Marcuse en Dom Helder Camara
1973-01-19
• Frankfort- Jaargang 17
- nummer 3
Gelegen in het midden van West-Duitsland, neemt deze stad in het ekonomisch leven van het land een belangrijke plaats in. In de geschiedenis van Duitsland heeft deze stad altijd een belangrijke plaats ingenomen. Standbeelden van Schiller, Goethe en Beethoven en andere bezienswaardigheden leggen daar getuigenis van af. Ook is Frankfort een stad van tegenstellingen. Villawijken worden afgewisseld door buurten met krotwoningen. Steeds meer moeten krotten en villa’s plaats maken voor grote flatgebouwen, waarin de kantoren van banken en handelsondernemingen worden gevestigd. En de gastarbeiders zijn er natuurlijk voor om deze gebouwen schoon te maken.
Eigenlijk is Frankfort slechts een voorbeeld van de tegenstellingen die in alle westerse steden bestaan. En de schrijnende tegenstellingen in de westerse steden is nog slechts een zwakke afspiegeling van de grote tegenstelling op wereldniveau: de kloof tussen rijke en arme landen.
• Protesterende studenten
Wanneer er ergens onrust is, zijn de studenten bijna altijd van de partij. Of het nu gaat om ontwikkelingshulp, milieuverontreiniging, bedrijfssluitingen of om de werkende jeugd, zij kiezen partij. In het algemeen gesproken gaat het hen om een protest tegen de kapitalistische mentaliteit in 't Westen.
Zij verzetten zich tegen de mentaliteit, die steeds méér verlangt. Meer geld, meer konsumptiegoederen.
De meeste regeringen steunen de industrieën en verlenen faciliteiten. Dit moeten zij wel doen, want als zij het de industrieën moeilijk gaan maken dan vertrekken de kapitaalbezitters (zo mogelijk met hun bedrijven) naar het buitenland.
Het gebrek aan internationale afspreken dwingt de regeringen dus niet al te lelijk tegen de industrieën te doen.
Wanneer de studenten en anderen de gevaren van het kapitalisme in onze samenleving aanwijzen en gaan demonstreren, komt niet zelden de politie in aktie. De politiemensen krijgen dan vaak ladingen scheldwoorden over zich Uitgestort. Niet omdat de demonstranten de agenten niet mogen, maar omdat zij die agenten zien als verdedigers van "het systeem" of "de gevestigde orde" van de samenleving. "Het systeem" met zijn tegenstellingen, die niet opgelost worden en waar te weinig aan gedaan wordt.
Gemakshalve gebruik ik het woord "kapitalisme".
Het gaat daarbij om de "vrije ondernemingen", die koste wat het kost streven naar maximalisatie van de winst. Dit streven wordt doorgezet ten koste van de belangen van de werknemers, de konsumenten e.a. Ook de belangen van de arme landen worden aan dit streven ondergeschikt gemaakt.
Veel schandalige voorbeelden zouden hier van te geven zijn.
• Marcuse
In juni 1972 sprak Marcuse in Frankfort tijdens een kongres, dat solidariteit w:ilde betuigen met Angela Davis, de amerikaanse negerin en kommunistische docente in de filosofie. Zij strijdt tegen het kapitalistische systeem in het Westen en pleit voor de vrijheid van de politieke gevangenen in de westerse landen. Waarom zweeg Angela Davis tijdens haar reis door Rusland over de politieke gevangenen dáár? Zij heeft geantwoord geen boodschap te hebben voor mensen die niet voor de kommunistische staat kiezen. Is er dan tegen het politieke systeem van de russen niet evenveel bezwaar te maken als tegen dat van de amerikanen? Het is opvallend dat de laatste tien jaar een groeiend aantal studenten een marxistische levens- en wereldbeschouwing aanhangt.
Dit zijn meestal geen gematigde marxisten, maar geharde kommunisten. Niet alleen boeken, ook portretten van Marx, Lenin Stalin en Mao zijn tegenwoordig in grote getale te koop. Men kan natuurlijk zeggen, dat het percentage uitgesproken marxistische studenten niet groot is. Misschien 5%.
Ik weet het niet precies. Wèl is duidelijk, dat het percentage groter wordt en dat juist déze studenten binnen de universiteiten uitzonderlijk grote invloed hebben.
• Contra anarchisme
Het genoemde kongres in Frankfort werd door ongeveer 10.000 studenten bezocht. Opvallend was, dat het tijdens dit kongres niet in de eerste plaats ging om de persoon van Angela Davis, die toen nog gevangen zat in de Ver. Staten. (Later werd zij vrijgesproken.) Het ging om haar strijd tegen het kapitalisme.
Een anti-amerikaanse gezindheid was óverduidelijk. Spandoeken spraken duidelijke taal: Amerikanen uit Vietnam! Strijdt tegen het imperialisme, de hoofdvijand der mensheid! Bommen op het Pentagon! (= amerikaanse ministerie van defensie).
Aan militantheid ontbrak het dit kongres niet.
De eerste spreker was Marcuse. Hij hekelde het politieke systeem in de westerse landen dat hij fascistisch noemde. Het aantal "kritische" (= marxistische) studenten en arbeiders groeit volgens hem wel, maar niet snel genoeg. Het fascisme in de kapitalistische landen groeit niet minder snel, ja misschien wel sneller. Daarom keerde hij zich met grote felheid tegen bomaanslagen van anarchistische bewegingen, zoals de Baader-Meinhof-groep in Duitsland. Ook was hij tegen de bomaanslagen van de IRA.
Marcuse is van mening, dat revolutie in het Westen alleen kans van slagen heeft wanneer het bij de massa aanslaat.
Daarin is hij goed marxistisch. Ook Marx beoordeelde niet elke revolutiepoging gunstig. Er moet eerst een rijping van de maatschappelijke krachten ontstaan en vervolgens moet de revolutie een massabeweging zijn.
Met deze beschouwing verspeelde Marcuse de gunst van verschillende leninistisch-marxistisch geïndoctrineerde studenten.
Het gaat hen met zo zeer om de vraag of het gebruik van geweld wel of niet geoorloofd is. "Vietnam" is voor de jonge generatie het symbool voor geweld en onmenselijkheid geworden, zoals "Dachau" dat voor onze ouders is. Voor hen is Nixon een tweede Hitler en is de milieuverontreiniging een zwakke afspiegeling van de systematische verwoesting van Vietnam. Wie de bomaanslagen van de anarchistische Baader-Meinhof-groep afkeurt, maar van het amerikaanse optreden in Vietnam niets zegt, is volgens Marcuse een huichelaar. En de leninistisch-marxistische studenten konkluderen: wanneer de amerikanen geweld gebruiken, dan zullen wij onze akties ook met geweld kracht bij zetten.
Tijdens het kongres greep plotseling een jongen, behorend tot de Jezus-people, de microfoon. Hij las een stuk uit de Bergrede en riep tot slot: Jezus leeft! Marcuse, die dicht bij de microfoon stond, toonde zich kwaad en riep: dat kan men in elk geval met de feiten weerleggen. Vragen over zijn hoop en verwachting van deze wereld werden schouderophalend door hem beantwoord. "Ik leef en ik werk. Dat is mijn hoop". En met enig sarkasme voegde hij eraan toe: "Als u zich met kletspraatjes over de toekomst tevreden wilt stellen, moet u bij die jongen van de Jezus-people zijn".
• Salvador Allende
Het is niet zo moeilijk om kritiek op Marcuse te hebben. Het is zelfs de gemakkelijkste weg om de kritiek goed uit. te meten, om vervolgens Marcuse terzijde te schuiven en voorbij te gaan aan de punten waarin hij gelijk heeft. Hij heeft de gevaren van het kapitalistisch denken terecht zeer scherp beschreven. Ook al verwerpt men zijn marxistische achtergrond, dat neemt niet weg dat hij ons iets te zeggen heeft.
De macht van grote industriële concerns in het Westen is groot. Zij investeren kapitaal in de landen van de Derde Wereld, maar zij weten er het vijfvoudige en soms het achtvoudige aan winst uit te halen. En deze winst gaat voornamelijk naar de toch al rijke landen in het Westen, zodat de arme landen er weinig aan hebben.
De marxistische president van Chili, Salvador Allende, sprak onlangs voor de algemene vergadering van de Ver. Naties over de uitbuiting van zijn land door het amerikaanse grootkapitaal.
Dit is een ekonomische vorm van imperialisme.
Allende viel president Nixon niet persoonlijk aan, maar hij hekelde de "American way of live".
Bij monde van George Bush werd van officiële amerikaanse zijde verklaard, dat het amerikaanse ekonomische systeem nu een keer zo was ... "Wij geloven geen Imperialisten te zijn", zei hij, want winst maken is nog geen uitbuiting.
Zijn antwoord was uitermate zwak.
Allende sprak namens veel arme landen toen hij zei: "Wij zijn in wezen rijke landen, maar wij leven in armoede.
Wij bedelen om hulp en om kredieten."
De kranten weten ons verder mee te delen, dat de amerikaanse bedrijven alles doen om hun winstgevende belangen in Zuid-Amerika te bewaren en dat Allende in zijn overleg met Moskou over hulp aan Chili goede vorderingen heeft gemaakt ...
• Dom Helder Camara
Een paar dagen nadat Marcuse Frankfort bezocht had, kwam de braziliaanse aartsbisschop Dom Helder Camara.
Hij kwam om het hem toegekende eredoctoraat van de universiteit van Munster in ontvangst te nemen. In Frankfort logeerde de aartsbisschop in het plaatselijke jezuïetenklooster. Hij bediende 's morgens de mis in de kloosterkapel en preekte over de gelijkenis .
van de barmhartige Samaritaan. Wij worden vandaag niet slechts geconfronteerd met de nood en de armoede van enkelingen, maar met die van hele volken. De kranten en de t.v. geven ons informatie over de honger en ellende, die de omvang van werelddelen hebben.
Dom Helder Camara riep zijn toehoorders op zich het lot van de armen en verdrukten aan te trekken en om er in de westerse landen iets aan te doen.
Of zullen de westerse landen, die vaak in een christelijke traditie staan, als priesters en levieten aan de verdrukten voorbij gaan? De aartsbisschop waarschuwde tegen het gebruik van geweld, maar ook voor het gebruik van vrome woorden zonder tot daden te komen. Hij hekelde de schijn-ontwikkelingshulp.
De Verenigde Staten zouden bijv. 3.8 miljard dollar in Brazilië geïnvesteerd hebben als "ontwikkelingshulp", maar 15 miljard als winst uit dit land gehaald hebben. Zo worden de rijke landen steeds rijker en de arme landen nog armer.
Dom Helder Camara sprak zich ook scherp uit tegen het marxistisch socialisme zoals dat op barbaarse wijze in Rusland en China gepraktiseerd wordt.
Het is niets beter dan het slechte kapitalisme in het Westen! In beide systemen wordt de waardigheid van de mens verontachtzaamd.
Volgens hem moeten wij zoeken naar een nieuwe vorm van samenleven en naar een nieuwe vorm van socialisme.
Dit kan echter niet, wanneer wij niet luisteren naar het Woord van God.
Er zijn in het Westen veel mensen, die zich 'met kracht tegen het kommunisme verzetten. Terecht! Maar zij zijn vaak geneigd de ogen te sluiten voor het door en door slechte en anti-bijbelse van het westerse kapitalisme. Te vaak is in het verleden gedacht, dat iemand die zich tegen het kapitalisme verzet, kommunistisch is. Ook Dom Dom Helder Camara heeft men uitgescholden voor "Fidel Castro in priestergewaad" en "kommunistische bisschop".
Dat rondom deze bisschop nogal wat misverstanden bestaan, is niet verwonderlijk.
In de eerste plaats omdat veel agitators in het Westen metterdaad kommunistisch zijn. In de tweede plaats omdat verschillende van zijn uitspraken veel vragen oproepen. Hoe ziet hij dat nieuwe socialisme bijvoorbeeld?
Het socialisme is volgens hem in theorie menselijker en staat dichter bij het Evangelie, dan het kapitalisme.
Hier is veel vóór te zeggen, maar het bezwaar in de praktijk is (ten derde), dat veel theologen die dit verkondigen méér marxistisch dan bijbels redeneren.
Hun voornamelijk marxistische verhaal wordt dan met enkele bijbelteksten versiert. Ik ga op deze drie punten nu niet nader in.
Wie Dom Helder Camara beschouwt als een "kommunistische bisschop" doet hem onrecht en gaat stilzwijgend voorbij aan hetgeen hem drijft. Het komt mij voor, dat deze braziliaanse bisschop een kruisvaarder is tegen het westerse kapitalisme en het oosterse kommunisme en dat hij streeft naar meer gerechtigheid en een betere wereld, hetgeen tot de verantwoordelijkheid van de mens, in 't bijzonder van de christen behoort.
Omdat ik gedurende enkele maanden in het genoemde jezuïetenklooster m'n intrek had genomen was het mogelijk om de diskussies met en over Dom Helder Camara bij te wonen. Het laatste gesprek sloot hij af met de woorden: "Bidt voor de rijken, want zij vallen in veel verzoekingen en in dwaze en schadelijke begeerten. De wortel van alle kwaad is de geldzucht (1 Tim. 6: 9, 10). Bidt voor u zelf en voor uw broeders, dat u aan uw roeping trouw blijft, dat u niet als priesters en levieten aan de arme volken voorbij gaat en dat u het geloof niet tot opium voor het volk maakt."