Wat deed Truman ook?

1973-01-12
  • Jaargang 17
  • nummer 2
Dezer dagen is de oud-president van de Verenigde Staten Harry Truman gestorven en begraven.
Op verschillende manier is hij ook in ons land herdacht.
Daarbij werd er uiteraard ook, en zeer sterk, de nadruk op gelegd dat Truman het bevel gegeven heeft de atoombom op Hiroshima te laten vallen. Dit was volkomen juist. Truman was voor die bomaanval verantwoordelijk.
Hij heeft de verantwoordelijkheid daarvoor ook aanvaard. Hij stond voor de afschuwelijke keus honderdduizenden amerikaanse en japanse soldaten mèt talloze geïnterneerden in de concentratiekampen op te offeren - Of de atoombom in Japan te werpen. En hij koos het laatste.
Maar bij de herdenking van Truman werd een andere daad van hem - o.a. in een Ikoruitzending - totaal "vergeten".
Daarover wil i:k hier iets zeggen. Dat lijkt me een zaak van eenvoudige eerlijkheid en - dankbaarheid.

Na de wereldoorlog was ons volk onvoorstelbaar arm. Alles wat weg te slepen viel was door de Nazi-horden weggesleept en onnoemelijk veel was verwoest.
In die barre nood is toen iets bizonders gebeurd. Op 5 juni 1947 hield de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van de U.S.A., George Marshall. een rede voor de Harvard-Universiteit waarin hij o.a. dit zei: "De kern van de zaak is, dat de behoeften van Europa gedurende de eerste drie of vier jaar aan buitenlands voedsel en andere essentiële goederen, hoofdzakelijk uit Amerika, zoveel groter zijn dan zijn tegenwoordige betalings-capaciteit, dat het omvangrijke verdere hulp hierbij moet ontvangen, daar het zich anders geplaatst zal zien tegenover economische, sociale en politieke achteruitgang van zeer ernstige aard ... Het is echter duidelijk, dat, voordat de Verenigde Staten veel
verder zullen kunnen gaan met hun pogingen om de toestand te verlichten en de Europese wereld op haar weg naar herstel bij te staan, er een of andere overeenstemming moet worden bereikt tussen de Europese landen met betrekking tot hetgeen de situatie vereist en tot het aandeel dat deze landen zelve hierin zullen nemen, ten einde het juiste resultaat te verzekeren van iedere actie, die door deze Regering (die van de V.S. - C.V.) ondernomen zou kunnen worden. Het zou noch passend, noch doeltreffend zijn, wanneer de Regering het op zich zou nemen eenzijdig een programma op te stellen met het doel Europa op economisch gebied op de been te helpen ... Het initiatief ... moet van de zijde van Europa komen."

Deze rede van Marshall maakte in Europa enorme indruk.
Onmiddellijk werden pogingen ondernomen om tot het initiatief te komen waarover Marshall had gesproken.
Reeds op 27 juni belegden de ministers van Buitenlandse Zaken van Engeland en Frankrijk, Bevin en Bidault, te Parijs een samenkomst met hun russische collega Molotov om de nodige stappen te doen om tot de door Marshall bedoelde europese samenwerking te komen.
Het bleek evenwel op die eerste samenkomst dat Molotov niet bereid was aan deze samenwerking mee te doen. Daardoor mislukte deze samenkomst. Later bleek dat Rusland ook de andere landen achter het ijzeren gordijn bevolen had van deelneming aan het Marshall-plan af te zien.
Maar Bevin en Bidault zetten door. En al op 12 juli vond er een conferentie te Parijs plaats waarop zestien Westeuropese landen vertegenwoordigd waren. Spanje was niet uitgenodigd.
Deze conferentie leidde tot de opstelling van een rapport dat een beeld gaf van de aard en de omvang van de economische problemen waarmee het geteisterde Europa te worstelen had. Dit rapport werd reeds op 22 september d.a.v, door de vertegenwoordigers van de zestien landen ondertekend en aan de regering van de U.S.A. overhandigd.
Na een grondige bestudering van dit rapport in de V.S. kwam de bekende Wet op de buitenlandse hulp (Foreign Assistance Act of 1948) tot stand die op 3 augustus 1948 door president Truman werd ondertekend. Truman had zich van meet af met alle kracht achter dit plan gesteld en de aanvaarding ervan op alle mogelijke manieren bevorderd.
Deze wet schiep de mogelijkheid dat aan europese landen schenkingen en leningen in dollars werden verstrekt die o.m. konden worden gebruikt om in de dollargebieden de voor het economisch herstel noodzakelijke goederen te kopen.
Als resultaat van deze wet kwam de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (de O.E.E.S.) tot stand. Deze stelde een fantastisch herstelprogramma op.
En daarna kwam de Amerikaanse hulpverlening op gang. Een dergelijke hulpactie had de wereld nog nooit beleefd.
Het Marshall-plan was bedoeld als een hulpverlening gedurende vier jaar.
In die vier jaar ontving Nederland niet minder dan 819,3 miljoen dollar ten geschenke!
Voorts ontving het tegen zeer lage rente (2%) 149,5 miljoen dollar en aan indirecte hulp nog 156 miljoen dollar. Dat is tezamen 1.124.8 miljoen dollar. Dat wil zeggen: ongeveer drie en een half miljard gulden!
Guldens die toen zeker drie à vier maal zoveel waard waren als die van nu!
Door deze fantastische hulp werd Nederland - en ook andere europese landen die even genereus werden geholpen - uit het economisch moeras geholpen waarin het door de oorlog was weggezonken en werd de basis gelegd voor onze huidige welvaart.

Het lijkt me een kwestie van objectieve geschied beschrijving, en niet minder van eenvoudige dankbaarheid, er bij de dood van Truman ook in herinnering te brengen wat hij, en onder zijn leiding ook de Verenigde Staten, voor het geteisterde en straatarme Nederland van na de oorlog heeft gedaan.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief