Toepasselijke kerkzang

1973-02-23
  • Jaargang 17
  • nummer 8





n.a.v., Hans Bouma "Liedjes van Verlangen"
Zomer & Keuning, f 6,90.

Hebt u dat ook - wanneer u een goede preek aanhoort - dat uw tong jeukt om mee te mogen doen?
Nu, dan begrijpt u me als we spreken over toepasselijke kerkzang.

Je hebt predikanten, die hun dogmatisch en homiletisch doorwrocht werkstuk op zaterdagavond klaar krijgen - en die dan nog gauw wat versjes er bij zoeken. Want de gemeente wenst ook haar mond open te doen; zij het bescheiden.
Maar je hebt ook predikanten, die tekst en exegese steunen op en staven met een toepasselijke kerkzang.
Die als goede herders niet zelf het gras voor de voeten der schapen wegmaaien; noch ook hun het gekauwde gras in de mond geven; maar die hun gemeenten leiden in grazige weiden.

Zo heb je predikanten, voor wie het uitzoeken van de toepasselijke kerkzang een stuk pastorale praktijk is: het kennen en vinden van die liederen, die een toepassing van het gekozen Schriftwoord leveren.
Zodat de gemeente de profetie overneemt en met eigen mond mag prediken. Want wel is het fijn, dat een predikant het Woord bedient, tot vrijspraak van alle gelovigen. Maar nog veel fijner is het, als die gelovigen met eigen mond gaan zingen, tot hunner zielen zaligheid. Zo zegt het Paulus, Rom. 10: 10. Zo zegt het de Geest. Wij zingen ons samen de hemel binnen.

Ds Hans Bouma (ook een predikant kan een voornaam hebben) geeft zijn gemeente een aandeel in de prediking. Een fors aandeel - en dat is het beste getuigenis, dat van een predikant te geven is.
Hij beperkt zich niet tot de psalmen - zoals onze calvinistische vaderen deden. Hij kiest ook niet zo zeer voor het berijmde Schriftwoord - zoals de Bèze en anderen deden. Hij beperkt zich zelfs niet tot de vrije parafrase - zoals Luther graag deed. HB komt met het eigentijdse lied, als Huub Oosterhuis, Willem Barnard en anderen deden. Hij komt met beeldrijke en toch simpele taal en bezingt alles, waarvan de christen zo graag zingt als het vrome volk vergaderd is. En vraagt u me nu: wat treft u het meest in de liederen van H.B.? dan zou ik willen zeggen: dat HB de gemeente zelf de toepassing op de tekst laat zingen.

Want dat is het fijnste, geloof ik. Een doodenkele maal hoorde ik een voorganger, die zijn tekst samenvatte in een eenvoudig tweeregelig vers en dit als een refrein door zijn preek weefde. Dat is knap.
Het is ook goed en wijs en boeiend. Maar het bleef jenseitig - een optreden aan gene zijde van de lessenaar. Zonder dat de gemeente zelf dit refrein beaamde. De gemeente bleef onmondig en moest de profetie over zich heen laten gaan. Pas wanneer een predikant het juiste lied als slotzang heeft gevonden kunt u horen: of de gemeente geluisterd heeft, of ze ook blij is dat ze het gehoorde Woord zelf in de mond mag nemen, uitjubelen, een lofzang mag aanheffen, waarboven de Heilige wil tronen.

Ik heb ook eens een predikant meegemaakt, die een verrukkelijk lied citeerde. Dan zei hij spottend: hebt u dat nu ook, gemeente: dat u zo'n lied zou willen zingen? Helaas, het gaat niet; want het staat in het verkeerde boekje. Ik zei hem eens: dat lapt u ons nu niet weer. Een volgend maal zet ik zo'n lied meteen in en u staat voor de gevolgen.

De D.K.O. ten spijt! En de predikant is er voor bezweken. Toen hij weer eens op het goede moment het goede lied citeerde (die man kent gewoon alles uit het hoofd) vroeg hij: durven we het te zingen, broeders en zusters? Ja toch zeker?
De lach ging door de kerk en het lied ging door de hemelen heen.

Ds H. Bouma is zo'n predikant. Of die nu preekt uit Numeri 14: 7 (het goede land) of uit Jesaja 52 : 13-15 (ongezien en ongehoord) of uit Ezechiël 37 (de doodsbeenderen) of uit Genesis 13 (de keus van Lot) of uit Efeze 5 : 15-16 (wandelen als wijzen) of uit Filipp. 2 (eensgezind zijn) of uit Matth. 27 : 37 (Koning Jezus) of uit 1 Cor. 15 : 20 (opstanding) of uit Marcus 13 (waken) of uit Joh. 1: 12 (kinderen Gods worden) of uit Genesis 1 (de schepping van de mens) of uit Psalm 22: 4 (de Heilige, die troont op onze kerkzang) of uit ... Maar wilt u nog meer weten? Nog véél meer? Koop dan het boekje van BB of een van zijn vorige boekjes, "God wonend bij mensen" (Kok, Kampen) of "Een nieuwe schepping" (Voorhoeve, Den Haag). En zing u zalig!

Laat me u de eerste twee mogen geven. Romeinen 8 : 19 gaat over de schepping, die met reikhalzend verlangen wacht tot wij als kinderen Gods openbaar worden. En dan zingen Gods kinderen:

Wij komen samen tot Gods lof,
God woont bij ons, houdt open hof,
genadig wil Hij ons ontmoeten.
Hij riep zijn naam over ons uit,
Hij vond ons, bracht ons bij zich thuis,
laten wij juichend Hem begroeten.

Hij schept behagen in ons lied,
God wil zijn volk gelukkig zien,
Hij leeft op onze lofgezangen,
Hem loven is voor ons een plicht,
Hij heeft zijn hoop op ons gericht,
wij zijn het lied van zijn verlangen.

Gods Woord stemt ons tot vrolijkheid,
wij zingen want wij zijn bevrijd,
God geeft ons ruimte om te leven,
wij ademen het wonder in,
wij zingen van verwondering,
God heeft zijn hart aan ons gegeven.

De ganse schepping loopt te hoop
in wat Gods volk hoopvol belooft,
wij geven stem aan 't sprakeloze,
wij spelen Gods gerechtigheid,
zijn naam spellen wij wereldwijd,
een nieuwe schepping zal Hem loven.

En dan enkele notities per regel? 1) Waarom gaan wij naar de kerk? 2) De Heere is gastheer, ieder is welkom bij Immanuel. 3) Hij bood ons zijn groet. 4) Zijn naam is over ons opgeheven. 5) Zijn verkiezing haalde ons er bij. 6) Nu, zullen we dan zwijgen of zingen? 7) Hij neigt zijn oor als wij Hem aanroepen. 8) Want Hij heeft geen behagen in onze ondergang maar in onze bekering. 9) Hij troont op onze lofzangen en 10) gebiedt ons die. 11) Hij wacht op ons antwoord en 12) heeft slechts de wens, dat allen behouden worden.

Dat alles zit in de eerste 2 coupletten van dit lied.
We zijn pas halverwege. Maar we nemen al een ander gezang. Bij Numeri 14: 7 (de verspieders zeiden: het beloofde land is zeer goed) zingt de gemeente van HB:

Bevrijd van dienstbaarheid aan vreemde goden
zijn wij op weg naar het beloofde land,
de grote toekomst heeft ons overmand,
God doet ons op een nieuwe schepping hopen.

Wij dromen van gerechtigheid en vrede,
leven voorgoed, geluk voor iedereen,
hemel en aarde weer verzoend bijeen,
volop bewoonbaar zal de wereld wezen.

Verheugd zoeken wij tekenen van leven,
spelen wij in op wat God heeft beloofd,
wij vinden Jezus, Hij is onze hoop,
de eerste oogst van nieuwe mogelijkheden.

Met Hem, de eerstgeborene der doden,
geven wij stralend van Gods toekomst blijk,
hoe onbewoonbaar deze wereld lijkt,
hardnekkig blijven wij in God geloven.

Enkele noten? 1) Uitgeleid uit het diensthuis, 2) naar het land, dat Ik u wijzen zal. 3) Want er blijft een rust voor Gods volk: 4) een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. 5) Zalig, wie het gelooft, 6) er van droomt, dat alle tranen worden afgewist, 7) wanneer hemel en aarde verenigd zullen worden. 8) Als de wolf met het lam zal verkeren, hoeveel te meer u en uw lastige broeder. '9) In het geloof zien wij bij elkander de vruchten van de Geest, 10) omhelzen Gods beloften als waren ze al verwerkelijkt; 11) vinden elkaar bij het kruis, 12) zien de Eerstgeborene tussen vele broeders, 13) dragen zijn naam, 14) tonen zijn werken, 15) maken van deze rotte wereld een paradijs, 16) ook al zouden alle harde feiten het logenstraffen.

Zoudt u dat niet mee willen zingen? Nu, wat is er tegen? 0 ja, dat afgrijselijke artikel 69 uit de D.K.O. bedoelt u? Maar wat voor moeite hebt u daar toch mee! Onze vaderen wisten niet beter, beperkten de kerkzang tot wat toen bekend en bruikbaar was .. Maar Calvijn was bepaald niet van plan, prikkeldraad rond de' psalmbundel te leggen.
De historie bewijst het. Maar Calvijn stierf, toen de psalmen nauwelijks berijmd waren. En de negentien gezangen van zijn secretaris de Bèze hebben nooit een herdruk beleefd.
En eeuwenlang is de mondigheid der profeterende gemeente weerstaan. Alsof het engelse koningswoord luidde: een gemeente is er om te zien, niet om te horen. En wat in 1933 te Middelburg gebeurde was een slechte zaak: dat een groepje doordrijvers ons opzadelde met een bundeltje sterk verouderde, deels malle, deels brallende, deels waardeloze liederen. Een berijmd credo dat onzingbaar is; een geleende psalmwijs die van een krulstaartje is voorzien, een paar liederen vol uitroeptekens, een lied waarin de Satan wordt aangesproken, een lied dat het crucifix aanbidt en gaat u maar door.

Zing voor uw zaligheid. Zing de Heere een nieuw lied. En gebruik vrij de bundels van HB. Zit er een lied tussen dat u niet smaakt (het is mensenwerk, de fouten zitten er dus gegarandeerd in) kies dan een beter: er zijn er genoeg. En de melodieën?
De meeste gebruiken onze bekende psalmwijzen.
Is er keus tussen een psalmwijs en een melodie van Nelly Poortier (of een ander) dan zij de componist niet beledigd als wij de psalmwijs prefereren; al ware het maar om de utiliteit.

Het is 25 jaar geleden dat een generale synode deputaten voor een nieuwe psalmberijming benoemde.
Wat is er van terecht gekomen? Bijna even lang zijn deputaten bezig met een gezangenbundel.
Wat is er van terechtgekomen? Haast net zo lang wordt er gesleuteld aan nieuwe formulieren.
Wat is er van terecht gekomen? Alleen particuliere initiatieven hebben vruchten afgeworpen.
Het kerkverband werkt vertragend. Zo niet remmend.
Zo niet wurgend.

Zing daarom vrijmoedig al wat in het zanghuis wordt aangeboden, niets ondervragend. Want het is goed, de Heere te zingen. Een nieuw lied. Alleen de psalmen zijn monumentaal; andere liederen moeten steeds vernieuwd worden. En voorts zijn wij. van mening dat - nu Carthago verwoest is - de gemeenten van onze Heer zich geen nieuw juk op de hals moeten laten leggen ten aanzien van de levende kerkzang. Dan zal hun vrolijk zingen door lucht en wolken dringen. Dan zingen wij, sterk in Gods kracht, ons samen een van zin zalig de hemel in.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief