2 Samuël 1: 17-27

1973-02-23
  • Jaargang 17
  • nummer 8
Krokodilletranen of 'Eerlijk voor God'?

En David klaagde dit klaaglied op Saul en z'n zoon Jonathan. Nota bene: 't staat in 'Het boek des oprechten'.

Natuurlijk: over de doden niets dan goed. Saul z'n dood is toch David z'n brood. En dus is het makkelijk een klaaglied te klagen, ook al wordt 't dan een topper in de wereldliteratuur.
Maar zo simpel is het niet. Immers, om een bijdrage te mogen leveren aan 'Het boek des oprechten', moet je zèlf oprecht zijn. En als je zegent wie jou vervolgt, als je zegent en niet vervloekt, dan ben je toch wel ècht oprecht!

Verslagen op eigen terrein

Het sieraad, o Israël, op uw eigen hoogten verslagen!
Ach, gevallen zijn de helden!

Schandvlek of sieraad; tiran of held - dat scheelt nogal wat!
Prachtkerels, krachtkerels, zegt David. Hoe bloeide de bloem der natie! De sirocco van de oorlog jaagt erover heen en: hun plaats kent hen niet meer.
Uw plaats, o Israël! de plaats waar zich de Heer koos vaste voet.
Gevallen, niet in een ver voorhoedegevecht met zonde en dood, maar gevallen op Gods eigen grond. Niet 'uit' maar 'thuis' verslagen.
Als u goed doet en dan lijden moet verduren, dat is genade bij God.
Maar mag dát roem heten, als u slagen moet verduren omdat u kwaad doet? Dàt is het wat hier knaagt en klaagt.

Wereldse tipper-tape-parade

Gaat niet naar Gath, evangeliseer niet in de straten van Askelon, opdat de dochters der Filistijnen zich niet verheugen, opdat de dochters der onbesnedenen niet jubelen!

Och, je weet zelf hoe dat gaat. Je hebt de vijand overwonnen, als bevrijder keer je terug. En ze staan al op je te wachten, de vrouwen, met tamboerijnen en triangels, met dans en zang: "Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden." Zo gaat dat, als je overwinnaar bent.
En zo gaat het nu in Gath. Met je woorden zou je ze nog tegen willen houden: hoe bitter zijn de voeten van hen, die een goede boodschap brengen aan de buitenverbonders. De val van de kerk is evangelie voor de wereld. Voorwaar, er is gegnuif en gegniffel in de hel over één koning-Saul die op Gilboa valt, meer dan over negenennegentig koningen-Achis die al wonen in Gath.
En soms, soms ligt Gilboa heel dicht bij Krommenie, heel dicht bij ... en vult u zelf maar in.

De val van de messias

Bergen van Gilboa, noch dauw noch regen zij op u, noch velden offergaven.
Want daar is weggeworpen het schild der helden, het schild van Saul, het wapentuig van de met olie gezalfde.

Regen is zegen, de zon komt van zonde.
De kerk die in verwachting is van haar Here - die komt de aarde te hulp. Maar de Gilboalinie werkte tegen, omdat Israël zelf tegenwerkte.
Het is geen noodlot als de kranen worden dicht gedraaid, het is gericht over schamel geloof, schriele liefde, schortende hoop.
Dàt is het verschrikkelijke: de messias is gevallen! Gods geheime wapen verspeeld. Daarom klaagt de Oprechten-Passie: "Ach Gilboa, ongelukkig Gilboa - de schuldige moet hier schuldig sterven."
Is het niet om te huilen, als ik Christus' naam niet belijd, mezelf tot een levend dankoffer Hem niet offer, met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel niet strijd. Het is om te huilen, ja meer nog: het is om te klagen!

Profiel van een held

Zonder het bloed der verslagenen en het vet der helden keerde de boog van Jonathan nimmer terug, en ledig kwam het zwaard van Saul niet weder.
Saul en Jonathan, zo beminnelijk, zo innemend, waren in leven en sterven niet gescheiden.
Zij waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen.
Dochters van Israël, weent over Saul, die u weelderig kleedde in scharlaken, die gouden sieraden hechtte aan uw klederen.

Wantrouwen jegens God, liefdeloosheid jegens de broeders - dat is niet het laatste wat je over Saul kunt zeggen. De nieuwe naam die hij van David krijgt, is de oude naam die hij van God ontving.
Saul, in één adem genoemd met Jonathan, de vriend van David, de vriend van God.
Een dapper vechter voor Gods koninkrijk. Z6 innemend: Jonathan had het niet van een vreemde. De vader van het welvaartswonder.
Gods instrument om Israël te verlossen van de Filistijnen. Zo'n goed instrument, zo'n fijn instrument!
En dat zegt de vervolgde van zijn vervolger!

Zij zoekt zichzelf niet

Hoe zijn de helden gevallen temidden van de strijd!
Jonathan ligt verslagen op uw hoogten.
Het is mij bang om u, mijn broeder Jonathan, gij waart mij zeer lief; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde van vrouwen.

Immers, de liefde van vrouwen spreekt vanzelf. Maar de liefde van Jonathan sprak niet vanzelf. . .
Weten dat je opzij moet voor je vriend. Jezelf verloochenen en de ander uitnemender achten dan jezelf. De Here liefhebben boven alles en je concurrent als jezelf. En dàt deed Jonathan.
Broeder, mijn broeder Jonathan!

De boog kan altijd gespannen zijn

Ach, gevallen zijn de helden, verloren de strijdwapens!
En David gaf bevel de Judeeërs de boog te leren.

Hoeveel oorlogsmateriëel van God is verloren gegaan! Verkeerd heeft Benjamin de kerkstrijd gevoerd. Nu moet Juda leren hoe het wèl moet: vechten in Gods koninkrijk.
Zo voert het volk van God zijn strijd: het beidt Zijn tijd.
Zo draagt het volk van God Zijn leed: het weet Zijn eed.
Zo krijgt het volk van God zijn loon: het volgt Zijn Zoon.
Zo is Gods volk altijd geweest: vol van Zijn Geest.




Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief