IN MEMORIAM LAMBERTUS POPKO LANING
1973-04-06
Zaterdag kwam het ontstellende bericht dat onze broeder èn vriend Laning was heengegaan naar het Vaderhuis. We wisten dat de dodelijke ziekte hem in haar greep had. Maar we hoopten dat we hem toch nog lang mochten houden! En nu was er, plotseling, het einde.- Jaargang 17
- nummer 14
Het sterven van Laning heeft mij, ik wil het wel eerlijk bekennen, diep geschokt. En ik weet dat het allen die hem gekend hebben zo is vergaan. Want Laning echt kènnen was hem liefhebben.
Ik denk in deze dagen steeds aan een dag die ik met hem doorbracht in zijn zomerhuis in Noord-Drente. Toen de ziekte zich had geopenbaard, hij met goed gevolg was geopereerd en zich weer bizonder goed voelde, vroeg hij mij een dag bij hem te komen. Hij haalde mij al weer zèlf van het station af, we aten bij het vliegveld Eelde en gingen toen naar zijn in het prachtige drents landschap liggende buitenhuisje. Mevrouw Laning was dit dag naár één van haar kinderen.
Zo waren we daar de hele dag samen.
En toen, zo ervoer ik het, heeft Laning zijn hart geopend. Hij vertelde van zijn jeugd, van zijn ouders. En vooral van zijn leven en strijd en verdriet in de kerk, die hij Iiefhad en steeds méér ging liefhebben.
Hij verhaalde van zijn intrede in de politiek, vooral van zijn lid-zijn van de gemeenteraad, Een taak diehij met grote bekwaamheid, liefde en toewijding vervulde.
Ik hoorde van de vreugde die hij er in had om als "Bert van de Hoek" elke week in het Geref. Gezinsblad zijn broeders en zusters een beetje te dienen. Hoeveel duizenden hebben van zijn milde humor en fijnzinnige wijsheid genoten! Hij sprak van zijn verdriet over de gang van zaken in het G.P.V. en in de kerk. En over nog veel meer.
Aan dat alles moet ik nu steeds denken.
Ik heb toen met ontroering en stille verwondering geluisterd.
We kenden elkaar al meer dan een kwart eeuw. We hadden dezelfde strijd gestreden, dezelfde idealen gekoesterd, dezelfde teleurstellingen beleefd. En daarom resonnerde wat Larring zei zo sterk in mijn hart. Toen heb ik Laning beter leren kennen dan ooit.
Er was in zijn spreken geen spoor van bitterheid, laat staan van rancune. Hij peilde de mensen die hij in kerk en politiek ontmoette met al de diepte waartoe de wijsheid die God aan zijn kinderen schenkt in staat stelt. Maar zijn oordeel over hen bleef begrijpend, zacht, Liefdevol, vergevend. En in zijn spreken klonk iets, of liever: véél door van de verwondering over Gods genade die hem altijd had gedragen, Gods zorg die hem had geleid en hem de kracht had geschonken om steeds de enig goede, "de smalle weg" te gaan.
Maar wat mij op die dag het meest trof was zijn volkomen "klaar" zijn om heen te gaan. Hij had alles wat daarmee in verband stond diep doordacht, doorworsteld en, terwijl hij gráág bij allen die hem lief waren zou willen blijven, was er toch helemaal in hem wat Paulus zó zegt: Want het leven is mij Christus en daarom is het sterven mij gewin.
Als ik over het leven van Laning nadenk kan ik daarmee niet klaar komen. Hij was voluit een johanneïsche figuur. Waarom werd nu juist deze man-met-het-gevoelige-hart in wie de liefde van Christus in zo rijke mate was uitgestort en wiens werkleven zo krachtig door de liefde tot Christus werd gestuwd tot tweemaal toe door de kerk zo diep gewond?
Waarom heeft hij niet in een klimaat kunnen leven, waarin hij zijn grote gaven ten volle kon ontplooien zodat ze rijke vrucht konden dragen tot heil van kerk en volk die hij met algehele verloochening van zichzelf om Gods wil begeerde te dienen? Waarom kwam hij, nadat hij ten koste van grote financiële offers een boeiende en eervolle positie had prijs gegeven, 23 stemmen te kort om in de Tweede Kamer zitting te kunnen nemen?
Waarom werd hij bij een volgende verkiezing gepasseerd? Waarom liet men hem in Groningen als gemeenteraadslid vallen omdat hij duidelijk èn bescheiden aanwees dat er in de kerk iets gebeurd was dat niet goed was in de ogen van de Here HEERE.
Nee, je komt met deze vragen niet klaar.
Wat er bij al het bezig zijn daarmee overblijft dat is de figuur van Laning, de man die altijd maar één ding zocht: het volgen van zijn Meester, waarheen Deze hem ook leidde; het blijven dienen van allen, wat hem ook werd aangedaan; het om zich heen blijven verspreiden, onbewust en ondanks zichzelf, van de lieflijke geur van Christus.
Wat moeten zijn vrouwen kinderen ontzaglijk veel missen in deze man. Wat is het een onuitsprekelijk voorrecht deze man tot echtgenoot en vader te hebben ontvangen en ... welk een verantwoordelijkheid bracht dat mee!
En wij, de Opbouw-kring, staren hem na met droefheid en dankbaarheid.
Hij hield van ons blad en hij had het plan, nu hij "in ruste" was, daaraan actief mee te werken.
God heeft het anders gewild .
Zijn weg is ook nu "heiligheid" en "zijn voetsporen worden ook nu niet gekend"!
Maar - ook nu "leidt Hij zijn volk als een kudde."
Soli Deo Gloria.