KERKELIJK LEVEN
1973-02-02
Ieder die een beetje thuis is in wat er in ons landje te koop is kent het woord "polarisatie".- Jaargang 17
- nummer 5
Vooral in het nieuws over de ellendige politieke situatie waarin wij ons momenteel bevinden speelt het een belangrijke rol.
Het woord werd oorspronkelijk vooral in de natuurwetenschappen gebruikt. En wel in verband met bepaalde verschijnselen van het licht en de electriciteit. Maar geleidelijk kreeg het ook een ruimere betekenis. Het wordt nu b.v. ook gehanteerd in de sociologie, de wetenschap omtrent de verschillende samenlevingsverbanden drie onder de mensen voorkomen.
Men onderscheidt voorts wel tussen ten minste tweeërlei soort polarisatie. Die zijn inderdaad verschillend van opzet en doelstelling.
Maar ze hangen tegelijk ook nauw met elkaar samen. De éne gaat namelijk al heel gauw over in de andere.
De eerste vorm van polarisatie bestaat hierin dat bepaalde mensen of mensengroepen zich inspannen om zich - b.v. op het terrein van de theologie of de politiek - zo scherp mogelijk eigen opvattingen en overtuigingen bewust te maken, ze daarna zo zorgvuldig mogelijk onder woorden te brengen, om ze dan en zo tegenover die van anderen af te grenzen.
Een dergelijke polarisatie is op zichzelf een goed ding. Ze dringt allen die daarbij betrokken zijn tot een grondige analyse en inventarisatie van wat men werkelijk denkt, weet, gelooft. Ze dringt, anders gezegd, tot ,grondig zelfonderzoek en leidt tot dieper zelfkennis. Ze brengt hen die er toe overgaan er ook toe het wezenlijke van het bijkomstige in de wereld van eigen gedachten en overtuigingen te onderscheiden. Heel vaak staat een dergelijke polarisatie in dienst van de poging om tot eenheid van opvatting en zo ook tot eenheid van optreden en handelen te komen.
Deze soort polarisatie vindt b.v. plaats in het streven van kerken om tot vereniging te komen.
Maar, zoals gezegd, polarisatie kan ook iets anders zijn. Het zich scherp realiseren van wat men denkt, gelooft, hoopt kan er ook toe leiden dat mensen individueel of in groepsverband zich ten opzichte van elkaar gaan afzetten. Men overaccentueert dan de verschillen en drijft ten gevolge daarvan mensen en mensengroepen uiteen. Deze polarisatie omschrijft Van Dale's woordenboek als "het ontstaan of toenemen van (tot dan toe verborgen) spanningen en tegenstellingen in een groep."
Wij hebben die polarisatie levensgroot gezien b.v. in de P.S.P. Tot tweemaal toe hebben in deze partij van de "vredelievenden" de mannen als tijgers tegenover elkaar gestaan en de partij daardoor uiteen gescheurd.
En we beleefden ook een fatale en weerzinwekkende polarisatie bij de P.v.d.A. Eerst werd ze bedreven in die partij door "Nieuw Links". Die vond haar afsluiting in de beruchte "berendans" van Van der Louw. Eh ze leidde tot de afscheiding van de DS '70 van Drees Jr c.s. In deze dagen bedrijft de P.v.d.A. als geheel polarisatie, doordat ze, ondanks het verzet van meer bezonnen leidslieden, iedere samenwerking om tot een eensgezinde en sterke regering te komen radikaal afwijst - behalve met partijen die integraal háár regeringsprogram aanvaarden en ermee akkoord gaan dat háár mannen de voornaamste ministerszetels bezetten.
Men kan déze polarisatie met minister Boersma typeren als "apartheidspolitiek".
Maar beter nog kan men haar kwalificeren als anti-democratische "partij-dictatuur", een variant van de "dictatuur van het proletariaat."
Ook in de kerk wordt polarisatie gesignaleerd.
Zo wordt b.v. de verontrusten in de (synodaal) Geref. Kerken verweten dat hun actie de polarisatie, het tegen elkaar opzetten van de verschillende nuances in de gereformeerde kerkelijke wereld, bevorderde. De vraag is evenwel of niet prof. Kuitert c.s. dat door hun provocerend optreden doen en het optreden van de "verontrusten" in deze wel iets anders is dan de ontmaskering van die polarisatie.
Hetzelfde kan men zeggen ten aanzien van wat in de Ned. Herv. Kerk plaatsvindt. De opstellers van het bekende "Getuigenis" wordt eveneens in de schoenen geschoven dat zij zich aan polarisatie schuldig maken.
De vraag is evenwel weer of de mannen van het "Getuigenis", die in feite niets meer deden dan het weer in de herinnering terugroepen van essentiële momenten uit de Gereformeerde confessie, iets meer deden dan het in het licht plaatsen van het reeds door anderen sinds jaren op gang gebrachte polarisatieproces.
Tegenover deze in de kerk optredende polarisatie propageren nu velen de z.g. concildariteit.
Die term is vooral bekend geworden door een artikel van dr A. H. van den Heuvel, de nieuw benoemde secretaris-generaal van de synode der Ned. Herv. Kerk. Hij schreef daarover een sindsdien veel besproken artikel in het Wending-nummer van jan. 1972.
Conciliariteit werd oorspronkelijk opgevat als het samenkomen van vele lokale kerken binnen het geheel van de universele kerk.
Het werd zo min of meer een "geografisch", een aardrijkskundig begrip. Door Van den Heuvel werd er daartegenover een "kwalitatieve" betekenis aan gegeven. Hij brengt het nl. in verband met het als het samenkomen en samenleven van diverse groepen binnen dezelfde kerk. Bij voorbeeld van de "horizontalen" en de "verticalen". We zouden daarnaast ook kunnen zeggen: van de "vrijzinnigen" en de "orthodoxen". Conciliariteit heet dan voorzichtig, nederig, geduldig. Ze sluit in een doorvragen tot men elkaar begrijpt.
Ze zoekt gemeenschap. Conciliariteit staat daarom diametraal tegenover polarisatie.
Die zoekt een stok om de hond te slaan, die wéét alles, die "proclameert", die sluit buiten de gemeenschap, die gooit alles op één hoop.
Dit betoog van dr Van den Heuvel zal nog wel vaak in discussie komen. Want het raakt een essentieel, èn actueel aspect van het kerkelijke leven.
Ik wil hier een bijdrage laten volgen voor die discussie.
Om te beginnen: het evangelie heeft zelf een sterk polariserend karakter. Op de derde bladzij van de bijbel lezen wij het bekende woord over een strijd, die er voortaan zal zijn tussen de mens en de slang, dat is: tussen de mens en de macht van het kwaad. Latere uitleggers hebben gesproken over een strijd tussen het "vrouwenzaad" en het "slangenzaad" met het uitzicht op Hem die eenmaal het slangenzaad zal vertreden.
Nog in de bijbel gaat het over de oude slang de duivel en de satan die de gehele wereld verleidt (Openbaring 12: 9). Een kerkvader als.
Augustinus ziet de strijd tussen het Rijk (de "stad") van God en het Rijk (de "stad) van de duivel reeds in het paradijs beginnen, eigenlijk al eerder: nog in de wereld van de engelen. Zijn boek over de "Stad Gods" is een grandioze visie op een strijd, die eenmaal zaï eindigen in een eeuwige Sabbat.
Het Oude Testament heeft vele voorbeelden van een Woord Gods, dat mensen en volken drijft in een strijd, een aanvechting die gaat tot op het bot. Bij de dagelijkse Schriftlezing viel mij bijvoorbeeld op, dat een profeet geroepen kan worden over volken en- koninkrijken "om uit te rukken en af te breken om te verdelgen en te verwoesten, om te bouwen en te planten" (Jer. 1 : 10). Aan zijn prediking zullen ook de mensen van zijn eigen volk "vallen en struikelen" (Jer. 6 : 15). Bij de profeet Jesaja is de Here "een steen waaraan men zich stoot, een rotsblok waarover men struikelt" (Jesaja 8 : 14).
In het Nieuwe Testament keren dezelfde motieven terug. De oude Simeon spreekt over het Jezus-kind in de tempel de profetische woorden: "Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van vellen in Israël tot een teken dat weersproken wordt, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden". Daarbij kan men in de uitlegging zo ver gaan, dat Jezus niet alleen voor sommigen tot een val en voor anderen tot een opstanding zal zijn, maar voor dezelfde mensen tot een val moet worden opdat dezelfden aan Hem zullen opstaan. Intussen, welk een polarisatie heeft deze Jezus niet opgeroepen onder het Joodse volk tot op vandaag. Zelfs de Romeinse overheid wist geen raad met Hem. Tenslotte hebben ze Hem maar laten doodslaan aan een kruis.
Het zijn evenwel niet alleen volken, onder wie het tot een scheiding der geesten komt door de werking van het evangelie. Ook de gemeente wordt daardoor getroffen.
Zonder het evangelie zou het nooit gekomen zijn tot een strijd als rondom Nicea en Ohalcedon, de belijdenis van Jezus Christus als wezenséén met God de Vader, waarachtig God en waarachtig mens in de eenheid van de persoon.
Soms vraag je je wel eens af: hoe is het mogelijk dat duizenden over zulke vragen in beroering zijn gekomen, en roverssynoden zijn gehouden, revolutie is gepleegd op de straten van Constantinopel over de vraag of Maria nu wel de Moeder Gods genoemd mag worden. Hoe is !het mogelijk, dat Augustinus en Pelagius fel tegenover elkaar stonden en wel met als aanleiding een woord uit de Belijdenissen: "Geef wat Gij beveelt en beveel (dan) wat Gij wilt". Erasmus en Luther over de vrije wil. Heeft Luther niet sterk gepolariseerd door Romeinen 3 vers 28 te vertalen met: "alleen door het geloof" (terwijl 't woord "alleen" in het oorspronkelijke grieks niet voorkomt). Had een rooms-katholiek polemist in die dagen niet volkomen gelijk door over de polariserende reformatoren te spreken, als de "vervloekte alleen-zeggers"? Alleen door het geloof, Christus alleen, genade alleen. Ongetwijfeld, menselijke eigenschappen, hebbelijkheden en onhebbelijkheden hebben in de kerkgeschiedenis een 'grote rol gespeeld. De synoden van de vroeg-christelijke kerk waren inderdaad dikwijls "roverssynoden", sterk bepaald door politieke machtsstrevingen, Bekend is de grofheid van Luther tegenover zijn tegenstanders. De scheldwoorden van Calvijn klinken eeuwen nog door.
Nog dichterbij, zou Kar! Barth niet te ver zijn gegaan door in 1934 het scherpe "Nein" te schrijven tegen Brunner, die een pleidooi voerde voor een natuurlijke theologie van het "aanknopingspunt" in de mens voor de verkondiging van het evangelie: zijn geweten, de aanspreekbaarheid voor het Woord Gods? En toch, eerst het eenzijdige Neen! van Barth, de uitspraken van de synode van Barmen in dezelfde tijd dat een christelijk verguld nationaal-socialisme zocht naar een tweede openbaringsbron in volk, ras, bloed en bodem, heeft helderheid gebracht in de verwarde situatie van de dertiger jaren.
Eigenlijk heeft het evangelie een polariserende kracht ook in de onherhaalbaarheid en de enkelheid van een mens in zijn persoonlijk bestaan.
Het is eerst door het evangelie, dat een mens komt in de tweestrijd. Hij wordt er toe geroepen te vechten tegen alles, dat hem van God aftrekt.
Dat kan zelfs zo ver gaan, dat hij het uitschreeuwt: "Niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik!"
Hij voelt zich de gevangene, niet van de omstandigheden, niet van allerlei machten buiten hem, maar van een macht die uit hemzelf opkomt en in het moeras trekt. Daarom ook, ik, ellendig mens! wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Of zou een mens die nog geen weet heeft van 't evangelie eerder tot deze wanhoopskreet komen dan 'n mens die het evangelie kent?
De uitleggers hebben al eeuwen lang van mening verschild over de bekende passage uit Romeinen 7: 13-26. Tegenwoordig tracht men dan tot een gemeenschappelijke opvatting te komen: dat de situatie van de mens die
Christus nog niet kent hier beschreven wordt maar dat alleen in het geloof zo over deze mens gesproken kan worden. Alsof dit niet inhoudt, dat juist de mens d1ie gelooft zichzelf telkens weer ontdekt als iemand die Christus nog niet kent.
Conclusie: we moeten wel ietwat voorzichtig zijnhiet woord en de zaak van de "polarisatie" uitsluitend negatief te beoordelen. In het evangelie zegt de Heer: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; ... (eerder) het zwaard ... tweedracht". Dat mag geen aanleiding voor ons zijn om nu al onze agressiviteit bot te vieren zoals helaas maar al te vaak is gebeurd. Maar tegelijk gaat het te vlot om polarisatie en concliariteit met een "of" tegenover elkaar te stellen. Blijkbaar moeten wij door de polarisatie heen om de werkelijke vrede te verkrijgen. Door de tweestrijd in ons eigen hart.
Hoe zich dan toch deze tweestrijd in de gemeente en het samenkomstkarakter van de verschillende groepen met elkaar te laten verbinden, laat zich voor alle tijden niet op een formule vastleggen. Het verstandigste is de brieven van Paulus aandachtig hierop na te lezen. Enerzijds de sterk polariserende brief aan de Galaten: vervloekt ieder die een ander evangelie brengt dan wat wij u verkondigd hebben. Anderzijds de dringende waarschuwing in de brieven aan de Korinthiërs tegen de partijschappen.
Het lijkt me nu de tijd om alle aandacht te richten op de eenzijdigheid van het evangelie.
Zoals de lezers natuurlijk reeds lang hebben gemerkt is deze bijdrage in de discussie niet van mij.
Ze is van de hand van prof. Lekkerkerker.
En ze verscheen in het Hervormd Weekblad van 18 oktober j.l. Ik had ze direkt apart gelegd om ze in de Persschouw op te nemen.
Sindsdien is prof. Lekkerkerker van ons heen gegaan, Wat hij voor de kerk betekende heeft ds Mooiweer in ons blad aangeduid in zijn warm gesteld "In memoriam".
De Ned. Herv. Kerk, en speciaal zij die daarin trouw willen blijven aan het Evangelie zoals God dat in de tijd van de grote Reformatie weer uit de duisternis van de afvallige kerk in het volle licht plaatste, hebben in de laatste maanden wel zeer zware slagen ontvangen.
En niet alleen zij, maar allen die het "Reformatorisch erfgoed" willen bewaren.
Eerst stierf prof. Haitjema, toen prof. Van Ruler, daarna prof. Van Niftrik, toen prof. Lekkerkerker en nu pas ds Boer. Juist van hen verwachtten we zoveel steun in de worsteling om in de storm van de "nieuwe theologie"
het authentieke Evangelie trouw te blijven! Gods doen is altijd wonderlijk!
Waarom, zo vragen we ons af, gingen deze mannen heen nu we ze meer dan ooit nodig hadden?
Het artikel van prof. Lekkerkerker dat ik overnam is het laatste dat hij geschreven heeft.
Het is zijn geestelijk testament.
Het is opvallend dat hij daarin net als prof. Van Niftrik, in het vroeger door mij overgenomen laatste artikel van diens hand, het centrale moment van het Evangelie in het volle licht plaatst.
Het is voor de kerk een zaak van zijn of niet zijn dat zij zich door Paulus, of beter gezegd: door de Heilige Geest, laat gezeggen dat er geen ander Evangelie is dan dat ons in de Schrift wordt verkondigd. En dat wie een "ander Evangelie" brengt door'" God wordt vervloekt.