De menselijke kant van de recente kerkgeschiedenis

2005-06-17
  • Jaargang 49
  • nummer 12
In de slotbeschouwing van 'Vuur en vlam' schrijft redactielid Roel Kuiper dat de taxaties van wat er gebeurd is in de jaren zestig in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt ongeloofwaardig zijn gebleken. Ze hebben onvoldoende recht gedaan aan wat er in de weg van de menselijke verantwoordelijkheid is gebeurd en is misgegaan.
Daarom blijft de geschiedenis zich melden in onverwerkte vragen.

Het is duidelijk dat de bundel Vuur en vlam die menselijke verantwoordelijkheid meer wil betrekken in de taxatie van het verleden. Dat zal misschien een van de redenen zijn dat de lezer enigszins duizelig achterblijft na het lezen van 386 pagina’s vrijgemaakt/ nederlands gereformeerde kerkgeschiedenis. Aandacht voor die menselijke kant van de zaak betekent ook een veelvoud aan minder en nog minder verheffende verhalen.

Zeven
De redactie heeft gekozen voor een zevental opstellen over mensen, die een rol hebben gespeeld in de tijd van de Vrijmaking en daarna (D. van Dijk, C. Vonk, P. Groen, C. Veenhof, P. Jongeling, R.H. Bremmer, H.R. Rookmaaker).
Het is bijna niet te doen om deze portretten onder één noemer te brengen, omdat het over zulke verschillende figuren gaat. Je zou alleen kunnen zeggen dat de turbulente geschiedenis aan de hand van al deze opstellen echt tot leven komt. En dan dus ook in de verscheidenheid die bij deze verzameling kopstukken hoort.

Menselijk
De menselijke kant van de kerkelijke ontwikkelingen komt telkens weer naar voren. Misschien wel even het sterkst in het opstel van G. van den Brink over C. Veenhof. Aan het eind schrijft hij over de tragiek die ligt over het leven van Kees Veenhof die zijn loopbaan nog juist begon in de tijd van de mannenbroeders, de tijd dat de gereformeerde kerken nog bijna een miljoen leden had. Veenhof werd, zo schrijft van den Brink, 'weggeschoven naar een kerkverbandje van minder dan 100.000 zielen en 25 jaar daarna naar een kerkverbandje dat getalsmatig bijna een sekte leek: nog geen 30.000 zielen'. Van den Brink brengt dan vervolgens weer het nodige evenwicht door te laten zien hoe Veenhof dit gelovig gedragen heeft als navolging van Christus.

Liturgie
Na deze ‘parade der mannenbroeders’ wordt de bundel vervolgd met een schets van de liturgische ontwikkelingen in de GKV en de NGK. Deze schets eindigt met de conclusie dat ook in de GKV meer aandacht is gekomen voor de menselijke beleving en een grote gevarieerdheid in liturgische vormen.
De auteur van dit artikel, J. Smelik, schrijft dat het naar zijn oordeel een groot verlies zou betekenen wanneer de vrijgemaakte kerken na verloop

Hoogtepunt
Een van de hoogtepunten van de bundel is het dubbelinterview aan het eind met H. de Jong en J. Kamphuis.
Dit gesprek weerspiegelt de verschillende taxaties die er van het verleden zijn. Ondanks de goede sfeer waarin het gesprek gevoerd is, merk je duidelijk dat deze gesprekspartners – ook na al die jaren – verschillend in het kerkelijk leven en de kerkelijke traditie staan.

Menselijk
De bundel begint met interviews met een aantal willekeurig gekozen kerkleden. De opzet daarvan is een beeld te schetsen van de huidige generatie vrijgemaakten (en ex-vrijgemaakten), zestig jaar na de Vrijmaking in 1944.
Daarin staat de menselijke kant van de geschiedenis volledig centraal: het gaat om de beleving van kerk en geloof. Wat daarin telkens terugkeert is de vaststelling dat de vertrouwde kaders grotendeels verdwenen zijn in de laatste jaren. Dat dit proces nog in beweging is, blijkt wel uit de verschillen in waardering daarvan. Wat gebleven is, zo constateert interviewer Agnes Amelink, is grote betrokkenheid en bewogenheid wat betreft het geloof en kerkelijke trouw.
Overigens wordt in dit interviewgedeelte van de bundel ook geconstateerd hoe opmerkelijk het gebrek is aan kennis van de recente kerkgeschiedenis.
Vooral de kennis van de breuk in de jaren zestig en het ontstaan van de NGK. Wat dat betreft wordt met deze bundel meteen ingegaan op deze ontwikkeling van een vervagend verleden. Positief is dat daarbij gezocht wordt naar een taxatie waarbij de betrokken mensen in hun menselijke verantwoordelijkheid zelf in beeld komen. Want dat geeft de aansluiting bij het heden waarin dat turbulente verleden per definitie doorwerkt.

L. van Baardewijk, Loosdrecht N.a.v. R. Kuiper, W. Bouwman (red.), 'Vuur en vlam (deel 3). Kinderen van de Vrijmaking', Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam, 2004, 386 p., 27,50.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief