Moderne afgoden
1973-12-21
* Afgoden- Jaargang 17
- nummer 47
Wanneer je als kind hoorde vertellen, hoe de Israëlieten telkens weer terugvielen tot de dienst der afgoden, dacht je bij jezelf: Hoe konden zij zo dom zijn stomme beelden te aanbidden.
Een zelfde gevoel van verbazing en medelijden bekruipt ons nu nog, als we lezen van de primitieve heidense godsdiensten.
Zielig dat mensen iets verwachten van beelden, gemaakt van hout, steen of iets anders.
Maar zijn wij in onze westerse wereld zo veel verder gekomen?
Hebben ook wij geen stomme afgoden, die we vereren?
Hebben b.v. de oliecrisis en de daarmee gepaard zaande bezuinigingen, zoals autoloze zondag en benzinedistributie ons er niet op attent gemaakt, dat ook wij mensen van de 20e eeuw ons maar moeilijk kunnen bevrijden van afgoden?
* “Autocratie"
Een van de meest aanbeden afgoden van deze tijd is wel de afgod auto. Wat hebben we ons diep vernederd voor de heerschappij van deze dwingeland. We verbeeldden ons, dat ons geluk stond of viel met het bezit van dat blikken ding.
Deze dwingeland bracht ons tot de waanidee, dat we hem nodig hadden voor elke meter, die we ons verplaatsten.
Haast nog erger was, dat hij ons suggereerde, dat wij moesten trachten ons zo snel mogelijk te verplaatsen, al ging dat ten koste van veel mensenlevens en veel invaliditeit.
Wat worden we andere mensen, als we eenmaal achter het stuur van onze auto zitten. We hebben dan de dwaze gedachten, dat wij sturen en bemerken niet, dat wij door de auto bestuurd worden.
We worden maniakken, die niet meer letten op het leven van onze medemensen, ja zelfs niet op ons eigen leven.
Een mens achter het stuur is een heel ander mens dan een wandelend mens.
Maar nu begint zijn rijk te tanen.
Wij zien weer, dat we het vaak wel zonder hem kunnen redden.
* "Olie-archie"
Daar is nog een bekende afgod wiens positie ondergraven dreigt te worden.
Ook de olie regeert ons. Deze afgod heeft trouwens een grote familie, nl. de Familie energiebronnen.
Van deze goden voelen we ons helemaal afhankelijk, Wat moeten we zonden hen?
Ze gaan ons toch niet in de steek laten?
Wat gaan we ons onzeker voelen.
Immers niet alleen onze auto komt in gevaar, maar ook onze warmte en verlichting. Ja, er dreigt minder productie, minder welvaart. Het lijkt wel alsof al onze lievelingsgoden staan te wankelen.
We dachten, dat deze goden ons zo ver gebracht hadden en dat ze de hemel op aarde zouden brengen.
Aan hun macht scheen geen einde.
Het hiernumaals zou zo goed worden, dat we het hiernamaals wel wilden vergeten.
Zal dat schone rijk nu gaan bezwijken?
Waar gaat dat heen?
* Progressie geloof
Het wankelen van onze afgoden betekent, dat ons progressie-geloof een flinke knauw gekregen heeft.
Dat geloof in de gestadige vooruitgang van wetenschap, techniek, cultuur en economie was toch zo'n heerlijk geloof.
Immers het is een troostvolle gedachte, dat jezelf door middel van kennis en techniek je vooruitgang kunt bepalen en dat op deze wijze ons inkomen steeds hoger en onze welvaart steeds groter zal worden.
Helaas waren er al andere zaken, die wat aan dat geloof gingen knagen, zoals de steeds groter wordende milieubezwaren en het rapport van de club van Rome.
Maar nu plotseling maakt een oliecrisis (die er ook zonder de boze sheiks gekomen zou zijn) ons duidelijk, dat onze welvaart inderdaad zwakke peilers heeft.
Waar het in economisch opzicht precies op zal uitlopen is niet te voorspellen, maar wel is zeker, dat aan de sterke vooruitgang van de laatste tijd een halt zal worden toegeroepen en misschien zelfs met een lager niveau genoegen zal moeten worden genomen.
* Geen twee heren dienen
De voorafgaande beschouwing was met opzet eenzijdig. We moeten onze afgoden afzweren, maar dat betekent niet, dat we ons moeten opstellen tegenover economie, techniek en wetenschap als zodanig. Wel moeten we ons anders daartegenover opstellen.
We mogen deze dingen niet overschatten.
Het mag niet iets zijn, waarbij we ons safe voelen, waarop we kunnen bouwen.
En zo staat het ook met de producten van onze welvaart.
Auto's, ijskasten, radio en zelfs t.v. hebben veel goeds gebracht, waarvoor we dankbaar mogen en moeten zijn.
We wisten er helaas niet altijd goed raad mee.
Er doet een verhaal de ronde over een negerkoning, die van de eerste ontwikkelingshulp een gouden bed kocht. Maar wij hebben het vaak niet beter gedaan en ook heel wat gouden bedden gekocht.
Het ergste is echter, dat we niet ontkomen zijn aan het gevaar deze, op zich goede gaven van onze Vader, tot afgoden te maken.
Laatst las ik, dat de mens aan zeven scheppingsdagen een achtste heeft toegevoegd onder eigen gezag en verantwoordelijkheid.
De armzalige manier, waarop God de wereld is begonnen is de mens allang voorbijgestreefd en hij zal het er verder veel beter afbrengen.
Hebben wij, kerkmensen, ons aan deze geest helemaal kunnen ontworstelen?
Hoeveel bezorgdheid is er ook niet bij ons?
Hebben ook wij niet onze wel vaart aangebeden in plaats dat wij de Heer aanbidden, die ons de welvaart gaf?
Wie als maar kijkt naar de "middelen", waarmee God kan helpen, vertrouwt zich in feite toe aan valse goden, die hem bedriegen.
En dan is het resultaat precies zoals bij Israël. Die afgoden brengen nieuwe zorg en onrust.
Men kan geen twee heren dienen.
Ook voor ons geldt het woord: kiest dan heden, wien gij dienen zult.