GEBED

1973-02-09
  • Jaargang 17
  • nummer 6
Hoe licht valt het, o Heer, met U te leven.
Hoe licht ook het geloof in U.
Wanneer verslagen is mijn geest in 't binnenste van mij,
Als zelfs de scherpsten aan de nacht niet kunnen zien voorbij"
Niet wetend wat zij morgen moeten doen,
Verleent G'aan mij de zekerheid
Dat Gij bestaat en mijner steeds gedenkt,
En dat niet zijn versperd de wegen der gerechtigheid.
Terwijl 'k de heuveltop van aardse roem bestijg,
Wend ik mij om en staar, verbaasd, naar 't pad
Dat leidde herwaarts mij aan wanhoop ver voorbij,
Alwaar óók ik op 't 'mensdom om mij heen weerkaatsen mag de straling van Uw glans.
Laat wat ik verder nog weerspiegelen zal mogen door U bepaald zijn, Heer,
En wijs Gij and'ren aan daar waar ik 't straks begeef.

Uit: R. Valkenburg- Rumoer rond Wurmbrand




Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief