouw je werk doen.
Maar de vensters opengehouden naar het Jeruzalem dat komt.
Met gescherpte ogen de wereld bezien en toch de Heer verwachten, meer dan wachters op de morgen.
"Want de tijd is kort: tenslotte, laten zij die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw; die wenen, als weenden zij niet; die blijde zijn, als waren zij niet blijde; die kopen als zouden zij er niets van behouden; die van de wereld gebruik maken, als zouden zij haar niet ten einde toe gebruiken.
Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen. (I Cor. 7: 29-31).
Dan is alles volbracht.
Na het eerste woord: aldus werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer (Gen. 2: 1) is er een tweede gevolgd op Golgotha, met kracht uitgeroepen: Het is volbracht. (Joh. 19: 30).
Daarom zal het derde komen: het woord uit Gen. 3: 15 zal volbracht worden.
De aarde weer voor God.
De mensen voor God.
Mijn hart en leven voor God.
Weest daarom onbeweeglijk, standvastig, altijd overvloedig in het werk des Heren, omdat het niet voor niets is.
Niet ijdel.
Weest nuchter en waakt!
En bidt.
Bidt, ook dit:
Heer, duurt het lang nog voor Gij wederkomt?
Leer ons als kinderen uw komst verwachten.
die op hun vingertjes de dagen en de nachten aftellen, wanneer Vader komt!
Leer ons als kinderen verwachten, Heer,
uw komst, die, hoé ook in hun spel gevangen,
beluisteren met een diep en sterk verlangen,
de eerste stap van Vader, als Hij komt!
(Berendien -Meijer-Schuiling)