Prof. Kamphuis over de Gereformeerde Gezindte
1973-12-21
Op een gezamenlijke vergadering van verontruste geref. en vrijgemaakt-geref. predikanten heeft prof. Kamphuis zich zeer kritisch uitgelaten over de gereformeerde gezindte.- Jaargang 17
- nummer 47
Tot die gereformeerde gezindte behoren, aldus Kamphuis, de mensen die gereformeerd gezind zijn Kinderen kunnen daartoe niet behoren, omdat ze nog geen gezindheid hebben. Daarmee is de term dan ook veroordeeld, want zeis dopers en niet verbondsmatig gereformeerd.
Het subjectieve' element, het gezind zijn, de persoonlijke overtuiging is beslissend voor het erbij behoren.
Ik ga ervan uit, dat het pers verslag juist is. In elk geval klopt het wel met de "dus-dus" stijl van prof. Kamphuis.
Het komt mij voor, dat prof. Kamphuis het karakter van de gereformeerde gezindte toch wel wat te kort doet, als hij stelt, dat dit puur een zaak is van persoonlijke, subjectieve overtuiging.
Prof. Kamphuis, en dat is de grondfout in zijn betoog, onderscheid onvoldoende gezindte en gezindheid.
Nu is het waar, dat Groen van Prinsterer deze termen door elkaar gebruikte als synoniemen.
Hij bedoelde dan echter daarmee, wat wij nu gezindte noemen en niet wat wij nu onder gezindheid verstaan.
In "Bene Meritus" heeft dr Verplanke daar indertijd een artikel over geschreven en ik wilde daar enkele punten uit aanhalen.
De oudste betekenis van het woord gezindheid is denkwijze, overtuiging.
In de 17e eeuw is deze algemene betekenis echter verdrongen door de bijzondere toepassing op het kerkelijk geloof. Gezindheid werd de vaste term zowel voor de geloofsleer als de gemeenschap der gelovigen.
Naast het woord gezindheid werd echter ook het woord gezindte gebruikt voor de gemeenschap der gelovigen.
Op den duur echter werd om deze zaken beter te onderscheiden, gezindheid het woord voor iemands denkwijze en overtuiging en kreeg gezindte de uitsluitende betekenis van gemeenschap van gelovigen.
Wanneer prof. Kamphuis nu weer gezindte en gezindheid als synoniemen door elkaar gebruikt, hanteert hij een voor deze tijd niet gangbare interpretatie van deze woorden.
En daarmee is het fundament voor zijn betoog, verdwenen.
De beschuldigingen van dopers, en subjectief zijn slagen in de lucht.
De gereformeerde gezindte, en nu citeer ik dr Verplanke vrijwel letterlijk, moet worden verstaan als een calvinistische stroming, die van het sola fide uit de absolute souvereiniteit van God belijdt en van het sola scriptura uit om de ere Gods worstelt en van het sola gratia uit haar geloofszekerheid vindt in Gods verkiezing.
De gereformeerde gezindte kan dan ook niet gezien worden als een groep geref. kerken met een kerkelijke belijdenis.
Het is veeleer een groep geref. gelovigen met een geref. belijdenis.
De geref. gezindte loopt dan ook helaas door vele kerken heen.
Dat laatste vindt prof. Kamphuis erg bezwaarlijk. Men neemt niet de koninklijke weg van de reformatie van de kerk en gebruikt nu de de geref. gezindte als vluchtheuvel, als een soort conventikel.
Met prof. Kamphuis ben ik het eens, dat deze kerkelijke verdeeldheid van de geref. gezindte een slechte zaak is, die niet behoorde te bestaan.
Met deze constatering zijn de moeilijkheden echter niet weggenomen.
Wat moeten de verontrusten in de synodaal gereformeerde kerken nu doen t.a.v. de kerk.
Vrijgemaakt worden?
Ik neem aan dat prof. Kamphuis wel opgeroepen heeft tot vrijmaking.
Maar die oproep zal wel niet erg overtuigend geklonken hebben.
Immers hebben niet juist prof. Kamphuis en de zijnen dat niet moeilijk, zo niet onmogelijk gemaakt?
Bij de discussie merkte ds Schelhaas dan ook op, dat juist de breuk in de vrijgemaakte kerken het voor hem onverkoopbaar maakte aan te sturen op fusie met de vrijgemaakte gereformeerden.
Mij dunkt daar kan prof. Kamphuis weinig tegen in brengen.
Als je anderen oproept over te komen naar de vrijgemaakte kerken, nadat je in eigen kerken circa 28000 gereformeerden eruit gejaagd hebt, dan is zo'n oproep weinig overtuigend.
Maar toch had prof. Kamphuis een antwoord. Hij zei, dat wij eruit moesten juist om de band te bewaren met de gereformeerde belijders.
Men moest neen zeggen tegen independentisme, modernisme en oecumenisme, dat men in eigen kring naar voren zag komen.
Dat is nog al wat.
Neem nu alleen dat modernisme.
Dat is vrijzinnigheid. Loochening o.m. van de godheid van Christus.
Het lijkt me niet nodig, dat ik voor de lezers mij hiertegen ga verweren.
Dat zullen de verontruste brs. toch ook echt niet geloofd hebben.
Helaas las ik in het verslag niet, dat vriigem. geref. predikanten tegen deze beschuldiging van prof. Kamphuis protest hebben aangetekend.
Ik hoop maar dat dit een lacune in het verslag was.
Het is echter wel duidelijk, dat zolang prof. Kamphuis en anderen hun gezindheid t.a.v. ons niet veranderen, herstel van de eenheid van de vrijgemaakten een illusie blijft.