2 Samuël 3: 22 – 39
1973-03-23
Hausse - Jaargang 17
- nummer 12
En zie, de manschappen van David en Joab keerden van een strooptocht terug en brachten een rijke buit mee. Abner nu was niet meer bij David in Hebron, want deze had hem in vrede laten vertrekken.
Je wordt toch wel kennelijk gezegend: de één gaat via de Noordpoort de vrede voor je zoeken, de ander komt via de Zuidpoort de heerlijkheid der volken bij je brengen.
Nog nooit hebben Davids papieren er zo goed voor gestaan.
Lood om oud ijzer.
Toen Joab en het hele leger dat bij hem was, waren teruggekeerd, deelde men Joab mee: Abner, de zoon van Ner, is bij de koning gekomen en deze heeft hem in vrede laten gaan. Toen ging Joab naar de koning en zei: Wat hebt u nu toch gedaan? Was Abner nota bene bij u en hebt u hem laten lopen! Waarom? U kent Abner, de zoon van Ner, toch? Hij is alleen maar gekomen om u te bedriegen en zelf op de hoogte te komen van uw doen en laten en van uw plannen voor de toekomst.
Daarna ging Joab van David weg en zond Abner boden achterna, die hem deden terugkeren van de put Sira. Maar David wist er niets van.
Toen Abner in Hebron terugkeerde, nam Joab hem binnen in de poort ter zijde, alsof hij vertrouwelijk met hem wilde spreken; en hij stak hem daar in het onderlijf zodat hij stierf, om het bloed van zijn broer Asaël.
Dit verhaal hebben we al eens eerder gehoord! Een opperbevelhebber die uitvalt tegen zijn koning, een dienaar die buiten de kroon om zijn maatregelen neemt, een militair die zijn collega overhoop steekt. Hebron is Mahanaïm, Joab is Abner geworden.
Wat zou het, dat Abner begon? Wat zou het, dat boontje om zijn loontje komt? Aan beide kanten van het kerkelijke front wordt op precies dezelfde manier gevochten. Het kwade wordt beantwoord met het kwade. Pot en ketel zijn beide zwart.
Geen ander evangelie
Toen David dit later hoorde, zeide hij: Ik en mijn koningschap zijn voor altijd tegenover de Here onschuldig aan het bloed van Abner, de zoon van Ner. Moge het neerkomen op het hoofd van Joab en op zijn hele familie; moge er nooit in het huis van Joab iemand ontbreken, die een vloeiing heeft, melaats is, op een stok moet steunen, door het zwaard valt of broodsgebrek heeft. Zo hebben Joab en zijn broer Abisaï Abner omgebracht, omdat deze hun broer Asaël te Gibeon in de strijd had gedood.
Met het hemels koningschap heeft "oog om oog" niets te maken.
Met slapheid heeft het niets te maken, als David met woorden straft en niet met daden. Deze messias weet: ik ben zelf medeschuldig aan alles wat hier gebeurt. De mens wikt, God beschikt, en David schrikt.
En van schrik doet David dan een stap opzij: om de Hére door te laten, om plaats te maken voor Gods toorn. Èn zichzelf èn zijn broeders roept hij met het evangelie tot de orde.
In de bijbel wordt echt niet om alle wissewasjes met de banbul gezwaaid.
Maar als iemand het evangelie in de weg staat, dan zegt zelfs Paulus: "Die zij vervloekt!"
Gij geheel anders
En David zei tot Joab en tot al het volk dat bij hem was: Scheurt uw kleren, omgord u met rouwgewaden en gaat weeklagend voor Abner uit. David ging achter de baar.
De weg naar Abners graf is door Joab en zijn trawanten geplaveid.
Zij gingen voor de dood uit, dan moeten zij ook voor de dode uit gaan. Van buiten (rouwgewaad) en van binnen (weeklacht) zich verootmoedigend voor de Here: "Mijn schuld, mijn allergrootste schuld ... ".
Achter de baar gaat hij die werkelijk rouwt. Rouw om een kind van God, een broeder ondanks alles. "Mijn zoon, je bent rechtvaardiger dan ik". Ja, David is heel anders dan koning Saul: hij heeft Christus leren kennen.
Ik geheel anders
Toen men Abner in Hebron begroef, verhief de koning zijn stem en weende bij het graf van Abner en al het volk weende. De koning hief dit klaaglied aan over Abner: Moest Abner sterven zoals een dwaas sterft?
Uw handen waren niet gebonden en uw voeten waren niet in ketenen geklonken.
Gij zijt gevallen, zoals men door booswichten valt.
En al het volk weende nog meer over hem.
Al het volk kwam bij David aandringen, nog diezelfde dag iets te eten, maar David zwoer: Zo moge God mij doen, ja nog erger! als ik voor zonsondergang brood of wat dan ook proef.
Al het volk bemerkte dit en keurde het goed, zoals het alles goedkeurde wat de koning deed. Toen begreep al het volk en heel Israël op die dag, dat het niet van de koning was uitgegaan, Abner, de zoon van Ner, te doden.
De prediker is zelf de eerste die bepreekt wordt. Wie de geboden dóét en ze leert, eerst doet en dan leert, die zal groot heten in het koninkrijk der hemelen.
De grote Koning vraagt aan zijn discipelen: "Begrijpt u wat Ik u gedaan heb? Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u doet, zoals Ik gedaan heb. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. Als u dit dan weet, zalig bent u als u het doet".
De toepassing op de prediker werkt aanstekelijk op de hoorders. Zo krijgt David heel Gods volk mee.
Baissee
De koning zei tot zijn dienaren: Weet u niet, dat er deze dag een vorst, een groot man, gevallen is in Israël? Maar ik ben nu nog zwak, ofschoon tot koning gezalfd, terwijl deze mannen, de zonen van Zeruja, harder zijn dan ik. Moge de Here hem die het kwaad gedaan heeft, naar zijn kwaad vergelden.
De echte messias acht de ander uitnemender dan zichzelf. Daarom is David ook echt de messias! Als hij zwak is, dan is hij machtig. Dan zeg je van je vijand: "Een vorst, een groot man!"
Voor het eerst wordt David telkens "koning" genoemd. Z6 is de koning in Gods rijk: hij beidt Zijn tijd, hij weet Zijn eed, hij volgt Zijn Zoon. Ik verwacht de Here, mijn ziel verwacht en ik hoop op zijn woord, mijn ziel wacht op de Here meer dan wachters op de morgen.
Statuut voor het koninkrijk
2 Samuël is het boek van het koninkrijk.
Eén Samuël is het boek van de koning - van koning Saul. Twee Samuël is het boek van het koninkrijk - het koninkrijk van God.
Wat is dat koninkrijk? Hoe komt dat koninkrijk? Wat geeft dat koninkrijk? Wat vraagt dat koninkrijk?
Het hemels koningschap betekent dit: dat altijd bij allen de Here alleen het voor 't zeggen heeft.