Samuël 3 : 2 – 21

1973-03-16
  • Jaargang 17
  • nummer 11
Een kwestie van geven en nemen

David werd gaandeweg sterker. In Hebron werden David zes zoons geboren.
Gedurende de staat van oorlog tussen de huizen van Saul en David maakte Abner zich sterk in het huis van Saul. Nu had Saul een bijvrouw gehad, ene Rizpa, de dochter van Aja. En Isboseth zei tot Abner: Waarom ben jij tot mijns vaders bijvrouw gegaan?
Het hemels koningschap groeit automatisch, zonder dat je zelf weet hoe. God geeft het zijn beminde David in de slaap.

Het koninkrijk der wereld groeit ook, en je weet drommels goed hoe! Abner néémt het, terwijl hij klaarwakker is.
En de kleine ziel die Isboseth heeft, schiet uit zijn slof. Maar, gelijk heeft hij, deze zetbaas-koning. De harem van het voorgeslacht is het uitsluitend prerogatief van de kroon. Abner steekt Isboseth naar de kroon: hij is de sterke man in Mahanaïm.

Persoonlijke oorzaken hebben kerkelijke gevolgen

Abner werd gloeiend over de woorden van Isboseth en hij zei: Ik een hondsvot, hè? die Juda in de kaart speelt! Tot op de dag van vandaag ben ik loyaal geweest tegenover het huis van uw vader Saul, zijn broeders en zijn vrienden. Niet heb ik u David in handen gespeeld. En nu verwijt u mij een misstap met een vrouw?

Abner bagatelliseert de zaak. Wat heeft zijn privéleven met de politiek te maken? Maar de waarheid is, dat persoonlijke moeilijkheden (sex, centen, zeer) altijd worden afgereageerd op de gemeenschap.
Beledigd gaat hij over naar een ander kerkgenootschap. Maar zijn hàrt is niet veranderd!

Als een blad op een boom

(Abner slaat de hand in zijn hals en zweert.) Zó doe God met Abner, ja nog erger? Wat Jahweh aan David gezworen heeft, dat ik voor hem doen: wegnemen het koningschap uit het huis van Saul en oprichten de troon van David over Israël en Juda, van Dan tot Berseba.
En Isboseth was niet meer in staat, Abner iets te antwoorden, omdat hij hem vreesde.
En Abner zond boden tot David, ter plaatse waar hij was, met de boodschap: Van wie is het land? Sluit toch een verbond met mij!
Zie, dan zal ik u helpen om geheel Israël uw zijde te doen kiezen.

Nee, Abners overgang naar David is geen blijk van een krachtdadige bekering. Hij verandert van front, niet van wapens. Abner blijft een kerkelijke doe-het-zelver: "Wat Jahweh aan David gezworen heeft, dat ga ik voor hem doen." Abner zal wel zorgen, dat de Here gelijk krijgt.
Wanneer je Gods beloften gaat bewerken, misleid je jezelf net zo goed als wanneer je Gods bevelen wel gelooft. "Wees getrouw tot de dood" - dat is een bevel, dat moet je dóén. "En Ik zal u geven de kroon des levens" - dat is een belofte, dat moet je gel6ven.
Maar Abner zet de wereld, en wat erger is: de kerk op haar kop. En weer wordt het hemels koningschap David aangeboden op een duivels presenteerblaadje: "Dit alles zal ik U geven, indien Gij U neerwerpt en mij aanbidt!"

Overdonderd

En David zei: Goed, ik zal een verbond met u sluiten. Maar één ding eis ik van u: dat u mij niet bezoekt, zonder eerst, wanneer u mij komt bezoeken, Michal de dochter van Saul, te brengen.
Natuurlijk zou je staan te knipperen met je ogen, als de paus gereformeerd werd. Maar je mag je daardoor niet laten verblinden! En dat doet David wel.
Hij vergeet: "Zo voert/het volk van God zijn strijd/het beidt Zijn tijd." Hij vergeet: "Van vragen word je wijs" - zal ik erop ingaan, Here? vindt U het goed? En hij vergeet: "Van wie is het land?" Van Abner? Welnee, van de Here toch zeker! 0, wat is het moeilijk om een eerlijk mens te ... blijven.

Kerkelijke diplomatie

En David zond boden tot Isboseth, de zoon van Saul, met de boodschap: Geef mijn vrouw Michal, die ik mij tot bruid verworven heb met honderd voorhuiden van Filistijnen.
Toen liet Isboseth haar van haar man, van Paltiël, de zoon van Laïs, weghalen. En haar man ging met haar mee; hij volgde haar al wenend tot Bahurim toe. Toen zei Abner tot hem: Ga weg, keer terug.
En hij keerder terug.
Abner beraadslaagde met de oudsten van Israël en zei: Reeds lange tijd hebt u David tot koning over u begeerd. Handelt dan nu, want de Here heeft van David gezegd: door de macht van David, mijn knecht, zal Ik mijn volk Israël verlossen uit de macht van de Filistijnen en van al zijn vijanden.
Ook sprak Abner vertrouwelijk met Benjamin; bovendien ging hij David in Hebron in vertrouwen meedelen, al wat Israël en het gehele huis van Benjamin van plan waren.

Jarenlang onrecht kan nooit meer goed gemaakt worden. Het is dan ook geen smartegeld dat David van Isboseth eist: hoe kan het leed van de ene broeder het leed van de andere broeder ooit lenigen?
Maar het officiële verzoek om uitlevering van Miehal is de dekmantel voor Abners ondergrondse activiteiten. Zonder ergens van verdacht te worden kan Abner heel Israël doorkruisen en zelfs naar Juda gaan!
Het plan zit geheid in elkaar en David speelt het spelletje van Abner mee. Vrome woorden worden er gesproken, maar vrome daden zijn het niet.

Daarom zijn de mensen zo moe

Abner kwam tot David in Hebron, vergezeld van twintig man. Toen richtte David voor Abner en de mannen die bij hem waren, een: maaltijd aan.
En Abner zei tot David: Laat ik mij opmaken en geheel Israël gaan verzamelen tot mijnheer de koning, opdat zij een verbond met u sluiten en u koning wordt over het geheel, waarnaar uw begeerte uitgaat.
En David liet Abner gaan en hij ging in vrede.

Als je vraagt: Hoe kon het toch zo ver komen met David? - dan maakt die vraag een slag van honderd tachtig graden: Hoe kon het toch zo ver komen met jou?
"Ik zou wel eens willen weten", zegt Jules de Corte: "waarom zijn de zeeën zo diep?" Is het voor de vissen, die het water niet kunnen missen? Of misschien tot meerdere glorie van God die de wereld schiep? Zijn daarom de zeeën zo diep?
Ik zou wel eens willen weten: waarom zijn de mensen zo moe? En het antwoord luidt: "Zij zijn al zo lang op weg naar de vrede toe daarom zijn de mensen zo moe."
En daarom laat David Abner gaan. En daarom gaat Abner op weg naar de vrede toe, de zelf gemaakte vrede. Twintig jaar is een hele tijd. En wachten - wachten op de Here - duurt làng.



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief