KERKELIJK LEVEN
1973-03-09
Er wordt in onze kerken gewerkt aan een herziening van de kerkorde.- Jaargang 17
- nummer 10
Deze zaak is op een bizonder goede manier aangepakt.
Een vergadering van afgevaardigden van alle kerken hebben een aantal broeders verzocht een concept voor die herziening op te stellen. Dat hebben deze gedaan. Hun werkstuk is daarna naar alle kerken gestuurd. De bedoeling is dat de kerkeraden - en de gemeenten!
- zich daarmee intensief zullen bezig houden. En dat zij hun kritiek aan de commissie zullen opzenden. Die zal deze verwerken om daarna eventueel een herzien concept aan de kerken toe te zenden.
Het spreekt vanzelf dat deze kritiek, net als alle andere, moeilijk is.
Je hebt in de kerk niets aan persoonlijke opvattingen of onbekookte ideeën.
En een beetje kennis van de geschiedenis is ook geen overbodige weelde.
Je leert daarin o.a. ontdekken dat in de kerk altijd weer dezelfde dwaasheden worden uitgehaald! Je ziet ze b.v. steeds weer afwijken in de richting van harde scholastiek of oppervlakkige biblicisme, van wetticisme of normloosheid, van hiërarchie of de ordeloosheid.
En je leert ook uit de geschiedenis zien dat een mens altijd alleen in zoverre een zaak kan kritiseren als hij die kènt! En dat daarom heel veel kritiek geen andere waarde heeft dan dat ze laat zien hoe weinig de kritikus Van de door hem gekritiseerde kwestie afweet.
Dit even tussen twee haakjes.
De commissie is wel zo vriendelijk geweest het ook mij toe te zenden. Maar ik heb het niet ingezien. En dat deed ik uiteraard niet uit minachting voor dit werkstuk maar om een andere reden.
De redaktie van Opbouw heeft namelijk besloten over het concept niet te schrijven.
Dat is natuurlijk niet "zonder grote oorzaak" geschied. Kennis van de geschiedenis is ook aan dit besluit niet vreemd!
Het ging vroeger - ik denk speciaal aan de tijd tussen de twee wereldoorlogen die ik bewust heb meegemaakt - met kerkordelijke en andere kerkelijke aangelegenheden vaak zó: Er waren door een synode deputaten benoemd om zich over een of andere kwestie te bezinnen. B.V. over het zogenaamde "vrouwenkiesrecht in de kerk" (een totaal verkeerde uitdrukking !), over "echtscheiding", over het zingen van "gezangen in de eredienst" enz. enz. Deze deputaten stuurden hun rapporten meestal een half jaar vóór de volgende synode samenkwam naar de kerkeraden, opdat die ze zouden kunnen bespreken en eventueel voorstellen daarover aan de synode te doen. Daar kwam - onder ons gezegd - meestal niet zo veel van!
Maar - die rapporten werden ook gestuurd aan de grote kerkelijke "bazen"! En deze bespraken en critiseerden ze in de bladen die tot hun beschikking stonden! Heel veel kerken lieten zich zonder meer door deze "bazen" leiden. En er kwamen soms voorstellen uit de kerken over de in geding zijnde kwesties die een getrouwe weergave waren van wat de genoemde "hazen" in hun kranten de mensen hadden voorgezegd. Zo werd het synodale potje reeds vroegtijdig op het vuur gezet. Soms zelfs bijna geheel gaar gekookt.
Dit was evenwel nog lang niet alles. Want op de synode, waarop over de door de deputatenrapporten aan de orde gestelde zaken beslist moest worden, waren die kerkelijke "bazen" ook aanwezig! En ze voerden daarop dikwijls niet alleen het éérste woord (daartoe waren ze gerechtigd want ze waren uitgenodigd om als prae-adviseurs van de synode op te treden) maar soms ook het laatste woord.
En in veel gevallen ook nog het hoogste. En zo werden de Geref. Kerken in feite geregeerd door enkele kerkelijke "leiders" die over een eigen krant beschikten.
Dit kwaad wilde de redaktie van Opbouw voorkomen!
En daarom wordt er in ons blad niet over de nieuwe kerkorde geschreven.
We wilden ernst maken met de "mondigheid" der kerken.
Die moeten studeren, beoordelen, beslissen.
En om dezelfde reden heb ik het concept voor de herziene kerkorde niet gelezen.
Ik schrijf nog wel eens over kerkordelijke kwesties. En daarbij wilde ik "vrij" zijn. Ik wilde noch rechtstreeks noch zijdelings op het concept ingaan. Niemand mocht kunnen zeggen dat ik de oordeelsvorming van de kerken over dit stuk poogde te beïnvloeden!
Dit is wel een lange inleiding op wat ik in dit artikeltje eigenlijk wil zeggen.
Dat is namelijk dit dat we een kerkorde hebben.
Ik zeg dat omdat door hen die "buiten" zijn, en die ons soms ook een beetje "gram" zijn, nog wel eens gezegd wordt dat het in die buitenverbandse kerken een tamelijk ordeloze bedoening is! "Ze" hebben niet eens een kerkorde wordt er soms gezegd.
In reaktie op deze onbillijke kritiek wil ik nu even het nuchtere, simpele feit accentueren dat onze kerken wèl een kerkorde hebben!
Dat de gereformeerde kerken er altijd een hadden. En dat wij die ook nog steeds hebben. Want we zijn niets anders, niets meer en niets minder, dan doodgewone gereformeerde kerken. Dat waren we, dat zijn we en dat blijven we onder beding van Gods genode.
De kerkorde die we hebben is de oude Dordtse!
Dat de situatie zo is, is zonder meer duidelijk.
De Gereformeerde Kerken - en dus ook wij - hebben zich bij de Overheid aangediend als - ik citeer letterlijk - kerken die "aanvaard" hebben "de (oude en nimmer afgeschafte) Gereformeerde Kerkenordening, vastgesteld in den jare 1619 door de Nationale Synode van Dordrecht, gewijzigd door de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, den 22ste Augustus 1933 te Middelburg."
Zo verklaarden ook onze Kerken en het spreekt vanzelf dat ze een dergelijke verklaring door en door serieus nemen! Je verkoopt als kerk aan de Overheid geen praatjes.
En, om nog iets te noemen, iedere predikant die door één van onze kerken beroepen wordt krijgt een beroepsbrief waarin o.a. dit wordt gezegd: de Kerkeraad wenst "U allereerst nog als nader onderricht te doen weten, dat zijn kerk de Drie Formulieren van Enigheid (en die alleen), als akkoord van kerkelijke gemeenschap, onderhoudt; dat zij leeft bij de Kerkenordening van Dordrecht uit den jare 1619, zoals deze laatstelijk op de generale synode te Middelburg 1933, is herzien, en in correspondentie trad en nog verder wenst te treden met al de gereformeerde kerken in deze landen."
Dit is ook een officiële verklaring die door onze kerken als regel werd en wordt gedaan.
En met zulke verklaringen knoeien kerken die echt kerk zijn niet!
Ook onze kerken niet!
En daarom: wij hebben een kerkorde!
Maar, dat spreekt vanzelf, de kerken hebben de volle vrijheid die te herzien!