Ons getuigenis over God
2013-04-20
Vaak gebruikt God mensen als zijn boodschappers. In het Oude Testament denk je dan al gauw aan de profeten, maar ook in onze tijd wordt de boodschap van het Evangelie meestal niet rechtstreeks in het mensenhart gebracht, maar gebeurt dat door bemiddeling van mensenstemmen en woorden.- Jaargang 57
- nummer 8
Eén van de verontrustende dingen van de huidige secularisering is het feit dat mensen soms hun geloof kwijtraken als er in hun omgeving niet voldoende andere mensen zijn die (ook) geloven. Wat moet je, als God lijkt te zwijgen en als ook de mensen die zijn getuigen zouden moeten en ook graag willen zijn, de woorden in de keel blijven steken?
In een themanummer (maart) van Kontekstueel, over de aanwezigheid (en afwezigheid) van God, wijst de Utrechtse universitair hoofddocent Oude Testament dr. Marjo Korpel erop dat er ook in de Bijbel tijden zijn waarin God lijkt te zwijgen:
Heel in het bijzonder is dat het geval in de ongeveer 50 jaar van de ballingschap in Babel (). De Israëlieten in ballingschap en in het verwoeste Jeruzalem, die niets meer van God hadden vernomen in al die voorgaande jaren, klagen dat er niemand meer is die hen troost () en men denkt dat God het volk helemaal niet meer opmerkt (Jesaja 40:27). () Wat nu opmerkelijk is, is dat juist diegenen die zo klagen, door de profeet worden opgeroepen om zélf op te staan, en hun volksgenoten te gaan troosten (Jesaja 40:1). De bevolking van Sion wordt midden in de ellende van haar puinhopen opgeroepen om op een hoge berg te klimmen en op te treden als vreugdeboodschapster (Jesaja 40:9). () In de diepe ellende waarin ook die profeet zelf geleden moet hebben aan Gods afwezigheid, heeft hij, in tegenstelling tot vele anderen, toch niet het geloof in God opgegeven. Hij is blijven geloven dat God ergens nog moest zijn en ooit weer van zich zou laten horen.
Wat hij doet is: God weer ter sprake brengen. En de kracht van de boodschap zit hierin, dat de profeet alle mensen die in de put zitten oproept om ondanks alles tóch te gaan getuigen van God, tegenover hun medemensen die ook in de put zitten.
Helpt dat dan? Ja, dat helpt. Immers: wie ondanks zijn eigen ellende om zich heen kijkt en probeert anderen om zich heen die verdriet hebben, te troosten en probeert van God te getuigen, die zal ervaren dat hij er zélf troost van God voor terugkrijgt. Door om te zien naar de ander en God ter sprake te brengen, komt ook God zelf weer aan het woord.
Natuurlijk, dan moet er wel eerst iemand zijn die zich aangesproken voelt door God. Die zich gegrepen voelt door Gods Geest. In dit geval is dat de profeet en hij veroorzaakt een soort sneeuwbaleffect. Hij spreekt mensen om zich heen aan om de boodschap over te nemen en te zeggen dat God weliswaar gezwegen heeft, en men zich inderdaad misschien ook moet afvragen of die afwezigheid er was omdat men God in de steek had gelaten (), maar men moet nu elkaar gaan bemoedigen door weer over Gods verbond te gaan spreken. Gods trouw is immers eeuwig, ja, zoals de profeet zegt: onze ellende mag dan erg zijn, maar uiteindelijk kan God het er niet bij laten. Zijn woord staat vast tot in eeuwigheid!
Is dat niet een oproep om onszelf aan de eigen haren uit het moeras te trekken?
Nee, zeker niet. Immers: wie erop vertrouwt dat het God zelf is die ons zijn woord gegeven heeft in de Bijbel, mag zich gedragen weten door die aloude woorden van God. Dan kunnen we inderdaad grootse woorden over God spreken, die boven onszelf uitstijgen. Als je zelf de moed hebt om niet bij de pakken neer te zitten, maar ondanks Gods zwijgen op een berg te klimmen en actief van God te getuigen, dan zul je zien, dat van de andere zijde God je tegemoet komt (Jesaja 40:9-11). Wanneer we naar beneden blijven staren, in onze eigen diepe put van pessimisme over God en over onszelf en de wereld, dan zullen we niet zien dat aan de andere kant van de berg die ons het zicht belemmert, God ons al tegemoet komt.
De ballingschap in Babel als model voor kerk-zijn in de 21e eeuw: in een tijd waarin God misschien wel zwijgt (Jesaja 42:14) toch het getuigenis en de lofzang gaande houden. Waarschijnlijk zullen wij meer dan mevrouw Korpel de nadruk erop leggen dat het, in die menselijke woorden, God zelf is die tot ons spreekt, maar haar argument blijft de moeite van het overwegen waard: in diep vertrouwen op God mag je ook woorden spreken die groter zijn dan jezelf. Het kan niet waar zijn dat God afhankelijk is van ons geloof!
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.