Antwoorden als in een spiegel
2005-06-17
‘Als ik aan de Psalmen denk, denk ik in de eerste plaats aan de persoonlijke ervaringen met God, die daarin beschreven worden, en hoe herkenbaar die zijn. Alle emoties komen er in los: angst voor vijanden, angst dat - Jaargang 49
- nummer 12
God niet antwoordt, het gevoel van diepe verlatenheid, maar ook jubel om bevrijding, verlossing.’
Zo schreef de Amsterdamse Corrie (Meijer), die bij het lezen van de binnenkomer van Psalm 37 'wees niet jaloers op wie kwaad doen' moest denken aan een scheefgegroeide werksituatie, acht jaar geleden. Deze psalm leidde toen tot een wending ten goede in de verhouding met haar toenmalige baas en collega's. En er waren wel meer momenten in haar leven, waarop een psalm even helemaal ‘haar lied’ werd.
Hier ben ik
De Zeeuwse Corrie (Sonke) sloot daar bij aan met de waarneming dat psalmen soms gevoelens onder woorden brengen, die je zelf nog niet onder ogen durft te zien. In die zin hebben de psalmen wel iets drempelverlagends en tegelijk ook confronterend: ‘God verlangt van mij een antwoord. Hij verlangt van mij dat ik vertel hoe ik mij diep van binnen voel’. Antwoordend gaan de psalmen ons voor. Zoals in Psalm 40: ‘Offers en gaven verlangt u niet, brand- en reinigingsoffers vraagt u niet. Nee, u hebt mijn oren voor u geopend en nu kan ik zeggen: Hier ben ik, over mij is in de boekrol geschreven.
Uw wil te doen, mijn God, verlang ik, diep in mij koester ik uw wet’. Tineke Plooij schrijft: ‘Hierin zit iets van het geheim van hoe we ertoe komen God te dienen: het initiatief van zijn kantwij, die daar antwoord op geven’.
Praktisch atheïst
Als je de psalmen zo aan één stuk doorleest, valt op hoe vaak vijandschap de kop opsteekt - soms lees je zelfs over vrienden die tot vijanden zijn geworden (35:15, 41:10, 55:14).
Typerend is, dat ze met hun woorden al geen goede bedoelingen hebben (Psalm 5, 12 etc). Schokkend is verder dat de vijanden in de psalmen volksgenoten en geloofsgenoten zijn, maar in de praktijk van hun leven atheïst. Zoals bijvoorbeeld te horen is in Psalm 10: ‘Hij denkt bij zichzelf: God vergeet het, wendt zijn blik af, ziet het niet.’ Groot onrecht is het gevolg, waarvan de kwetsbaren in de samenleving de dupe zijn (wees, weduwe etc). Wat goed als God aan zulk onrecht een eind maakt, denk je dan.
Vergelding?
Toch moet je dat laatste ook weer niet te gemakkelijk zeggen. Neem de niet mis te verstane gebeden, waarin gevraagd wordt om liquidatie van de tegenstander. In Psalm 3 begint het al: ‘Sta op Heer en red mij God, sla mijn vijanden in het gezicht, breek de tanden van de wettelozen’. En doorlezend stuit je op een gegeven moment op de vijftigers, waarvan de 58e de kroon spant: ‘... dat ze verdwijnen als water dat wegvloeit ... als een slak die kruipend oplost in slijm, als een misgeboorte die nooit de zon ziet’. Kun je dat na Jezus nog wel bidden, denk je dan.
Tineke heeft ook op dit punt zo haar gedachten (bij Psalm 59): ‘De houding in de psalmen tegen vijanden roept vragen op. Ik heb misschien makkelijk praten; grote vijandschap heb ik niet meegemaakt, ook de tweede wereldoorlog niet; toch denk ik dat ook in WO II niet alle christenen van harte op deze manier vergelding hebben afgebeden over de vijanden, al zal de tekst van dergelijke psalmen wel dichterbij zijn gekomen. Ook in getuigenissen van mensen die om hun geloof vervolgd worden, in bijvoorbeeld Noord-
Korea, merk ik niets van roep om dergelijke vergelding; soms zelfs de vraag om gebed om bekering voor hun verdrukkers.
Ik denk wel eens dat deze psalmen in de bijbel staan om duidelijk te maken dat we ook met deze dingen naar de HEER
mogen gaan, zonder dat daarmee de inhoud wordt goedgekeurd.’
Herinneringen
De ervaring was ook, dat psalmen de gebeurtenissen uit je leven meedragen.
Bijvoorbeeld de geboorte van een kind vanuit de tekst op een geboortekaartje - ‘Want bij u is de bron van het leven, in uw licht zien wij licht’. Of de herinnering aan een geliefde die meekomt in ‘De Heer is mijn licht en mijn heil’ (Psalm 27). Of Psalm 63: ‘wakend in de nacht prevel ik uw naam’. Van twee, drie kanten begreep ik dat dit lied herinnerde aan donkere uren met veel gepieker. En aan de rust, die de psalm gaf. Psalmen gaan soms ook wel gebukt onder de gebeurtenissen van weleer. Voor Bob Wielenga is dat de 68e: ‘Psalm 68 doet me denken aan het strijdbare zingen tijdens kerksplijtende oorlogen om de ware leer en het behoud van de ware kerk. ‘De Heer zal opstaan tot de strijd en zal zijn haters wijd en zijd, verjaagd, verstrooid doen zuchten.’ Dat waren wij dan, de buitenverbanders, verjaagd en verstrooid, al zuchtend onder de slaande hand van God, omdat we Telder niet zouden willen excommuniceren ... Daar heb ik vandaag nog last van. Psalm 68, ik heb haar zelden of nooit laten zingen sinds ik predikant werd in 1971.’
Hij komt ...
Zo is er met al die aantekeningen uit de lezerskring bij elke psalm wel iets te melden. ‘Psalm 5 spreekt mij erg aan (vers 4: In de morgen Heer, hoort u mijn stem, in de morgen wend ik mij tot u en wacht). In de vroege morgen alles aan de Here vertellen en dan in vertrouwen wachten op wat Hij jou duidelijk wil maken’, zo schreef Jaap Kanis. ‘Je kunt er op wachten dat God antwoordt’, schreef een ander. Dat laatste niet als bij de hakkenbar, denk ik, want de klacht ‘Hoe lang nog’ hoor je daarvoor te geregeld terug in de psalmen (4,6,13,35). Dat was de werkelijkheid toen en nu is het niet anders.
De psalmen spiegelen het een 21e eeuwer ook niet mooier voor dan het is. En tegelijk zetten ze de lijnen uit, door ons voor te gaan in vertrouwen op God, ook al blijft de redding vooralsnog uit (Psalm 38).
Verlost!
Op andere momenten lees je trouwens over diepe ervaringen van verlossingsoms vlak voor de dood weg, zoals in Psalm 16. En die ervaring is er ook in Psalm 22 met zijn enorme wending in vers 22. Jezus maakte in zijn lijden deze psalm tot de zijne, maar ook de wending ten goede kun je helemaal ‘in Hem’ meemaken - tot bij Pinksteren!
‘In Jezus’ ging het ook nog eens om een verlossing van áchter de finish van de dood! De psalm zelf toucheert trouwens al die nieuwe werkelijkheid: ‘Ook zullen voor hem knielen wie in het graf zijn neergedaald, wie hun leven niet konden behouden’ (22:30). Het OT zou daar niet mee rekenen, las ik wel eens.
Ik geloof het niet, alleen al vanwege Psalm 22. Of ook Psalm 49, met de dood als de grote gelijkmaker en het definitief klinkende ‘Geen mens kan een ander vrijkopen’. Maar dan vers 16: ‘Maar mij zal God vrijkopen uit de macht van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen’. Dat geeft toch te denken.
Gedichten
Ik sloeg nog even ‘de opa’ van de NBV open, de Statenvertaling. Alles van de psalmen vind je daar achter elkaar afgedrukt, als was het verhalend proza.
Bij de NBG herkende je al de afzonderlijke dichtregels, maar de NBV heeft ook nog spatieregels ingebouwd. Door blanco regels ontstaan zo afzonderlijke strofes (een soort coupletten). Over het geheel bezien werkt dat heel verhelderend.
Psalm 8 komt op die manier prachtig uit met de lofprijzing die dit lied omsluit. Voor het eerst eigenlijk, hoorde ik dat de NBV wel even wennen was voor wie de NBG goed in hoofd en hart had. Maar bij sommige psalmen kwam desondanks direct de lof voor de vertaling in de NBV: vooral bij de 29e, maar ook bij Psalm 15, 19 en 42. In detail is het soms ook heel mooi.
Psalm 4:3 bijvoorbeeld met de rijmende ‘sch’ en ‘l’ klanken (Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad). Of de vlijmscherpe klacht van Psalm 44: ‘U hebt uw volk van de hand gedaan, veel bracht de verkoop niet op’ (13).
Jammer wel weer de opening van Psalm 65 en de stilte die daar verdwenen is. Misschien wel kenmerkend voor ons bestaan.
Rooster
Psalm 73-150 (kopijdatum:17-06-05) Spreuken, Prediker, Hooglied (kopijdatum: 29-06-05) (zie verder ook www.opbouwonline.nl)