K E R K E L I J K L E V E N

1973-03-16
  • Jaargang 17
  • nummer 11
Een van de dingen die mij in deze tijd steeds weer opvalt is dat er in de kerkelijke wereld zo weinig gebeurt dat echt nieuw is.
Van alle mogelijke theologische opvattingen die in onze dagen worden gepropageerd zijn er b.v. duidelijke parallellen in het verleden aan te wijzen. En hetzelfde geldt van allerlei experimenten waaraan men zich in de verschillende kerken waagt.
Dit viel mij ook weer op toen ik dezer dagen las dat ds A. M. Lindeboom in zijn nieuwste boek er met bezorgdheid op wees dat in heel veel Gereformeerde Kerken de "catechismusprediking" ernstig wordt verwaarloosd.
Ja, soms reeds praktisch werd afgeschaft.
En dat de kerkdiensten waarin die "catechismusprediking" nog gangbaar is, steeds slechter worden bezocht.
Toen ik dit las dacht ik weer: er is in de kerkelijke wereld nu ook letterlijk niets nieuws onder de zon!
Wat mij bij de lezing van Lindeboom's klacht te binnen schoot wil ik de lezers vertellen.

Het stond er in de eerste helft van de vorige eeuw met de Herv. Kerk niet best voor.
Daarin werd globaal genomen 'n oppervlakkig christendom gepredikt waarin "deugd", "braafheid", "verdraagzaamheid", "verlichting" dominerende motieven waren. De dominees vormden een zelfingenomen groep in het zelfvoldane burgerdom uit de tijd van Pieter Stastok en de familie Kegge.
Het is geen wonder dat bij zo'n geestesgesteldheid de boodschap van de catechismus niet meer aanslaat!
Veel predikanten schaften de "catechismusprediking"
dan ook af. Soms werden zelfs de tweede kerkdiensten gestaakt.
Een man die daarover diep verontrust werd was de bekende filantroop Ottho Gerhard Heldring. de man van de bekende Heldringgestichten in Zetten.
Heldring was allerminst een steil-gereformeerde dominee. Hij was voluit een man van het Reveil. Een "ethisch-irenische" dominee; zoals men toen zei. Hij is vooral bekend geworden door wat men tegenwoordig "sociale bewogenheid" noemt, maar in dit tijd als "betoon van christelijke barmhartigheid" werd gekarakteriseerd. Enorm veel heeft Heldring op het gebied van die barmhartigheid gepresteerd!
Aan zijn verontrusting over de verwaarlozing van de namiddagdiensten-met-"catechismusprediking" gaf hij uiting in een brochure die tot titel had: Waarom staan de namiddagkerken zoo ledig? Wat is de oorzaak van den grooten tegenzin, die vele Protestanten tegen den Heidelberschen Catechismus toonen? Een gesprek tusschen drie Hervormde evangeliedienaars.
Een lange titel zoals in die tijd nog wel gebruikelijk was.
Dit boekje was een uitwerking van een brief die Heldring op 23 juni 1840 aan zijn vriend Koenen schreef. Daarin zei hij o.a.: "Van alle zijden staat het ongeloof nog gewapend en als overwinnende tegenover ons.
Het wijkt ook voor niets dan alleen voor de waarheden zooals onze Catechismus dezelve opteekent. Dat boek zoozeer miskend. Ach, dat het van de scholen verdrongen werd was de oorzaak dat nu de kerken ledig staan. Ik heb het zelve nu reeds dertien jaar als catechisatieboekje gebezigd en reeds is mijne namiddagkerk wederom een derde in getal toegenomen. "

Heldring betoogde in zijn boekje, dat de schuld van deze trieste gang van zaken moest worden gezocht bij de predikanten, die het volle Evangelie niet meer verkondigden. Die lag z.i. toen niet bij de gemeente. Die was nog wel "heilbegerig". Aan het slot van zijn boekje drong Heldring aan op trouwer huisbezoek, op lidmatencatechisatie, op afschaffing van de vragenboekjes om in plaats daarvan het Kort Begrip te gebruiken en, voor meer gevorderden, de Catechismus. Ook drong hij aan op beperking van de “vrijheid" die de predikanten zich veroorloofden ten aanzien van hun binding aan de kerkelijke belijdenis.
De reaktie op dit pretentieloze boekje was enorm.
Heel het gezapige, zelfgenoegzame predikantendom kwam in beroering. Van alle kanten werd Heldring aangevallen. Hoe durfde hij over een schuld van de dominees spreken?
In die tijd wilden de meesten niet erkennen dat ze totaal waren afgeweken van de leer van de Catechismus. Vooral omdat Heldring over zo'n afwijking had gesproken waren ze woedend. Voorheen was hij overal
we1kom.
Na de verschijning van zijn boekje werd hij niet meer geduld. Bijna de gehele theologische wereld deed hem in de ban! Het Classicaal Bestuur gedoogde hem niet langer in zijn midden!
Maar - net als een tijd daarvoor Da Costa's "Bezwaren tegen den Geest der Eeuw"overal werd naar dat boekje gegrepen! De eerste oplage, die was trouwens maar 400 exemplaren groot, was in een ommezien uitverkocht.
De vraag ernaar was evenwel zo groot dat de uitgever een tweede druk op stapel zette van niet minder dan 10.000 exemplaren!
Maar Heldring weigerde een heruitgave.
Hij was afkerig van strijd en polemiek. En vooral ook van "afscheiding". Zijn vriend, de grote' Nicolaas Beets - de man die tot norm van zijn kerkelijk handelen de leus: "Doen door laten" gekozen had - waarschuwde hem daar ernstig voor. En zo beperkte Heldring zich voortaan maar weer tot zijn filantropische arbeid.
Ondertussen had hij in zijn boekje precies aangewezen waarin de ziekte, de zonde van de kerk van zijn dagenbestond.

Dat in de Ned. Herv. Kerk een geweldige opleving ontstond na de tweede helft van de vorige eeuw was mee te danken aan het feit dat door het voorbeeld van de Afgescheiden Kerken en 't optreden van mannen als Groen van Prinsterer, Kuyper, Kohlbrugge, de catechismusprediking weer in ere kwam!
En men kan zeggen: tot nu toe was in ons land verminderde belangstelling voor de "catechismusprediking" steeds een symptoom van de neergang der kerk! En een herleefde belangstelling daarvoor was steeds een teken van een Geestelijk reveil en van een reformatie der kerk.
Men zal hebben opgemerkt dat ik het woord "catechismusprediking" steeds tussen aanhalingstekens plaatste.
Waarom ik dat deed hoop ik later wel eens te zeggen.



Wie doet er mee?

Dezer dagen beleefde ik een grote verrassing.
Ik ontving namelijk van een paar goede vrienden van "Opbouw" eerst een gift van f 100,- en daarna nota bene een van f 400,-
voor het geven van gratis abonnementen op Opbouw aan personen die daarvoor naar mijn mening in aanmerking komen. Men zal zich kunnen voorstellen hoe blij ik met deze giften en het daarin tot uiting komende meeleven in ons blad ben.
Zoals van zelf spreekt heb ik van deze donaties kennis gegeven aan de redaktie. En in de bespreking daarover op een - als altijd erg plezierige - redaktievergadering is toen een plan gegroeid waarover ik de lezers nu een en ander wil vertellen.
Wij weten allen dat de gereformeerde wereld in een diepe, de grondslagen van het christelijke leven en belijden rakende, crisis verkeert. In verband daarmee zien we nu tweeërlei gebeuren. In de van ouds nog al homogene gereformeerde gemeenschap treedt namelijk een steeds sterker wordende polarisatie op.
Aan de ene zijde zijn er veler die al meer los raken van het reformatorisch, authentiekohristelijke belijden. In de greep van een of andere van de "nieuwe theologieën", die zeer sterk beïnvloed zijn door de mode-filosofieën , van onze tijd, komen steeds meer kerkmensen kritisch te staan tegenover de reformatorische confessies en, wat erger is, tegenover de Heilige Schrift, Vooral ook ten gevolge van een voortdurende indoctrinatie daarmee door de propagandisten ervan die in de massacommunicatie de leiding hebben.
Maar aan de andere kant bespeuren we het verheugende verschijnsel dat zij die trouw willen blijven aan de reformatorische confessies elkaar steeds meer als zodanig gaan herkennen en zoeken. Dat elkaar zoeken nam zelfs al concrete vormen aan in de - reeds opgerichte - Reformatorische Bijbelschool in Zeist en de - nog op te richten – Reformatorische Sociale Academie in Ermelo.
Een belangrijke vraag is nu: hoe kan men deze herkenning en dat naar elkaar toegroeien bevorderen. Daarvoor is eerste voorwaarde het elkaar goed leren kennen. Een bizonder goed middel daarvoor, misschien zelfs wel het beste, is het kennis nemen van de weekbladen van de verschillende nuances die onder de gereformeerden zijn ontstaan.
Persoonlijk heb ik dat heel sterk ervaren. De "Gereformeerde Bond" heb ik pas enigszins leren kennen door de lectuur van "De Waarheidsvriend".
De "Confessionele Vereniging" door het volgen van wat de leiders daarvan in het "Hervormd Weekblad" publiceren. En de Chr. Geref. Kerken uit wat "De Wekker"
schrijft. Het is mij opgevallen hoe weinig je eigenlijk van elkaar weet vóór je je verdiepte in wat in die verschillende groepen gereformeerden wordt gedacht en - hoe dicht je bij elkaar staat!
Wij willen nu een poging doen om ook onzerzijds het kennis nemen van wat er in onze kringen leeft te bevorderen. En daartoe is het verstrekken van gratis abonnementen buiten onze kring een voortreffelijk middel. De redaktie besloot daarom onze abonnees te vragen dat werk ter hand te nemen. De ontvangen giften zijn daarvoor een prachtig begin.
Het gaat hierbij niet om een "zieltjeswinnerij", maar om het bescheiden vragen of men welwillend kennis wil nemen van wat in ons blad wordt gepubliceerd.
Men kan nu de hier gevraagde hulp op verschillende manier verlenen.
In de eerste plaats kan men kennissen en vrienden opwekken een abonnement op ons blad te nemen. Dat is de beste hulp.
Maar men kan ook personen uit de eigen kennissenkring een gratis-abonnement geven.
Dat kan dan b.v. het uitgangspunt worden voor nader contact en gesprek. Als men dat wil doen behoeft men ndet meer te ondernemen dan f 20,- op te zenden aan de administratie mèt het adres van de zo begunstigde.
Maar men kan ook 'n bedrag - iedere gift is welkom! - op de girorekening van ondergetekende storten. De redaktie kan dan overleggen welke personen met het oog op het beoogde doel voor een gratis-abonnement het meest in aanmerking komen. Aan dezen wordt dan, met mededeling van de bedoeling ervan, een abonnement op Opbouw gegeven.
Het is uit de ervaring gebleken dat een beduidend aantal van de mensen die zo'n abonnement ontvangen na verloop van tijd zelf abonnee worden.
Ik hoopt zeer dat veel lezers zullen meewerken aan de uitvoering van dit plan. Ik hoop de ontvangen giften in Opbouw te verantwoorden.
Mag ik er in dit verband aan herinneren dat op 1 april een nieuwe jaargang van Opbouw begint? Het zal mij een grote vreugde zijn als op mijn girorekening "een milde regen" van giften zal "neerdalen".
lk heb boven dit stukje gezet: "Wie helpt mee?" Mag ik die vraag op alle abonnees zo toespitsen: "Doet U ook mee?"
Mijn gironummer is 817419.
Tot ziens in de verantwoording!

Uw
C. Veenhof

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief