‘Als het enthousiasme voor de Heer wegebt, is het gedaan met de gemeente’

2013-04-20
  • Jaargang 57
  • nummer 8
DEN HELDER – Gevoelens van pijn en teleurstelling overheersen bij Piet van Veelen aan de vooravond van de opheffing van ‘zijn’ gemeente in Den Helder. Omdat het hem met al zijn enthousiasme niet gelukt is meer vuur in de gemeente te krijgen, maar vooral om de Heer van de kerk: het is een gemeente van Hém die verdwijnt. Op 14 april was de laatste kerkdienst, op 1 mei bestaat de gemeente niet meer.

Aanvankelijk wilde pastor Piet, zoals hij in Wormer (80%-functie) en Den Helder (20%-functie) wordt genoemd, de opheffing niet.
‘Toen andere kerkenraadsleden richting opheffing wilden, wilde ik dat niet. Ik heb gezegd: ik ben als predikant geroepen om het Woord van God te verkondigen, niet om een gemeente op te heffen.
Maar op een gegeven moment moest ook ik concluderen: het is niet anders’.

Schaamte en pijn
In de afgelopen jaren is in de NGK een aantal gemeenten opgeheven, elk jaar minstens één. Meestal was hun ledental gezakt tot een eind onder de honderd, maar de NGK Den Helder telde nog 125 leden toen eerder dit jaar het opheffingsbesluit werd genomen.
Dat zijn er heel wat meer dan veel andere NGK’s hebben.
Piet van Veelen – sinds 2004 actief in de NGK Den Helder, eerst als pastoraal werker, daarna als predikant – snapt goed dat de opheffing van de gemeente in den lande onbegrip oproept. Nog zóveel leden en dan toch ermee stoppen... ‘Nou, en of ik me dat kan voorstellen! Er zijn ook bij ons kerkleden die zeggen: “Waar heb je het over? In het buitenland zijn gemeenten met twintig tot dertig leden. In hun ogen zijn wij een grote gemeente.” Dus ik begrijp het onbegrip van buiten Den Helder heel goed. Ik leef in deze week met gevoelens van schaamte en pijn, dat we niet de geestelijke draagkracht en het enthousiasme hebben kunnen opbrengen om als gemeente van Christus door te gaan.’

Dood paard
In het persbericht waarmee de opheffing van de gemeente werd aangekondigd, worden diverse oorzaken genoemd.
Het ledental is in de loop van de tijd gestaag teruggelopen: van 250 veertig jaar geleden naar 125 nu. Parallel daaraan vergrijsde de gemeente, zegt Van Veelen. ‘Het overgrote deel van de gemeente is boven de vijftig en er zijn nauwelijks gezinnen met jonge kinderen. Jongeren trekken na hun schooltijd weg uit Den Helder, voor studie of om een baan te vinden.’ Ook heeft de NGK Den Helder onvoldoende kader om opengevallen kerkenraadsposten op te vullen en meer in het algemeen om de gemeentelijke kar te trekken.
Toch, erkent pastor Piet, is dat een onvoldoende verklaring voor het feit dat de gemeente niet verder kan. ‘Vanuit de regio waren de kerken van Alkmaar en Wormer bereid elk een extra ouderling beschikbaar te stellen voor Den Helder. En Wormer heeft een fusie aangeboden, waarbij Den Helder als zendingsgemeente zou worden geadopteerd. Maar die opties zouden er alleen maar toe geleid hebben dat het gemeenteschip drijvend zou worden gehouden. Het zou er niet door op koers komen, want vanuit de gemeente sloot niemand op het hulpaanbod aan. De hulp van buiten werkte niet als een stimulans voor de gemeente om daarna weer zelfstandig haar koers te kunnen bepalen.
Het bleef een houding van: kom maar en zorg maar dat alles hier blijft draaien.
Ja, dan is het trekken aan een dood paard. En dat was het eigenlijk al jarenlang: een langdurige slijtageslag. De actieve betrokkenheid van de gemeenteleden is steeds kleiner geworden. Van de 125 leden komen er zo’n veertig naar de kerk.’ Het ‘Den-Helder-gevoel’ noemt Piet van Veelen het: het neerslachtige gevoel dat het met Den Helder toch nooit wat wordt. ‘Dat gevoel heeft onze gemeente jarenlang beheerst, het is er ook in andere kerken hier en het beheerst ook de burgerlijke gemeente.
Een paar jaar geleden werden de eerste oranje brievenbussen in de nieuwe huis stijl van TNT in Den Helder geplaatst, onder het motto: Den Helder is het begin van Nederland. Maar het gevoel hier is precies omgekeerd: Den Helder is het eind van Nederland. Zo van: Wat hebben wij hier nou te vertellen?
Wat moeten wij hier nu?
Den Helder wordt door de inwoners beleefd als een onaantrekkelijke stad, waar de werkgelegenheid terugloopt, de jeugd wegtrekt en de bevolking vergrijst. Dat geldt ook voor de kerken. Zelfs iemand als Herman Boon, die hier zijn Bijbelschool heeft en enthousiast het hele land doortrekt, ervaart het werken in Den Helder als ploegen op de rotsen.’ Dat algemene gevoel van somberheid heeft ook de NGK Den Helder parten gespeeld.
‘Er was geen enthousiasme, eerder lusteloosheid en leegheid. Van de 125 zullen 40 gemeenteleden hun weg wel vinden. Over de overige 80 heb ik zorgen. Na 1 mei zal ik hun pastor blijven en blijf ik beschikbaar om hen waar mogelijk bij te staan.’

Elan
In de afgelopen tijd zijn diverse alternatieven voor opheffing bekeken. Samengaan met een andere gemeente bleek geen oplossing. ‘De CGK had de houding: jullie zijn welkom, maar een federatie of fusie zoals elders kan niet’, zegt Van Veelen.
‘Daarbij speelde mee dat wij geen middagdiensten meer kennen en wel de vrouw in het ambt hebben. Dat wilden we desnoods opgeven, maar dat hielp niet. Verder dan een verkenning is het niet gekomen.’ ‘Met de GKv was er op predikantenniveau contact’, vervolgt de predikant. ‘Maar de weerstand in onze gemeente tegen de GKv was groot, vooral bij degenen die de breuk van 1970 hebben meegemaakt.
Zo van: eerst moet de schorsing van ds. Smit ongedaan worden gemaakt. Ja, met zo’n houding kom je niet ver. Er was geen enkel elan in de gemeente om richting de GKv te gaan. Overigens was er van de kant van de GKv ook geen enkele neiging naar onze kant, noch vragend, noch hulpbiedend. We waren welkom, maar dat was het dan ook.’

In 2012 heeft Van Veelen samen met Klaas Quist en Remmelt Meijer van de STAGG plannen gemaakt voor een missionaire doorstart van de gemeente. ‘Ik heb gezegd: gooi naar het woord van Jezus het net eens aan de andere kant uit. Richt je blik nu eens niet op hoe groot een kerkenraad moet zijn en op alle zorgen rond de ambten en het gebouw en de financiën, maar kijk naar boven en naar buiten. Hoe kan God ons gebruiken om voor mensen in Den Helder een warme, aantrekkelijke gemeenschap te zijn? Wie weet wat er dan kan gebeuren.
In de NGK Wieringermeer is met een veel kleinere gemeente een doorstart wel gelukt. Ik heb de hoop gehad dat zo’n nieuwe visie een nieuw elan zou geven. Maar onze gemeente zag dat niet zitten. Men had er eigenlijk geen beeld bij hoe zo’n nieuwe missionaire gemeente eruit zou kunnen zien en bleek de trekkracht ervoor te missen. En in de kerkenraad werd tegen mij gezegd: leuk idee, doe het maar. Maar ja, ik ben hier maar voor 20 procent – één dag in de week en elke maand één preekbeurt.
Dat zet ook geen zoden aan de dijk. Bij alles wat werd voorgesteld, gingen even de ogen glinsteren, maar was daarna de reactie: geen tijd en geen zin. Een uitgeblust vuur.
Moeheid en matheid wonnen het van het zicht op nieuwe mogelijkheden. Opheffing van de gemeente was de enige weg die men zag. Toen was ook voor mij duidelijk dat een doorstart vanuit een nieuwe visie niet gedragen werd door de gemeente en dus niet zou lukken en heb ik ook gekozen voor opheffing. Tot mijn grote verdriet …’

Herder
Welke les valt er volgens pastor Piet uit zijn Helderse ervaringen te trekken? ‘Den Helder is voor mij als een schip op het strand, een baken in zee. Het aantal leden is niet de enige reden voor de opheffing, er zijn diepere lagen. Als het geloof stolt en het enthousiasme voor de Heer wegebt, dan is het gedaan met de gemeente.’ Toch is hij niet een en al somberheid.
‘Ik heb in de laatste dienst in Den Helder gepreekt over 2 Korintiërs 2:14: verder met de opgestane Herder. We leven niet als mensen zonder hoop. Jezus leeft en leidt zijn kerk.’ En de leden die nu naar andere gemeenten gaan ‘verspreiden daar als een aangename geur de kennis over Christus.’

Ad de Boer is lid van de NGK Voorthuizen-Barneveld en redacteur van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief