2 Samuel 2: 12 - 3:1

1973-03-09
  • Jaargang 17
  • nummer 10
De spelers en het spel

Abner, de zoon van Ner, de legeroverste van Saul ...
Nu waren daar drie zoons van Zeruja: Joab, Abisaï en Asaël; Asaël was snelvoetig als een gazel in het veld.

Daar heb je Abner, oom van Saul, sterke man van de kolonelsregering in Mahanaïm. En daar heb je Joab en Asaël, oomzeggers van David, rechterhand van de messias en hardloper die doodloper wordt.
Deze drie spelen een spelletje met Gods koninkrijk.

Algehele mobilisatie

Abner dan trok met de manschappen van Isboseth, de zoon van Saul, uit Mahanaïm naar Gibeon. Ook Joab en de manschappen van David trokken uit. Zij ontmoetten elkaar bij de vijver van Gibeon en bleven ieder aan een kant van de vijver.

Gibeon ligt in Benjamin en ook over Benjamin heeft Abner Isboseth koning gemaakt. Maar Gibeon ligt óók opvallend dicht bij de grens met Juda. Abner, deze kerkelijke doe-het-zelver, wil vechten tegen de messias! Dat is het trieste van Sauls huis: het móést vechten tegen de wereld en het ging vechten tegen de broeders.
Gibeon ligt in Benjamin en ook over Benjamin zal de Here David koning maken. Maar daar kan Joab niet op wachten, hij gaat het ook zelf doen. Hij valt Benjamin binnen. Ook hij gaat vechten tegen de broeders. Van hetzelfde laken en pak.
En zo is de stand: 1-1.

Het recht van de sterkste

Toen zei Abner tot Joab: Laten de jongens toch aantreden en terwijl wij er naar kijken een kamp spel houden! En Joab antwoordde: Laten ze dan maar aantreden!

Dat is zo gek nog niet! Beide partijen identificeren zich met hun twaalftal, verliezen een minimum aan mensenlevens en kunnen de beste krachten inzetten. Wie het spel wint, wint de ernst. En het spel is een eerlijke krachtmeting.
Juist dàt doet Joab aarzelen. "Niet door geweld, maar door Gods Geest", schijnt hij te denken. Maar ja, het voorstel lijkt sympathiek, en dus: "Aangenomen!" klinkt zijn stem over het water. Niet Gods woord maar onze daad zal beslissen.
En de stand is weer gelijk: 2-2.

Veld der dolken

Toen traden zij aan en werden geteld: twaalf voor Benjamin, voor Isboseth, de zoon van Saul, en twaalf uit de manschappen van David.
En zij grepen elkaar bij het hoofd, en terwijl de een zijn zwaard in de zijde van de ander stiet, stortten zij samen neer; daarom noemt men die plaats Chelkath Hazurim; zij ligt bij Gibeon.

Veld der dolken - die bijsmaak raakt zo'n plaatsnaam nooit meer kwijt: Sneek-Utrecht, Hoogeveen... .
Aan beide kanten van de vijver heerst dezelfde boze geest, wordt gevochten met dezelfde wereldse wapens. Wie het kwade niet overwint met het goede, verliest - ook hij.
Stand: 3-3.

Totale oorlog

Die dag werd de strijd buitengewoon hevig, en Abner en de mannen van Israël werden verslagen door de manschappen van David; (zie vers 19-23).

Natuurlijk: deze onverwachte uitslag neemt niemand. Ieder mengt zich in het gevecht.
En inderdaad, Juda wint de slàg. Dat brengt de stand op 3-4. Maar Juda verliest zijn hèld. De dood van Asaël, de fanatiekeling, is de gelijkmaker: 4-4.

De ontnuchtering

Maar Joab en Abisaï achtervolgden Abner. Toen de zon ondergegaan was en zij gekomen waren bij de heuvel Amma, die ten Oosten van Giach ligt, in de richting van de woestijn van Gibeon, verzamelden de Benjaminieten zich achter Abner, sloten zich tot één groep aaneen en hielden halt op de top van de heuvel. En Abner riep Joab toe: Moet het zwaard dan altijd maar blijven verslinden? Weet je niet, hoe bitter het eind zal zijn? Hoe lang zal het duren, eer je het volk beveelt terug te keren van de achtervolging hunner broeders?
Maar Joab antwoordde: Als u niet gesproken had, zou het volk zich stellig reeds vanmorgen teruggetrokken en de achtervolging van zijn broeders gestaakt hebben. Toen blies Joab op de horen en al het volk hield halt; het achtervolgde Israël niet langer en zette de strijd niet voort.
Het is maar goed, dat Joab de aftocht blaast. Want hij zelf heeft boter op zijn hoofd - een hele kluit. Geweld van wapens lost geen kerkstrijd op. Geweld van woorden evenmin.

De overbodige oorlog

Abner en zijn mannen trokken die hele nacht door de Vlakte, staken de Jordaan over, liepen een groot deel van de nacht door en kwamen te Mahanaïm. En Joab keerde terug van de achtervolging van Abner en riep het hele volk bijeen. Van Davids manschappen werden vermist negentien man, en ook Asaël; en de manschappen van David hadden een slachting aangericht onder Benjamin, zodat er
van de mannen van Abner driehonderdenzestig gesneuveld waren.
Zij namen Asaël op en begroeven hem in het graf van zijn vader te Bethlehem. Daarop trokken Joab en zijn mannen de hele nacht voort; en het begon licht te worden, toen zij in Hebron aankwamen.

Vierhonderdenvier vergeefse doden. Zoveel stukken zijn van het bord geslagen en nu is de eindstand toch nog remise. Toen ze begonnen, was David koning te Hebron en Isboseth koning te Mananaïm.
Nu alles achter de rug is, is David koning te Hebron en Isboseth koning te Mahanaïm.
'De overbodige oorlog' heeft Churchill de tweede wereldoorlog eens genoemd. Zo noemt de Geest deze broedertwist. Het was allemaal niet nodig geweest. Het heeft allemaal niets geholpen. Wereldse wapens brengen het koninkrijk van God geen stap dichterbij.

Het hoofdstuk van de hoofdschuddende God

En er was een langdurige staat van oorlog tussen het huis van Saul en het huis van David; maar David werd gaandeweg sterker en het huis van Saul gaandeweg zwakker.

"Nee", zegt God tussen de regels van dit hoofdstuk door. "Nee, nee!" Nee, de Heer der heren doet ons triumferen.
Gevochten werd er niet meer: dat hadden de broeders grondig afgeleerd.
Maar David werd toch sterker: gaandeweg. Terwijl David zo zijn gewone gang ging. Opstaan, eten, werken, slapen. God geeft het zijn beminden immers in de slaap?!
En de Here had het David toch beloofd? Beloofd, dat hij koning zou worden over heel Israël en dat eens op zijn troon zou zitten Davids grote Zoon? Welnu: daar dacht de Here wel aan en daar werkte de Here wel aan. Gaandeweg werd David sterker.
Want zó is het koninkrijk van God: als een mens, die zaad in de aarde werpt, en slaapt en opstaat, nacht en dag, en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe. De grond brengt vanzelf vrucht voort.
Vanzelf, automatisch, gaandeweg.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief