HANDSLAG GEVEN
1973-01-05
Er is een doodgewoon gebruik in de zakenwereld, waartegen de Bijbel ongewoon waarschuwt.- Jaargang 17
- nummer 1
Het wordt niet veroordeeld als zonde - maar wel ontraden als dwaasheid. Het is: het handslag geven, zich borg stellen voor een derde. Als u de lichtvaardigheid kon zien, waarmee soms borgtochten worden aangeboden, ook door trouwe bijbellezers, dan zou u schrikken.
Een jonge kerel, zo uit militaire dienst, zal zakenman worden. Hij bezit weliswaar nog niet meer ondernemerskapitaal dan zijn overgespaarde zakgeld plus de beste wensen van zijn meisje - maar straks zal hij rijk zijn! Hij zal meteen maar in het groot beginnen, want de weg der geleidelijkheid duurt hem te lang.
De bank moet het geld maar lenen, want vader wil wel borg staan. Maar ... als vader op het toneel verschijnt, of wanneer diens financiële positie uit de doeken komt, blijkt de borg in spe soms nauwelijks meer kapitaal te bezitten dan de zakenman in spe wenst te lenen.
Dan zijn er twee instellingen mogelijk. De optimistische instelling van de zakenman, die zelfvertrouwen, moed, inzicht en een positieve visie heeft. Of de pessimistische instelling van de bank, die (sadder but wiser) rekening houdt met tegenvallers, misrekening, ziekte, ontrouw. De bank bestrijdt het optimisme van de jonge zakenman niet; meent zelfs, dat een ondernemer recht heeft op zijn optimistische visie. Maar de bank vraagt ook aandacht voor de bijbehorende slechte kansen; meent zelfs, dat deze ingebouwd dienen te worden in een juiste prognose.
En wanneer vader, borg in spe, de laatste acre van het verhaal dreigt te worden, kan een bijbelcitaat wel eens heilzaam werken. Het zijn meestal boeren, die zich zo gemakkelijk voor elkaar borg stellen - en dat zijn op de Veluwe altijd trouwe bijbellezers. Dan zeg ik wel: "een verstandeloos man die zich borg stelt voor zijn naaste, met de complimenten van Salomo". Of ik citeer: "behoor niet tot hen, die handslag geven en zich borg stellen voor schulden...!.... staat in de Spreuken". De schrik, die je dan van twee aangezichten afleest ... Staat dat in het Boek? Ja, dat staat in het Boek. Er staat nog meer: "slecht vergaat het hem, die borg is voor een vreemde maar wie de handslag vermijdt gaat veilig".
En het is een oud spreekwoord: "ontneem hem zijn kleed, want hij bleef borg voor een vreemde, en neem hemzelf in gijzeling voor een onbekende".
Nu, dat zijn harde woorden. En ze zijn alle van Salomo, ze staan in de Bijbel. Soms zegt een pientere vader of een listige zoon: maar we zijn geen "vreemden" voor elkaar! Dat is waar. Maar dan is het antwoord: het advies geldt evenzeer ten aanzien van je "naaste" en zelfs ten aanzien van iédere schuldenaar (22 : 26). Zoals juridieke taal spreekt van "een derde" - dat is de man, die eigenlijk met de transactie van de eerste en de tweede niets te maken heeft.
Zo kan met wat goede wil een pas ontluikend zakengesprek soms overgaan in een Bijbelbespreking.
Is die goede wil niet genoegzaam aanwezig, dan blijven we bij de harde feiten; met een eerbiedige buiging naar het weggelegde Boek. Dan zeggen we: "veronderstel dat zoonlief morgen tegen een boom rijdt en drie maanden het ziekenhuis ingaat. Wat komt er van de zaak terecht? Waar blijven de investeringen? Waar blijven de vorderingen?
Waar blijven de klanten? Wie bewaakt de goederen?" - Ja, dat is me zo wat.
Of we zeggen: "veronderstel, dat vader nog een of meer borgstellingen heeft lopen (soms komt een knik) - vader kan toch ook maar één keer worden uitgekleed?"
Of we zeggen: "veronderstel dat uw vinding of uw koopwaar of uw diensten minder gevraagd worden dan u hoopt ... hoe denkt u de bankschuld terug te betalen?"
Ja - dan is er de borg. Die is er goed voor.
- 0 ja? Wat doet die borg wanneer hij netjes de schulden van zijn "naaste" heeft afbetaald?
Heeft hij dan nog kapitaal genoeg over, om zijn eigen verplichtingen na te komen?
Of is die dan zozeer financieel adergelaten, dat hij ook de aardigheid heeft verloren?
Enne ... hééft meneer soms nog meer borgstellingen lopen?
Iemand vroeg eens: maar wie acht u dan goed genoeg als borg? Antwoord: de man, die zonder met zijn ogen te knipperen het geleende geld op tafel legt, wanneer hem een borgstelling wordt gevraagd. En inderdaad zijn er soms verstandige borgen, die het geld liever uitlenen (zonder te hopen op wedergave) dan "handslag te geven". In het eerste geval schrijven ze de lening meteen af; wat er na dato van terecht komt is meegenomen.
In het tweede geval zouden ze kunnen worden aangesproken op het moment, waarop het hun misschien niet past. Vandaar die vurige raad:
"Mijn zoon, indien gij borg zijt geworden voor uw naaste, voor een vreemde uw handslag hebt gegeven;
als ge verstrikt, gevangen zijt door de woorden van uw mond doe dan toch dit, mijn zoon, en red u (want ge zijt in de greep van uw naaste gekomen!):
ga, klamp uw naaste aan en bestorm hem; gun uw ogen geen slaap en uw oogleden geen sluimering;
red u als een gazel van de vangst, als een vogel uit de hand van de vogelaar".
Dat zijn toch sterke woorden, niet? Verstrikt, gevangen, in de greep, red u, red u, op het nippertje, als een vrijwel gevangen prooi!
De Bijbel geeft een klassiek voorbeeld van een borgstelling. Dat was in de zeven hongerjaren van Jacobs zonen. De onderkoning van Egypte wilde Benjamin zien - en vader Jacob wilde zijn jongste niet loslaten. Maar Juda stelde zich op als borg voor zijn jongste broer. Van zijn hand mocht Jacob hem terugeisen.
Toen het puntje bij het paaltje kwam, en de onderkoning de jongeman inderdaad wilde vasthouden, herinnerde Juda zich zijn borgstelling. Hij maakte zich er niet van af en ging zelf het gevang in. Zo gaat dat met borgen. Hierin bewees hij de goede trouw, die mannen onder elkaar hebben te betrachten, en waar Jozef zo vurig op hoopte. Hierin bewees hij meteen betering des levens tegenover de zonen van Rachel.
Er zijn landen, als Zwitserland, waar een onderneming elke borgstelling, elke garantie, op haar openbare balans moet vermelden. Zo kan ieder de schoonheidsfouten in het zakelijk beleid constateren. Het gevolg is, dat men tot elke prijs borgstellingen ontloopt. Want wie.
zijn handslag heeft gegeven heeft zakelijk dwaas gehandeld.
Die handslag. Een typisch gebruik tussen betrouwbare zakenmensen. In vroeger jaren konden riante hofsteden bij handslag worden verkocht; een notaris kwam er nauwelijks aan te pas. Als een man van eer zijn hand er op had toegeslagen, dan kon je hem er aan houden.
Op de veemarkten ziet u dat gebruik nog altijd: bij elke vraagprijs en bij elke biedprijs wordt "handslag gegeven": men staat er voor in. Soms zie je een onbetrouwbare veekoper (want die zijn er ook) met zijn hand in de lucht zoeken naar de andere hand; maar een degelijke boer neemt de handslag van een onbetrouwbare handelaar niet aan. Hij gaat zijns weegs.
Maar dan is er nog de borg voor noodgevallen.
Want een lichtvaardige borg wordt gewaarschuwd.
Maar wie in de nood van zijn naaste voor hem opkomt is niet lichtvaardig.
Die ziet dat het verlies al levensgroot aanwezig is: En wie dan de nood overneemt ... zulke vrienden zijn zeldzaam.
Hizkia in zijn ziekte (Jes. 38: 14) kermde: "mijn ogen smachten naar den hoge;o Heere, ik ben angstig, wees borg voor mij!" En kijk, de Heere wil borg zijn, bij Hem zijn uitkomsten tegen de dood: Hizkia kreeg nog vijftien jaar te leven; de Heere nam zijn dodelijke last over. - Een psalmdichter bad: "wees borg voor uw knecht - laten brutale schuldeisers mij niet uitknijpen" (119: 122).
- En Job in zijn beproeving vroeg: "Stel uzelf als mijn borg mij U - wie ánders zal voor mij handslag geven?" (17: 3). Dát is wat: dat hij bij zijn grote schuldeiser tegelijk zijn grote borg zag. Dat is profetie, en niet minder.
Ja, want de borgstelling van Juda was een prototype, zeggen de theologen, van Juda's grote Zoon. Onze Heiland is de grote Borg geworden, die voor ons schuldenaars optreedt bij zijn Vader, grote schuldeiser. Hij, onschuldig, nam onze schulden over. Hij, rechtvaardig, voor ons die te kort schieten. Hij heeft alle waarschuwingen van Salomo naast zich neergelegd: Hij was meer dan Salomo. Het heeft Hem zijn bloed, zijn leven gekost.
Komt, verwondert u hier, mensen. Zo baande Hij ons de weg om weer tot God te komen.
Wat daar dus allemaal aan vastzit, aan die handslag! Zult u er aan denken, wanneer men u tracht te strikken? Geef geen lichtzinnige handslag. Roep liever de borgstelling van uw Heiland in.