de tinnen schaal

1973-01-19
  • Jaargang 17
  • nummer 3
Houdt u ook van antiek? Och, natuurlijk houdt u daarvan, want vandaag is antiek "in". Wie zijn tijd verstaat houdt van antiek. De vraag is alleen: waarom houdt u van antiek? Omdat er waarde in steekt? Omdat het een symbool is vaneen gezegende status? Of misschien ook omdat antieke voorwerpen u verbinden met vorige gebruikers?

Dat laatste lijkt me wel het mooiste: de band met voorgeslachten te weten, het leven van voorouders in een stuk antiek te voelen kloppen. Wie dat kan zal zijn bezit aan antiek straks aan zijn kinderen doorgeven in rijker toestand dan hij het ontving. Die is een schakeltje in een ketting van gebruikers, een schalm in de keten der mensheid.

Neem nu die oude tinnen schaal. Ze staat op het eiken kastje in mijn werkkamer, vlak voor de zingende engelen.
Een stukje oude kerkelijke kunst. Ze heeft in betere dagen tot de kerkelijke inboedel behoort - - terwijl de engelen het niet verder dan een klooster hebben gebracht. Nu staat de schaal maar te staan; en te vertellen van een stuk heilsgeschiedenis.

Het model doet denken aan een etensbord - maar met kleiner inhoud en met een erg brede rand. Die rand is wel een kwart van de doorsnee en draagt acht bijbelse tafrelen in reliëf. In het centrum van de schaal bevindt zich een versleten medaillon.

De versieringen zijn niet met de hand gedreven, maar gegoten. Zo'n schaal zou als avondmaalsschotel hebben kunnen dienen - maar dan zou de rand onherkenbaar zijn versleten; nu is de rand intact. Het feit, dat het centrale medaillon is versleten, wijst erop dat er een kan op moet hebben gestaan. En zo'n voorwerp komt in de katholieke eredienst inderdaad voor.

De katholieke kerk heeft bij het altaar altijd een kan en een schaal gebruikt.
Bij de offerande, het eerste deel van de mis, wast de priester zijn handen. Een misdienaar giet wat water op een platte schaal, de priester doopt er de vingertoppen in. Daarmee is symbolisch aangeduid dat de priester zich voor de maaltijd moet zuiveren van zijn zonde Zo wordt tevens herinnerd aan de reiniging, die de Heiland voor het laatste avondmaal aan zijn discipelen bediende.
Eigenlijk was tin in de kerk niet toegestaan: men moest zilver of verguld zilver, zo geen goud, gebruiken. Maar in de arme parochies en in de schuilkerken kon men toch dikwijls tinnen serviezen zien. Volgens de boeken kan men oud kerkelijk tin vrij veel aantreffen.

We kunnen dus veilig aannemen, dat deze schaal een wasbekken geweest is. En dan is de leeftijd wel ten naaste bij te schatten. De oudste tinnen schalen hadden dikke wanden en wogen zwaar. De brede rand ontstond in de 15de eeuwen duurde tot de 18de eeuw.
Aan het hoge loodgehalte leest u trouwens ook wel enige eeuwen af. Laten we zeggen dat deze tinnen schaal 250 tot 300 jaar oud is: de orgels uit die tijd hebben hetzelfde hoge loodgehalte in hun tinnen pijpwerk. Nu dan is het toch een eerbiedwaardig stukje antiek dat, na vele geslachten in de kerk te hebben gediend, via een handelaartje zijn weg naar mijn kamer vond. Begrijpt u dat ik er blij mee bent? Laat me u er dan iets van mogen vertellen.

Er is een tijd geweest, dat de roomse kerk alle gebruikte voorwerpen, die om de een of andere reden overcompleet werden, vernietigde.
Men wilde voorkomen, dat deze geheiligde voorwerpen in ongewijde handen kwamen en misbruikt werden. Vandaag ligt dat anders. Vandaag kun je met enige moeite, maar voor klinkende munt, kerkelijke kunstvoorwerpen met religieuze en antiekwaarde bemachtigen. In België beklaagde een priester zich, dat de Belgen graag een antiek preekstoeltje in hun privé barkeldertje plaatsen: de uitdeling der menigerlei genade wordt wordt dan vervangen door een distributie van menig geestrijk drankje; een hufter, wiens geweten hier tegen kan! En in Nederland is dan ook een vriendenkring opgericht, die oude kerkelijke kunstvoorwerpen, welke in de antiekhandel zijn geraakt, verzamelt en onderbrengt in een museum voor gewijde kunst. Naar ik meen is het initiatie van Godfried Bomans geweest.

Deze tinnen schaal is bijna 28 centimeter in doorsnee en weegt bijna 1000 gram. Wanneer u haar met gepaste eerbied opneemt vallen u de acht tafrelen op de rand direct op. En die zijn de moeite van het bezien waard. U begrijpt meteen, waarom de roomsen van de "boeken der leken" spreken: die plaatjes spreken hele geschiedenissen.

1. Het eerste tafreel (laat mij dat nu voor u hebben uitgezocht) bevat een paradijselijk mensenpaar, Man en vrouw ter weerszijden van een boom opgesteld. Aan de boom hangen appels. Om de stam slingert zich een levensgrote slang, wier kop tussen de takken steekt. De vrouw heeft een appel in de hand, terwijl ze met de andere hand een appel uit de bek van de slang aanneemt. Een appel voor Eva, een voor Adam.
"Het tweede tafreel (elk beeldverhaal is 6 1/2 centimeter in doorsnee) toont twee figuren, gescheiden door een tafeltje. De linkse figuur heeft vleugels, stelt dus een engel voor.

De andere, een jonge vrouw, slaat kuis haar hand voor haar schoot. Boven hun hoofden vliegt een duif: symbool van de heilige geest.
Het moet de annunciatie zijn uit Lucas 1: 30-35.

Het derde medaillon vertoont vier menselijke figuren. De binnenste twee, kennelijk vrouwen, omhelzen elkaar bij wijze van groet. De twee buitenste, manvolk, staan toe te kijken. Een van hen heeft een wandelstok bij zich, is dus van ver gekomen; misschien wel van Nazareth naar Judea's bergland gelopen! Dan is het de begroeting van Maria en Elisabeth uit Lucas 1: 39, waarbij Jozef zijn verloofde Maria zou hebben begeleid.

4. Dan komt de heilige familie in de stal: Maria links, Jozef rechts van de kribbe, waarin het kind Jezus ligt. Boven de kribbe de koppen van os en ezel; Jozef zit nadenkend met het hoofd in de hand. U hebt de geschiedenis pas nog gehoord, uit Lucas 2 : 7

5. Tussen de reliëfs in is steeds een boom, een plant of een bloem afgebeeld; hetzij een palm, een olijf, een wijnstok, een granaatappel, lotus, lelie of vijg, Het vijfde tafreel geeft een oude man met herderstaf weer, die door een engel wordt aangesproken. Op de achtergrond schapen. De engel wijst met een arm - ongetwijfeld richting stal.

6. En inderdaad volgt nu het bezoek van de herders aan de stal, Lucas 2 : 16. De gebaarde Jozef toont hun het kindje.

7. U raadt het al: nu zien we de wijzen uit het oosten, drie gekroonde koningen volgens de overlevering. In hun handen dragen ze hun geschenken. Rechts zit Maria op een oudhollandse stoel, het kindje op schoot. Tussen haar en de herders in staat een ster te stralen, Matth. 2: 11.

8. Dan komt het laatste - een triest stukje historie. Het zijn moeder en kind, op een ezel gezeten, en Jozef die voor hen uitgaat.
Hij draagt de bagage in doeken geknoopt aan zijn wandelstok over de schouder. Wat paradijselijk is begonnen eindigt iIn de vlucht naar Egypte, Matth. 2: 13.
Maar hiermee is de historie niet uit. Want uit Egypte heeft God zijn Zoon geroepen, zoals Hosea al zei. Wanneer u de schaal verder ronddraait is er een nieuw begin: het paradijs komt terug.

En dan het versleten medaillon in het midden.
Het stelt een kind voor, gezeten op een laag bankje, misschien een troon. De rechterhand wijst omhoog. Het hoofdje is fier opgericht.
In de linkerhand draagt het kind een appel met een kruis, symbool van alle macht in hemel en op aarde.

"In de loop der tijden zijn onnoemelijk veel antikwiteiten verloren gegaan tengevolge van ondeskundige behandeling, verwaarlozing, brand, breuk en slijtage. Er zijn ook stukken uit onze gezichtskring verdwenen zónder dat zij op een of andere wijze werden vernietigd. Zij raakten zoek en werden "langzamerhand volkomen vergeten. Met andere woorden: er zijn ongetwijfeld nog talrijke voorwerpen van grote oudheidkundige en kunsthistorische betekenis, die een bestaan-in-het-verborgene leiden". Zo schrijft W. H. Keikes in de derde jaargang van het maandblad "Antiek".

U kunt dus aan de slag gaan. Maar denk niet, dat u in elke antiekwinkel een doopbekken of een avondmaalschotel tegenkomt!
U moet speuren en lezen en denken en uitkijken en u het voorwerp zó eigen maken, dat u er tegen aanloopt. Beter nog - u zou zich zelf verrijken, met kennis over vroegere leefwijzen en gebruiksvoorwerpen te vergaren.

Als u de schuttersmaaltijden kent, op vele grote doeken geschilderd (Rijksmuseum en Frans Halsmuseum), dan moet u eens letten op de eetgebruiken: men at met het mes, men dronk uit een smal conisch glas, een zogenaamde fluit. Wát werd er gegeten en gedronken? Geroosterd vlees, kaas met verse brood bollen, overspoeld met geurige wijn.
Welnu: vandaag koopt u voor uw gouden bruiloft moderne champagnefluiten. Vandaag eten we weer stokbrood en bollen en duivekaters en anijsbroodjes. Vandaag roosteren we weer schapevlees op een openluchtroostertje, een "barbecue", verkrijgbaar bij AIbert Heyn als het moet. En vandaag gebruiken we voor afwisseling weer een kaasmaaltijd, bestaande uit zes soorten kaas, droog brood en een glas wijn. Wat er is, dat is er altijd geweest en het zal altijd zijn, zei de Prediker.

Maar juist die kleine varianten markeren de tijd. Het herkennen en thuisbrengen van die kleine details geeft u de verbinding met uw voorgeslachten. Antiek te verzamelen, eenvoudig wit verzamelwoede, is waardeloze hebzucht. En verzamelen uit oogpunt van geldbelegging is economisch misschien ver-
'antwoord - maar zedelijk aanvechtbaar en maatschappelijk dubieus. Maar zuinig zijn op alles wat aan uw voorgeslacht herinnert, eenvoudig uit verbondenheid met vroeger (en later) eeuwen - dat zal u sieren.
Probeert u het maar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief