Geloofsopvoeding (2)
2013-04-20
Lisanne (8) ligt te woelen in haar bed.- Jaargang 57
- nummer 8
Ze kan niet slapen. Ze heeft vandaag gelogen tegen de juf en dat leugentje ligt als een steen op haar maag.
Uiteindelijk roept ze mama. Onder tranen biecht ze op wat er vandaag gebeurd is. Mama’s voorstel om het morgen samen aan de juf te gaan vertellen, roept paniek op bij Lisanne.
Dan weet juf dat ze gejokt heeft en ook nog eens waarover. Wat zal de juf dan wel niet van haar denken?
Toen ze jonger was, loog Lisanne ook wel eens om ergens onderuit te komen. Maar toen zat ze daar niet zo mee; het belangrijkste was dat de ander niet wist dat zij iets stouts of verkeerds had gedaan. Haar angst voor afwijzing was groot en ze deed er alles aan om dat te voorkomen.
Dat doen alle kinderen tot een jaar of zeven, acht. Kinderen tot die leeft ijd hebben het vooral nodig om te leren dat er altijd van ze gehouden wordt, ook als ze iets verkeerds hebben gedaan.
Wat er mis is gegaan, moet wel aan het licht komen, maar het accent moet liggen op de liefde: wat fi jn dat je het eerlijk vertelt. Ik hou van je.
Nu redt Lisanne het daar echter niet mee. Juf weet niet dat zij iets verkeerds heeft gedaan – dus in die zin is ze ‘veilig’ – maar ze voelt zelf dat wat ze gedaan heeft niet goed is. Het liegen niet, maar ook datgene wat daaraan ten grondslag ligt niet.
Fijn dat ze het aan moeder durft te vertellen! Lisanne heeft er blijkbaar vertrouwen in gekregen dat die altijd van haar houdt. Ook nu. En wat een kans voor haar moeder om Lisanne nu te leren wat Gods vergeving betekent ...
En dan morgen toch maar samen naar de juf!