Nog eens: de Opleiding
1973-12-14
Wanneer we over de opleiding tot de dienst des Woords spreken dan is de belangrijkste vraag die daarbij gesteld moet worden deze: Wat is het doel daarvan en welke inhoud heeft die. Het is vooral in onze tijd van het hoogste belang zich daarvan goed rekenschap te geven. En dat niet maar theoretisch maar vooral in de praktijk van de opleiding.- Jaargang 17
- nummer 46
Calvijn zei daarvan indertijd een paar dingen die nog volop actueel zijn en dat ook zullen blijven tot de jongste dag! Hij betoogde namelijk dat voor een predikant vooral twee dingen nodig zijn. In de eerste plaats een grondige kennis van de Heilige Schrift, ook en vooral in de grondtalen. En in de tweede plaats het vermogen om duidelijk, concreet, éénvoudig en indringend te verkondigen wat God in zijn Woord tot de gemeente zegt.
Het is altijd de grote verzoeking van kerk en theologie geweest om op wat voor manier ook over de Schrift te gaan heersen. De kerkgeschiedenis biedt ons een ontstellend panorama van theologieën waarin menselijke wijsheid - bijv. de filosofie van de gnostiek, Plato, Aristoteles, Descartes, Kant Hegel, en, later van existentialistische, historistische, Marxistische, evolutionistische filosofieën - op een of andere manier met de wijsheid der Schrift werd vermengd! Waarbij de laatste altijd het slachtoffer werd!
Daarom is het nodig er diep van doordrongen te zijn de beoefening van de theologische wetenschap nooit een ander doel kan en mag gesteld worden dan dienstbaar te zijn aan het verstaan van de Heilige Schrift, het levende Woord van de levende God. Ze kan en mag en moet hulpdienst verrichten met het oog op het verstaan van dat Woord. Maar we moeten daarbij steeds goed voor ogen houden dat de praktische geloofskennis van het Woord van God in waarde en betekenis vér uitgaat boven alle wetenschappelijke kennis. Wetenschappelijke dogmatiek b.v. blijft bij die praktische, wil men "naïeve" geloofskennis verre ten achter. En 't is een ramp voor de kerk als die geloofskennis - die het leven is verward wordt met wetenschappelijke dogmatiek! Dan komt het intellectualisme met volle kracht het leven des geloofs en daardoor de kerk verwoesten.
Wetenschappelijke kennis heeft altijd een moment .van onzekerheid in zich. Maar de praktische geloofskennis is een vaste grond van de dingen die men hoopt en een bewijs van zaken die men niet ziet (Hebr. 11: 1). Het geloof in het Woord van God wordt gekenmerkt door een, eigen rotsvast weten. Daarvan spreekt de Schrift overal. Wij weten, schrijft Johannes, dat wij zijn overgegaan van de dood naar het leven (1 Joh. 3 : 14). Wij weten dat de Zoon van God is gekomen en ons inzicht heeft gegeven om de Waarachtige te kennen (1 Joh. 5 : 22). Wij weten dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou vergeven (1 Joh. 3: 5). Wij weten dat wij een gebouw van God hebben, me, met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen (1 Kor. 5 : 1).
We weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen zijn, want we zullen Hem zien, gelijk Hij is (1 Joh. 3 : 2).
De "wetenschap" waarvan in deze Schriftwoorden sprake is gaat alle wetenschappelijke kennis in vastheid, in waarde, in vrucht oneindig ver te boven!
Dit inzicht in de unieke, de boven alle andere kennis uitgaande vastheid, waarde en vrucht van deze geloofskennis is een inzicht waardoor de Commissie zich in al haar arbeid liet leiden en waarvan ook de Apeldoornse broeders ten volle doordrongen zijn.