Gooien en smijten

1973-03-16
  • Jaargang 17
  • nummer 11
In Griekenland was het tot voor kort een feestelijk gebruik, met het serviesgoed te smijten. Wanneer een feest goed verliep, de wijn in de man en de wijsheid in de kan geraakt waren, dan werd de kan stukgesmeten.
En niet alleen de kan. Ook de glazen gingen er aan. En de borden. En alles wat breekbaar is ging tegen de grond. Tot algemene vreugde.
De slagen en het schervengerinkel werkten als vuurwerk. De algemene blijdschap steeg met iedere klap, klom op tot ongekende hoogte en juichend en zingend trok het gezelschap naar huis. Morgen zat de gastvrouw met de brokken.

Dat is nu over. Niet dat de Grieken vandaag zoveel braver zijn geworden - maar de kolonels hebben dat spel verboden. Om precies te zijn: sedert 1967, sedert de staatsgreep van de militaire junta, is de spacio verboden; is het verboden met serviezen te smijten. Wie het toch doet gaat het gevang in. Een ober, die op nieuwjaarsdag jongstleden een bordje liet vallen, ging de petoet in. Hoewel het bordje nog heel gebleven was, zegt de krant.
De poging alleen tot gooi- en smijtwerk werd de arme man zwaar toegerekend. Het had de inzet kunnen zijn tot een algemene spacio, een ongeremd volksfeest van smijten en de boel stukslaan.

Zo iets mag niet meer, zeggen de kolonels.
Men moet daar geen gewoonte van maken.
Het moet een uitzondering blijven; bijvoorbeeld voor de dag dat de kolonels opkrassen.
En een jong toeriste uit Lexmond (20), die met een reisgroep op Rhodos de nieuwsjaarsviering met een kleine spacio dacht op te luisteren, is tot tien dagen gevangenis op het eiland Kos veroordeeld. Kon ze daar naar hartelust met haar blikken kroesje gooien.
Tien dagen achtereen, tot de lol er af was.

Wat zit daar achter? Vanwaar die drift om zo nodig eens wat stuk te slaan? Dat zouden de psychologen u wel eens haarfijn willen vertellen. Ieder op eigen manier. Maar wees nu eerlijk - het spreekt u toch ergens aan? Of niet soms? Zou u nooit eens iets ergs willen doen: uw koffiekopje door de kamer gooien? Een baksteen door de ruit van die onmogelijke buurman keilen? Uw vuist door een vergadertafel heen willen timmeren?
Waarschijnlijk zou u het wel willen. U dóet het niet. U bent te zuinig. Of te fatsoenlijk.
Of te beheerst. Maar als iemand in uw hart kon kijken ...

Vandaag kennen we allemaal de onsterfelijke Bartje van wijlen Anne de Vries. Van de televisie natuurlijk. Uit de eerste druk van dat schone boek herinner ik me dat Bartje's vader soms ook met het servies ging smijten.
Moeder gaf hem de borden aan - dan bleef de operatie onder controle. Hebt u het al gezien - of moet het nog komen? Ik heb er maar weinig van kunnen zien.

Maar dat was best getekend van Anne de Vries. Die wilde drift van een onderdrukte man kwam nooit beter en menselijker uit dan wanneer hij moeders enige servies in diggelen gooide. Vandaag heet zo'n man gefrustreerd: iemand wie alle levensvreugde onthouden werd, wiens leven overbodig, verijdeld was, die overal aan te kort kwam. Zo'n man zoekt evenwicht in zijn positie. Dat evenwicht vindt hij door zo eens een enkele maal de grand seigneur uit te hangen, die moeders servies aan barrels kan gooien zonder dat het hem (op dat ogenblik) iets kan schelen; die een grote mond kon opgooien, voor wiens part de hele zaak in elkaar kon flikkeren. In Indonesië heet die toestand mata glap, het boze oog.

De idee van Bartje's vader sloeg bij mij aan.
Toen we na de oorlog op ons kantoor eindelijk weer nieuw serviesgoed konden kopen heb ik die idee zelf eens beproefd. De meisjes vroegen: wat doen we met dat oude serviesgoed?
Nu, dat was aardewerk, waar je je mond aan open haalde, zo'n ratjetoe, zo'n minderwaardig bocht dat ... Ik antwoordde: jullie kunt het tegen de buitenmuur aan scherven gooien; maar de boel wel opruimen natuurlijk. Mensen - wat is dat een feest geworden. Beheerst, ieder op zijn beurt en met gezamenlijke, stijgende feestvreugde, werden alle breekbare stukken tegen de muur gekwakt. Applaus en gejuich, gelach en gegil. De buurt kwam uitlopen. De al te grote stukken gingen voor de tweede maal tegen de muur. Alle boosheid over het oorlogsservies, eigenlijk alle wrok over de onderdrukking, werden wat je noemt "afgereageerd".
Het is een der beste feestjes van ons kantoor geweest. De meisjes, nu degelijke en zuinige huismoeders, vertellen het elkaar nog. Maar dat de vader van Bartje model heeft gestaan - dat vernemen ze vandaag van de televisie pas!
Trouwens, als jongmaatje zat ik op kantoor tussen twee oud-marinemensen. Jofel volk is dat, met een eigen taal. De ene zei, als hem iets volstrekt niet beviel: "gooi mijn glaasje maar om!" En de andere had een aparte methode, die hield van daden. Die vroeg, als hij zijn koffie gedronken had: wie zei dat dit kopje onbreekbaar is? Als er iemand "ik" riep, liet hij het vallen. Van mondhoogte.
Was het stuk, dan had de ik-roeper gejokt en moest een kwartje boete betalen. Was het heel, dan was voor ons de grap er af. Zo iets noemen ze nu in Griekenland spacio - maar het moet daar ginds heel wat leuker gaan dan op zo'n dooiedienderskantoor. Zeggen ze.

En weet u eigenlijk wel, voor hoeveel miljoenen guldens op de laatste oudejaarsdag aan vuurwerk is afgeschoten? Daar hadden verscheidene ziekenhuisjes in onderontwikkelde landen van kunnen zijn gebouwd. Ook wij kennen het gooi- en smijtwerk. Zij het dan onder de glans van bengaals vuur en vliegende sterren. En na de kosten te hebben berekend.

Spreekt het u aan, lieve lezeres? Ga dan nog even verder en schrik nergens van, in deze eeuw van geweld.

Waarom wast u bij tijden de vaat zo luidruchtig af, dat het hele huis moet weten dat er iets mis is? 0, doet u dat nooit? Sorry, maar dan jokt u, of u huichelt. Een derde keus is er nauwelijks bij: dan bent u een engel, maar die zijn er onder ons slechts weinige.

Goed, u gooit en smijt dus ook op tijd, zij het voorzichtig en beheerst. Want zo zijn we: zuinige, oppassende mensen. We zouden de hemel willen bestormen - maar bij nader inzien doen we het niet. We zouden wel eens een sprong in het niets willen wagen - maar we blijven in het kostenoverleg steken. En' we zouden wel eens een hartgrondig vloekwoord willen horen knetteren, desnoods uit eigen mond, maar daar zijn we te wel-opgevoed voor. En te christelijk. En bovendien contribuant van de antivloekbond.

In de statenvertaling van de Bijbel komt u dat smijten ook een paar keer tegen. In de gedragsregels voor ambtsdragers schrijft Paulus, zowel aan Titus als aan Timotheus, dat zulke" mensen geen "smijters" mogen zijn.
In de nieuwe vertaling is de smijter vervangen door "opvliegend". Een beetje jammer, vindt u niet? Want dat woord smijter geeft zo lekker aan, waar het om gaat. Het smijten behoort tot de werkwoorden, die passen voor dronkaards, driftkikkers, mislukkelingen, gefrustreerden en andere kaantjes uit het vet der aarde. Een bezadigd mens moet geleerd hebben zich te beheersen. Maar een opvliegend mens is een gevaar voor zijn omgeving en om die reden al geen goed voorbeeld voor anderen. En dan is niet-opvliegend een slap aftreksel van Paulus' "smijter".

Toch, het verspillen is niet alleen een nare zaak - het kan ook feestelijk zijn op zijn tijd. Elk feestje kost wat geld en op elk partijtje wordt iets verspild. Elke vakantiereis kost wat meer, zonder dat je narekent of elke gulden even wijs is besteed. En in een bewogen ogenblik stopt u toch ook wel eens iets in de collecte, dat uw huishoud-rekening een beetje scheef trekt? Nu dan. Een oud gezegde luidt: voor één keer kun je met de koning meedoen.

Toen mijn grootouders hun prachtige gouden feest vierden, temidden van hun kinderen en kindskinderen, belde een arme man aan, die een boterham vroeg. Dat kón nog in die tijd.
En het was of mijn grootmoeder daar op had zitten wachten. "Haal hem boven", bestelde ze; "hij zal een vórstelijk maal hebben!"
Zulke woorden vergeet je nooit. Er werd op vreugdevolle en echt christelijke manier iets over de balk gegooid. Niemand kende de man, niemand zou hem ooit terugzien. Maar hij kwam op de welaangename tijd; op het schaapscheerdersfeest stuurt men niemand met lege handen weg, wist David ook al.

Zo kan het "verspillen" wel degelijk de feestvreugde verhogen - zo niet belichamen. Dat gooi- en smijtwerk kan feestelijk en verantwoord gebeuren. Gooit u op uw verjaardag ook gerust maar eens wat over de balk. Sla voor uw vrouw ook maar eens een paar tientjes stuk.

En dan is daar die Maria Magdalena, hebbende een kostbare albasten kruikje met nog kostbaarder nardus. Dat sloeg ze daar even stuk! De zaak had beter duur verkocht kunnen worden, zei Judas. Hij zag dat gebaar als slecht en spilziek en ondoordacht en oneconomisch.
Judas zag alleen de keerzijde van de zaak. Wat voor de een een feest betekende - het feest van geven en ontvangen - was voor de ander een treurige stommiteit.
Wat de een blij maakt kan de ander teleurstellen.
Net als met die Griekse bruiloft: de gasten gilden van de pret maar mevrouw zat de volgende morgen met de brokken.
Maar zoals de vader van Bartje met moeders aardewerk deed - dat was niet leuk meer.
Daar was voor geen der betrokkenen een sprankje vreugde aan. Dat had alleen keerzijden.
Dat was alleen nog een noodzakelijk verweer tegen de wanhoop. Een erge daad om erger te voorkomen.

De Bijbel leert ons hoe we de frustraties kunnen ontlopen. We kunnen het kwade overwinnen door het goede, zegt Paulus. En daar zit het nodige in.

Iemand kreeg maagklachten, omdat hij steeds na het eten een zware braziliaan opstak. De dokter verbood het hem, tevergeefs. Toen zei de dokter: voortaan direct na het eten uw tanden poetsen, dan denkt u aan geen sigaar!
De man hield op met roken: een goede gewoonte was voor de slechte in de plaats gekomen.

Wilt u dat verhaaltje onthouden? En bij elke driftbui op vriendelijke toon van een tot tien tellen. Dan pas iets zeggen - als het nog zin heeft. Na een belediging - een compliment weggeven. Na een boze brief gelezen te hebben - een goede daad verzinnen. Heus, het helpt.

Smijten en gooien kan iedereen. Maar voorzichtig zijn met de porseleinkast - dat is een kunst. En een feest vieren op voorname wijze - goede drank, goede sigaren, fijne gesprekken en niemand belasterd - dat verraadt stijl. Maar - worden ooit de spanningen te hoog en moet het hoge woord er uit: schrijf dan uw vloek nauwkeurig on papier.
Maar verbrand het daarna. Anders zit u nóg met de brokken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief