Boekbespreking
1973-03-23
- Jaargang 17
- nummer 12
Ds J. Overduin - Niet ik ... maar Hij.
J. H. Kok N.V. Kampen, 1971.
In dit boek heeft conega Overduin 'n twaalftal preken gepubliceerd, maar in een zodanige vorm dat het preekkarakter niet opvalt. De teneur van al deze preken heeft de auteur zelf goed gekarakteriseerd, dunkt mij, in het "Woord vooraf". Hij zegt daarin dat we bijna altijd preken en zingen en belijden boven onze geestelijke stand. "We preken en zingen van zonde en genade, van oordeel en vrijspraak, van "meer dan overwinnaar" in alle omstandigheden. We dalen neer op de bodem van de hel, wij stijgen op naar de hoogste hemelen, we staan breed uit over de ganse kosmos. En als we dan de balans van ons leven opmaken dan staan we verlegen en beschaamd. In zeker opzicht zijn wij aan het eind van ons leven even ver als bij het begin ...
Met dat "in zeker opzicht" bedoel ik, dat wij nooit boven de genade uitkomen."
Men kan zeggen dat de preken allemaal draaien om deze zaak. Zij staan vol van woorden en zinnen die uit zijn op ontmaskering van onze christelijke pretenties, voorwendsels en onze eigen roem om telkens terug te keren tot dat punt dat wij alleen maar kunnen roemen in de Here Jezus Christus.
Je zou kunnen zeggen dat het "veld" uit het rijke en brede christelijke leven, dat voortdurend zijn aandacht heeft en waarvoor hij bij z'n hoorders en lezers aandacht vraagt, dit gebied is, dat een christen zo weinig echt presteert van geloof, hoop en liefde terwijl hij zo'n grote roeping heeft.
Ieder christen zal hem daarin van harte bijvallen.
Overduin is een begaafd en boeiend prediker.
Pastoraal gesproken is hij een mensenkenner en kenner van het hart van een zondaar.
Hij weet, en kan het ook zeggen, wie een mens, een christenmens, een doorsnee-kerkmens van onze dagen is. Dit is dunkt mij de kracht van Overduins preken, die we in dit boek voor ons hebben.
Misschien ligt hier ook z'n zwakheid. Er zijn niet vele andere zaken die in zijn blikveld komen.
Dit betekent niet, dat hij niet weet wat er vandaag in de wereld te doen is en in zijn eigen kerken. Maar als hij andere zaken ter sprake brengt dan brengt hij ze meteen in het bovengenoemde raam ter sprake.
M.i. ligt zijn kracht ook niet in een goede exegese met de daaruit als vanzelf voortvloeiende praktische toepassing. In sommige van deze preken is de exegese bepaaldelijk zeer zwak te noemen. Ais illustratie van deze uitspraak wijs ik naar de eerste preek. De tekst is Luk. 11 : 52.
"Wee, u, wetgeleerden, want gij hebt de sleutel der kennis weggenomen enz." De auteur gaat er van uit dat de wetgeleerden de sleutel der kennis missen. Natuurlijk is dat waar. Zijn hele preek is op deze gedachte gebouwd. Er staat echter dat zij deze sleutel hebben "weggenomen". Dit is hetgeen de Here Jezus van hen zegt. Resultaat van dat wegnemen is natuurlijk dat zij de sleutel "missen". Dit punt dat zij de sleutel hebben "weggenomen", komt helemaal niet ter sprake. De uitwerking van deze beschuldiging van de Here Jezus aan hun adres zou de preek pas recht diep en aangrijpend maken.
Uitstekende preken zijn m.i. de vierde en de zesde.
Ieder prediker preekt op zijn wijze. De betekenis van de prediking van het evangelie is geweldig. Dat is altijd zo geweest en zal ook zo blijven. Het is de eerste en de voornaamste taak van de gemeente die prediking in "tand te houden.
Daardoor komt God tot ons in Christus.
Een laatste opmerking. Het is opvallend dat in deze preken vrijwel niets ter sprake komt van de concrete nood met betrekking tot de ware prediking, in de kerken, die ds Overduin dient.
J. Meester
Dr W. Adriani - Aan hen, die Jezus Christus liefhebben.
Buijten en Schipperheijn, Amsterdam; 1972.
Dit is een klein maar kostelijk boekje, 62 bladzijden. De titel zegt helemaal niets omtrent de inhoud of de bedoeling. Dat is m.i. een gebrek.
De schrijver schrijft in heel nauwe aansluiting aan de heilige Schrift over het liefhebben van Christus. Dat is zeer te prijzen. Het Ie hoofdstuik: Veranderingen in gedrag van levensbeschouwing; 2e hoofdstukje en ten 3e de grote crisis. Wie was Jezus Christus. Ten 4e: Eerste gevolgen van het geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is. Hoofdstuk 5: de vergeving der zonden. 6. De heiligmaking; 7. De Bijbel Gods Woord; 8. De toekomst. De wederkomst van Jezus Christus en 9. Slotwoord met een Naschrift.
Om de bedoeling van de schrijver duidelijk te maken geef ik een paar citaten. Eerst een van blz. 9: "De echte liefde tot Jezus blijkt dus daaruit dat er een totale verandering van leven plaats heeft, waarbij men de woorden van Jezus tot richtsnoer van zijn leven maakt. Maar wie zijn oude zelfzuchtige leven blijft voortzetten en toch meent Jezus lief te hebben, misleidt zichzelf."
Ook dit citaat: "Behalve degenen, die door een woord van Jezus tot Hem getrokken zijn, is er nog een andere categorie, die op radicale wijze, soms in één ogenblik, door Hem verlost zijn, hetzij van een sexuele gebondenheid, of van verslaving aan alcohol of aan drugs, of van ziekte. Zij hebben de macht van een levende Jezus ervaren, dikwijls zonder verder veel van Hem, van Zijn woorden, van Zijn daden, van Zijn weten te weten. Ook bij deze categorie zal de vreugde over de verlossing leiden tot een verandering van gedrag en gezindheid. Bij beide categorieën zullen dus veranderingen optreden".
"Welke veranderingen dit zijn willen we in dit boekje nagaan. Het zijn veranderingen die in de kiem reeds in onze liefde tot Jezus liggen opgesloten, maar die eerst in verloop van tijd openbaar worden". blz. 10. Daarover gaat het boekje.
In een aantekening op de laatste bladzijde deelt de schrijver mee dat hij door Gods genade gelovig mag zijn en dat hij door deze genade ook zijn natuurwetenschappelijke opleiding aan de Leidse universiteit heeft mogen voltooien. Vanwege beide omstandigheden heeft hij gemeend, dat het op zijn weg lag in een geschrift ook hen die natuurwetenschappelijk niet onderlegd zijn over de natuurlijkwetenschappelijke studie principieel voor te lichten en door middel van deze voorlichting de betekenis van de natuurweten., schap tot de juiste proporties terug te brengen.
Dit geschrift is onder de titel: "Geloof en wetenschap, Goddelijke Openbaring en menselijk streven" verschenen bij H. H. Blok te Dieren.
In 1971hebben wij een reeds opstellen over de ouderdom der aarde, de evolutie, evolutie-theorieën enz. gepubliceerd in de Kerkbode voor de Gerei. Kerken in Noord- en Zuid-Holland. We hebben toen van dit geschrift melding gemaakt en ervan geprofiteerd, O.a. in het nummer van de Kerklbode van 18 sept. 1971hebben wij meegedeeld hoe dl' Adrianl de natuurwetenschap als menselijk streven radicaal afgrenst van de Goddelijke Openbaring.
J. Meester
A. M. Lindeboom - In het uur van bezinning. 1. Geestelijk arm.
Uitgave van Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1972. Prijs f 10,-.
In dit eerste deel geeft de emeritus-predikant van de Gereformeerde Kerken (synodaal) voorlichting over de situatie in de Nederlandse Hervormde Kerk en over die in eigen Kerken. In het geplande 2de deel hoopt hij de situatie in de kleinere kerken van de Gereformeerde Gezindte te bespreken. Een nogal ambitieus programma dus.
Voor wie de auteur uit vroegere publicaties kent Is het begrijpelijk dat aan de Hervormde Kerk vooral haar gebrek aan leertucht verweten wordt en dat t.a.v. de Gereformeerde Kerken de moeilijkheden, die daar zijn ontstaan door het optreden van Kuitert, Augustijn, Wiersinga en anderen, alle aandacht hebben. Op populaire, goed leesbare en enigszins sappige wijze geeft Lindeboom informatie en treedt hij in het krijt tegen allerlei moderne theologieën.
Het geheel is meer vertellend, betogend, dan profetisch geladen, maar er worden wel rake opmerkingen gemaakt. Wie op een niet te ingespannen wijze wil ingelicht worden, kan in dit boek terecht.
G. Janssen