Boekbespreking
1973-03-16
Naar aanleiding van een interview in een televisie-uitzending van de E.O. over de conferentie die in januari te Bangkok gehouden is door de afdeling wereldzending en evangelisatie van de Wereldraad van Kerken, lazen we in de pers de volgende als spot bedoelde woorden, Wat een voorrecht om, na een reis om de helft van de wereldbol, van een bezoek aan een conferentie van meer dan driehonderd mensen met zoveel bijbelkringen en secties over zulke uiteenlopende onderwerpen te mogen terugkeren met een paar eenvoudige beschuldigingen, die iedereen meteen begrijpt!- Jaargang 17
- nummer 11
Wat een voorrecht ook om zich niet te hoeven verdiepen in alle zorgen, problemen en ideeën waarmee christenmensen van zes continenten op deze conferentie kwamen aandragen, omdat je van tevoren als wist, dat het toch allemaal neerkwam op afval en ontrouw!
Het is een voorrecht dat je ook ontheft van de normale journalistieke taak om van zo'n gebeurtenis wat diepgaander kennis te nemen. Dan behoef je ook niet een discussie over de dialoog met belijders van andere godsdiensten te hebben meegemaakt om toch de strekking ervan als onheilspellend te kunnen afschilderen.
Het bovenstaande stond te lezen in Trouw/ Kwartet van 27 januari jl. Niet zo verwonderlijk.
Het oecumenisch streven heeft tegenwoordig de wind in de zeilen. Misschien moet ik schrijven "gehad"! Als je niet meezingt in het grote koor, dan ben je so wie so veroordeeld als dom en niet op de hoogte. Dat behoort bij een beweging die de wind in de zeilen heeft en die overtuigd is dat zij het denkend deel der zogenaamde christenheid is net als de liberalen in de vorige eeuw overtuigd waren dat zij het denkend deel der natie waren. De anderen waren de lieden van de nachtschuit. De Wereldraad-aanhangers geloven dat de Wereldraad er is terwi'lle van de eenheid en de vernieuwing van de kerk. Aanhangers en voorstanders van de Wereldraad zijn daarom zeer gevoelig op het punt van de Wereldraad.
Wie er kritiek op heeft, heeft kritiek op het onaantastbare, op het werk Gods, op het handelen Gods. Elke participerende kerk moet bereid zijn om eigen dood te sterven teneinde met Christus in de éne wereldkerk weer op te staan. De echte, de overtuigende voorstanders van de Wereldraad-beweging in de Gereformeerde Kerken in Nederland b.v. vinden het best als eigen kerkdiensten hoe langer hoe minder bezocht worden; als de catechisaties wegsterven door gebrek aan belangstelling zowel bij de catecheten als bij de catechisanten. Het is toch een aflopende zaak, die kerk van een eigen gereformeerde signatuur. Laat die maar zo spoedig mogelijk sterven. Het is ons een raadsel hoe men zulke dromen over afschaffing der eigen kerken kan dromen om dan gezegend te worden met de éne wereldkerk.
Men kan zich indenken dat in dit klimaat levende zoals de journalist van het Trouw/Kwartet, men de tegenstanders, die voor het goed recht van eigen kerk als kerk van Christus in het krijt treden, al meer met de rug aanzien en als hinderlijke en ongeletterde lieden doodverft.
Men bekijkt ze als mensen, drie vanwege hun onkunde tegen het oecumenisch streven zijn en die daarom juist zo lastig kunnen zijn. Het beste is ze dood te zwijgen. Of ze spottend aan de kaak te stelten!
Dit proces tekent zich in iedere kerkelijke kring af waarin de oecumenische "verdraagzaamheid", waarin men als kerk ten onder wil gaan terwille van de oecumeniciteit met andere kerken, het heeft gewonnen van de ware katholiciteit der kerk, Men is zeer verdraagzaam jegens iedere confessionaliteit, zelfs ten aanzien van de roomse kerkleer en ten aanzien van de Oosters-orthodoxe kerken met haar grote dwalingen, ja ten aanzien van niet-christelijke religies als de Islam e.a., maar zeer onverdraagzaam ten aanzien van hem die als Lu1lher en Calvijn aan de ware katholiciteit van de kerk willen vasthouden om der wille van het Woord Gods en de getuigenis van Jezus.
Het geschrift van de heer J. A. E. Vermaat dat we hier willen aankondigen munt uit door heldere informatie en zakelijke uiteenzetting. De ondertitel zegt waar het de schrijver om te doen is. Hij wil de oecumenische beweging toetsen aan de heilige Schrift. Op de grote vraag of de Wereldraad van Kerken waarlijk helpt aan de vergadering van Christus' kerk en aan de komst van Zijn koninkrijk, geeft de schrijver een indringend antwoord. Een ontkennend antwoord.
Hij staaft dit antwoord door ons de stukken die van de Wereldraad zijn uitgegaan, aandachtig en zorgvuldig te leren lezen. Hij bekijkt de Wereldraad bovendien niet als een op zichzelf staand verschijnsel doch als ingebed in de moderne levenscomplexen. Het boek begint met een hoofdstuk over Uppsala, de vierde assemblée van de Wereldraad van Kerken die in 1968 is gehouden. Toen deze assemblée gehouden werd waren slechts weinigen zich bewust van het sluipend radicalisme dat de oecumenische theologie daarna zou gaan beheersen, Uppsala betekent de de officiële rechtvaardiging van wat wel genoemd wordt het "wereldlijk oecumenisme", de maatschappij-kritische functie van de kerk.
Het luide met kracht een nieuwe fase in de oecumene en doorbrak, voor enige tijd de impasse waarin men was gekomen.
Men wilde de theologische opleiding geheel ,;vernieuwen" en dat niet alleen, ook de reeds bestaande kerkelijke structuren. Men sprak van een nieuwe wereldgemeenschap, een wereldcultuur in wording, de strijd om grotere sociale gerechtigheid, een internationaal belastingstelsel, een volwaardig leven voor allen, geboortebeperking, en de verwezenlijking van het rijk Gods door ónze gemeenschappelijke (sociale) inspanning.
In het gevolg van deze assemblée werd sterk de nadruk gelegd op de "politieke taken" der kerk, het steunen van "pressure-groups", revolutionaire bewegingen, de politiek der Zuidafrikaanse regering boycotten met monetaire maatregelen door kerken te nemen en af te dwingen van grote handelsconcerns enz. De roeping der kerk aldus Uppsala is de eenheid der mensheid naar voren te brengen. Over evangelieverkondiging en -verwerping werd niet gesproken.
Het eerste grote hoofddeel van het boek gaat over de ontwikkeling van de Wereldraad. Van /kerkelijke eenheid naar mondiale eenheid. Men vindt in dit deel een paragraaf over de politieke keuze van de Wereldraad. Deze is zeer duidelijk links gericht. Wordt door de schrijver met onweerlegbare citaten over-duidelijk gemaakt.
Het tweede hoofddeel gaat over de verbreding van de oecumenische basis. De dialoog met andere godsdiensten. Het derde hoofddeel handelt over de Rooms-Katholieke Kerk en de oecumenische beweging. Een slothoofdstukje geeft informatie over de oecumene in Nederland.
Het boek kreeg een enthousiaste inleiding mee van de hand van ds J. C. Maris, Chr. Gereformeerd en dr E. Masselink, Gereformeerd predikant. Zij schrijven o.a.: "De wereld wordt overspoeld met oecumenische lectuur. Daartegenover zijn ook in ons land wel vele artikelen en kleinere geschriften verschenen, maar voor een indringende, aan de Schrift getoetste, kritische benadering van de moderne eenheidsbeweging als tijdsverschijnsel is het de hoogste tijd." Ook dit schrijven zij: "Als een psychose vervulde voor kort de aansluiting bij de Wereldraad vele van onze "kerkleiders", terwijl de meeste kerkleden in een apathisch onmachtsgevoel deze lawine over zich lieten komen met het vermeende zelfverschoningsrecht: als de aansluiting toch niet te keren is, laat ons dan tenminste de pijn van het gewaarschuwd wonden bespaard te blijven." Deze laatste zin beschrijft kennelijk de situatie in de synodale kerken met betrekking tot de Wereldraad. In elk geval, schrijven de inleiders, is nu ontwijkbaar de tijd gekomen dat elk levend lidmaat van Christus' kerk de vraag niet langer wil of kan verdringen of er met de ene, heilige, algemene en apostolische kerk toch niet gemanipuleerd is en wordt; en dan nog wel met aanwending en toelating van machten en motieven die apert wezensvreemd zijn aan het lichaam van Christus en aan het koninkrijk van Zijn genade. Wij stemmen in met de inleiders dat het geheel een fel geschrift is, maar tegelijk een dringende oproep tot christelijke waakzaamheid. Het is ongetwijfeld één van de tekenen der tijden dat deze waakzaamheid bij velen ontbreekt. Men kan niet zeggen dat de oecumenische gedachte veel weerklank vindt bij het volk. Zelfs vele predikanten tonen weinig interesse en laten de zaak over aan een betrekkelijk gering aantal "specialisten". En die zijn enthousiast. Bovendien 'hadden zij de nieuwsmedia tot voor kort volledig in handen.
Die periode is nu voorbij nu de E.O. een ander geluid laat horen met betrekking tot de Wereldraad.
1) Naar aanleiding van J. A. E. Vermaat: Kerk en tegenkerk - De oecumenische beweging getoetst aan de Heilige Schrift.
Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1972.
Prijs f 10,-.