HET BEWEEGOFFER

1973-02-09
  • Jaargang 17
  • nummer 6
Daar komt in de boeken van Mozes een merkwaardig woord voor, dat u (mag ik even wedden?) vandaag nauwelijks kent. Het beweegoffer. Het Grootnederlands Woordenboek van Van Dale zegt er van: een offer dat voor de Heer bewogen wordt. En dan bent u weinig wijzer. Wist Van Dale veel van de O.T. eredienst?

Maar u snuffelt verder. Bijvoorbeeld in Van "Deursen's Bijbelse Encyclopaedie of in Kok's Chr. Encyclopaedie. Hé, in beide werken komt u hetzelfde artikel van prof. dr W. H. Gispen tegen. Dat artikel is vrij ingewikkeld en vol hebreeuwse woorden - maar het beweegoffer komt niet erg uit de verf.
Wat staat er dan over te lezen? Dat het woord verband houdt met het werkwoord bewegen; dat die beweging zowel heen en weer kan zijn (als bij een sikkel), als op en neer (als bij een hamer), als voor- en achteruit (als bij een zaag). En verder dat offers of delen van offers voor het aangezicht van de Heere bewogen werden in oudtestamentische tijden. En verder dat middeleeuwse rabbijnen dachten aan een beweging naar de vier windstreken, maar dat zij het mis hadden. (Waarschijnlijk waren zij voorlopers van het horizontalisme?) En verder dat de Misjna spreekt van een combinatie van twee bewegingen: zowel heffen en dalen als voor- en achterwaarts. En dat dit wel goed kon zijn. En verder dat de joodse overlevering dit offer ziet als een geven-en ontvangen.
En dat laatste lijkt zeker juist te zijn.

Om even een misverstand te voorkomen: het woord hefoffer (Statenvertaling) heeft niets met de beweging van beweegoffers te maken; het is een heffing, een selectieve afzondering, een heiliging van vee of koren of andere eigendommen ten behoeve van de Heere.
Een hefoffer is dus iets, dat apart werd gezet; zoals een joodse veehouder een lam apart zette voor de eredienst, het dier "heiligde".

Maar met dat al is het beweegoffer toch weinig uit de verf gekomen, vindt u niet? Laten wij er eens op doorgaan. In Leviticus (23: 11, 12) wordt van een garf gesproken, eersteling van de oogst, die voor Gods aangezicht bewogen moest worden: "opdat gij welgevallig zijt". Aha, hier is een gebod-met-een-belofte!
Bij de priesterwijding is sprake van een beweegoffer op de handen van de priester, waardoor deze zijn eerste dienst voor het aangezicht van de Heere uitoefende. Ook een deel van een offer (de borst bijvoorbeeld) kon bewogen worden. Een brood kon voor de Heere bewogen worden. Maar ook het goud voor de tempelschatten is als beweegoffer voor Gods aangezicht gebracht.
Eveneens het koper is bewogen. Opdat die offers Gode welgevallig mochten zijn. (Ik bespaar u nu maar even de bewijsplaatsen. U moet me dat beetje crediet geven - en het anders maar zelf opzoeken).

Wat gebeurde daarna met die beweegoffers?
De etenswaren, vlees en brood, vielen aan de priester toe, die van het altaar mocht leven.
Het goud en koper werd voor de tabernakel gebruikt. Maar beide soorten beweegoffers kwamen de eredienst, dat is de Heere zelf, ten goede. Al mochten de bewegende priesters het eten. De joodse overlevering schijnt dus wel terecht erop te wijzen: dat een beweegoffer de Heere geschonken en van Hem terugontvangen werd.

Heel merkwaardig dat bij de enorme heffing voor Salomo's tempelbouw niet meer sprake is van een beweegoffer. Er was wel een heffing.
Ieder zonderde van zijn bezit af, wat hij aan de Heere kwijt wou. Ieder volgde Davids koninklijke voorbeeld. Ieder gaf vrijwillig uit een volkomen toegewijd hart. Ieder had vreugde bij het geven. David zag het aan en verheugde zich met grote vreugde. Is het niet zaliger te geven dan te ontvangen?

David heeft een psalm gewijd aan die kolossale collecte. En de mooiste woorden uit zijn lied vind ik deze:

Wie toch ben ik, en wat is mijn volk,
dat wij in staat zouden zijn
zulke vrijwillige gaven te schenken?

Want het komt alles van U
en wij geven het U uit Uw hand.

Al deze rijkdom komt uit Uw hand
U behoort het alles.

Jawel, dat zijn schone woorden. Vroeger hadden we een predikant, die zei: je kunt hier denken aan een kind, dat Moeder bloemen geeft van het zakgeld, dat het eerst van Moeder gekregen heeft. En dat zal wel heel dicht bij de waarheid liggen.

Maar er zit meer in die schone woorden van David. Het beweegoffer, dat u bij deze collecte miste, zit in Davids woorden opgesloten.
Van een gebaar is het beweegoffer opgeklommen tot een gebed. Van een symbool groeide 'het uit tot werkelijkheid. "Het. komt alles van U - en wij geven het U uit Uw hand".
Ziet u de beweging? De ponderabele materialen worden van de grond geheven - en terugontvangen Ze worden ten hemel geheven - en op de grond teruggezet. Zodat de gevers "Gode welgevallig waren".

De franse componist Maurice Ravel (u kent hem toch? Al is het maar de Sonate voor piano of de Boléro), deze Ravel schreef een stukje muziek, dat als een bijna onaards kleinood mag worden gesavoureerd. Het heet: Pavane pour une infante défunte. Een pavane is een oude dansvorm, waarin het woord pauw ligt besloten. Deze pavane is dus opgedragen aan een overleden prinsesje. Wat houdt die spaanse pauwendans in?

Er bestaat een oud spaans gebruik om een vorst op een feestdag het eerbetoon van een gebraden pauw te brengen. Dat gaat heel plechtig. De pauw ligt, prachtig opgemaakt, op een enorme schotel die op een draagbaar is gezet. Vier edelen dragen de pauw. Ze heffen het offer en doen een paar stappen, richting vorst. Dan gaan ze een stap terug, zetten het offer neer en rusten. Dit gaat eindeloos door in uiterst langzame en verfijnde beweging - tot eindelijk de vorst is bereikt. Daarbij lópen de hidalgo’s niet maar ze schrijden. Weet u, dat spanjaarden leren op schone wijze te gaan? En weet u, dat schrijden van huis uit een danspas inhoudt?
Welnu, dan begint u iets van een beweegoffer te zien. Een pavane voor een gestorven koningskindje krijgt nu zin en inhoud: het volk geeft zijn geliefde aan de Heer terug. Die gegeven heeft. Die genomen heeft. Wiens naam geloofd zij. Opdat wij mensen Gode welgevallig zullen zijn.

Toen de Heere door de stem van Mozes zijn gebod inzake het beweegoffer gaf, was -dat bekende taal voor Israël. Zoals alle dingen uit de Mozaïse wetgeving bekende taal waren.
Men kende in Egypte toch ook de zilveren trompetten? En de vijftonige toonreeks? En het "gebroken geklank ", de fanfare? En de ark en de tabernakel en het offer en de wassingen?
Zo kende men in Egypte het beweegoffer stellig ook. U zie maar naar de reliëfs en muurschilderingen in koningsgraven: hele optochten van slaven in dansreien.

En zie nu David voor de ark dansen. Huppelen, zoals de statenvertaling zei? Wel nee.
Hij deed mee aan de "statelijke reien" uit psalm 45. De ark werd "opgebracht". Dat betekende geen mars van de dorsvloer van Nachon naar de dorsvloer van Arauna, waarbij de rechte lijn de kortste verbinding betekent.
Maar dit was een uitgebreide feestelijke plechtigheid, waarbij David zijn jas moest uittrekken van inspanning. Om de zes schreden: een offerpauze. Of werkelijk op elke zes pas een paar dieren geslacht zijn - dan wel of ze opgeheven en bewogen zijn - ik weet het niet. Maar een muziek, dat er bij geklonken heeft! En een feest, dat er gevierd is! En een staatsie, die ten toon gesteld is!

Wilt u er meer van weten - ga dan met Pinksterdrie naar Echternach in Luxemburg.
(U weet wel, dat is een van de springplanken geweest bij de kerstening van Westeuropa; zoals Iona in Schotland ook een springplank was.) Maar wel vroeg aanwezig zijn - want de straten staan anders vol.

Daar in Echternach, de vroegere standplaats van Willibrordus, vindt u de eeuwenoude religieuze dans, het beweegoffer, nog elk jaar herhaald: de springprocessie van Echternach.
De mannen houden in rijen van vier elkaar bij de zakdoek vast en treden "met statelijke reien" drie passen voorwaarts en één achteruit -, ter ere van Sint Willibrord.
U vergeet de onjuiste heiligenverering, maar u let op het model. Een extatische mensenmassa, in beweging ten offer.

"Strak in het gelid deinen lichamen op en neer, zwijgend en verbeten worstelt ieder met zijn hang naar het aardse" (vermoedelijk is hier niet meer dan de zwaartekracht bedoeld).
"Het adembenemende rythme stuwt de gelederen onverbiddelijk verder en de vermoeiden drijven mee op de golven van het enthousiasme. Dit enthousiasme wordt georchestreerd door de muziek, die op deze dag domineert. Meedogenloos houdt zij de massa in beweging en meer dan dat: zij weet de waardigheid en gratie te handhaven in een processie, die zich zonder haar in een logge gang zou voortslepen". - "Een zwijgende massa gelovigen, die enkel met hun voeten bidden, een raadselachtig werk van boete en ascese, een intense cultus van de Heilige Willibrord, dat alles is de springprocessie van Echternach", zegt een gids.

Is dat niet mooi gezegd: een zwijgende massa gelovigen, die enkel met hun voeten bidden?
Was het niet de kerkvader Chrysostomus, die wilde dat wij ook met handen en voeten zouden bidden? En dan te bedenken, dat dans niet anders dan zichtbare muziek is! Zo'n pantomime, zo'n zwijgende hymne -dat moet ook Davids schrijdende danspas zijn geweest voor de ark. Zo'n offer moest de Heer behagen. Opdat het volk Gode welgevallig mocht zijn.

En zo moet ik bij het beweegoffer altijd denken aan die statelijke reien van de religieuze dans. Geven en nemen. Beweging en tegenbeweging.
Ontvangen uit Gods hand - en teruggeven, ons offer. Zoals heel ons leven een dankoffer mag zijn. Vallen en opstaan.
Geloven en twijfelen. Kermen en juichen.
Zuchten en zingen. Uit de diepten en vanaf hoogten. Bidden en danken. Vergeven en van vergeving leven. Talenten ontvangen en vruchten voortbrengen.

Stilstand is dood. Alles beweegt. Alles is offer.
Allen zijn wij in beweging, zijn wij beweegoffer, worden bewogen door Gods bewegende hand. Zo gaan wij op tot Gods altaren.
In extatische processie. In pauwendans.
In een zichtbare muziekstroom opgenomen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief