Het voortbestaan van de kerk
1973-12-21
Een jaarwisseling brengt altijd de toekomst voor onze aandacht. Je probeert wat vooruit te kijken; je laat je gedachten gaan over de ontwikkelingen, die aan de orde zijn, en dat niet uit louter nieuwsgierigheid, maar ook om klaar te zijn wanneer die ontwikkelingen een beroep op je doen en om Je ingrijpen vragen.- Jaargang 17
- nummer 47
Zo is het in het algemeen.
Als christenen laten we onze gedachten ook in het bizonder gaan over de Kerk: hoe zal het haar vergaan in dit nieuwe jaar?
Voor velen heeft zij afgedaan in de vorm, waarin zij tot nu toe bestond.
Prof. dr W. H. van de Pol gaf daaraan indertijd uiting in zijn boek dat handelde over het "einde van het conventionele christendom".
Dat was geniaal geformuleerd, maar of daarmee een waarheid getroffen was, is een andere zaak.
Het vorige jaar, februari 1972, gaf "Wending" een themanummer uit over "De toekomst van Kerk en christendom'. Een aanzienlijk aantal geleerde heren geeft hier z'n visie in een confrontatie met enige stellingen van de hand van de genoemde prof. Van de Pol, in het begin van dit nummer afgedrukt.
Een bonte rij van meningen presenteert zich aan de lezer.
Er worden dingen gezegd die aanspreken, ook die tot felle tegenspraak uitlokken en ook die weinig om het lijf hebben.
Intussen - en dat is het belangrijkste - gaat onder al die discussies het werk van Christus en Zijn Kerk door, daar kunnen we van overtuigd zijn. Want God heeft in deze wereld Zijn Woord gegeven en Zijn Geest, die het woord van Christus de wereld indraagt door Zijn kracht en er ook effect aan geeft. In dit werk van de Heilige Geest is het voortbestaan van Christus' Kerk gelegen en gegarandeerd.
Daar mogen we van overtuigd zijn.
Wanneer we de kerkgeschiedenis nagaan, dan vinden we daarin dat de mensen vaak te kort schieten, verstek laten gaan, veel verknoeien, veel bederven. Dat ligt dan niet aan hun gebrek aan kennis en verstand, want het betreft hier juist veelal de "leiders" in de Kerk, de mannen die door aanleg en studie en ijver zich de leidersplaats hebben verworven. Wanneer de Kerk het werk van mensen was, was ze er allang niet meer geweest. Dat kunnen we m.i. rustig zeggen. Maar we belijden dan ook dat ze geen mensenwerk is, maar het werk van de Zoon van God, Die het uitvoert door Zijn Geest.
Wat daarbij als het belangrijkste naar voren treedt is niet wat gebeurt op grote conferenties, op vergaderingen van generale synodes, maar wat plaats vindt in de gemeenten zelf; door trouwe prediking en sacramentsbediening, door huisbezoek en catechisatie, door de opvoeding thuis en van elkaar in de hartelijke omgang met elkaar als leden van de gemeente van Christus. We behoeven alle werk buiten de plaatselijke gemeenten zelf nog niet als waardeloos te beschouwen, om toch het zwaartepunt zonder meer te zien liggen in die gemeenten.
Maar wil het dan nog wel in die plaatselijke kerken? Bloeit het leven, het geestelijke leven daar of kwijnt het; is het onbevredigend en brengt dat de roep om verandering?
Het antwoord op die vraag hangt goeddeels af van de plaats, waar men zich bevindt. Er zijn kerkgemeenschappen, waar het blijkbaar "niet meer gaat". Sterk is daar de roep om verandering, om vernieuwing, om het experiment - maar het haalt allemaal niet zo veel uit.
Het nieuwe doet het even, maar verliest dan al gauw weer z'n prikkel. Ik ontken niet, dat de crisisverschijnselen, die men bijna overal in de kerken waarneemt en waarover zo druk geschreven en gesproken wordt, samenhangen met heel de cultuur-crisis, die wij beleven. Men kan die rubriceren onder mooie namen en samenvatten in knappe termen - feit is dat velen aan de God van de Bijbel hun congé hebben gegeven en genade en verlossing door het bloed van Christus hebben ingeruild voor zelfbevrijding in aardse zin. Men kan dan spreken van de overgang van een ontologische naar een functionele denkwijze, maar hierop komt de zaak tenslotte neer ... bij duizenden.
De Kerk heeft in de lange loop van haar geschiedenis vele tijden van inzinking en zwakheid gekend.
En altijd weer was de oorzaak dat het Evangelie van Jezus Christus in zijn verlossende kracht van mens en wereld niet meer voldoende werd gekend en geloofd.
Waar dat Evangelie weer in het centrum kwam en de genade om niet verkondigd werd voor een ieder die gelooft, daar bloeide altijd weer een kerkelijk leven op, waarin God werd gediend, geëerd en gevreesd.
Het Evangelie is de grote schat van de Kerk.
De vraag of de Kerk toekomst heeft, dienen wij van onze kant te beantwoorden door aan het Evangelie vast te houden, dat te verkondigen en te doen verkondigen.
Dan zal God wel voor de rest zorgen. Dit laatste is geen dooddoener, maar een herinnering aan het levende en krachtige van het Woord van God, dat doet al wat Hem behaagt en nooit zonder vrucht tot Hem terugkeert.
De Kerk draagt het Evangelie uit, maar zij is er ook zelf het produkt van. Door Zijn Woord en Geest vergadert de Zoon van God Zijn gemeente op aarde. Zijn geméénte, Niet een hoop losse individuen, maar Zijn gemeente, Zijn bruid. Daarom moet het ons in het luisteren naar en verkondigen van het Evangelie ook om de gemeenschap der gelovigen te doen zijn; om de waarachtige eenheid van allen, die de Here Jezus lief hebben en hun behoud zoeken in Zijn bloed en hun vreugde in Zijn dienst Alle individualisme en groepsmentaliteit staat die eenheid, die Christus wil, in de weg.
Die eenheid is geen starre conformiteit, maar een eenheid in het geloof, waardoor we elkaar kennen, herkennen en met elkaar rekenen.
Hier zijn geen bepaalde maatstaven voor te geven. Liefde en christelijke wijsheid, het de ander hoger schatten dan zich, elf moeten hier hun werk doen. Dit nieuwe jaar geve daarvan rijke vrucht te zien!
De toekomst van de kerk en de christenheid ligt niet in onze hand.
Er valt ontzaggelijk veel over te praten. De christen van vandaag staat voor vraagstukken, waarvan vorige generaties eenvoudig niet hebben gedroomd. We hebben tegenwoordig heus niet te klagen over gebrek aan belangstelling voor allerlei vraagstukken, met name niet bij hen, die leiding geven in de grote christenheid. Maar we kunnen en zullen in al die vraagstukken verdrinken, wanneer we het Evangelie in zijn essentie uit het oog verliezen: alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebben, Joh. 3 : 16. Van hieruit zullen we altijd weer hebben te denken, te leven en te handelen.
Waar dat gebeurt, mogen we de toekomst van de Kerk rustig in Gods handen leggen.