Herinnering
1973-04-06
Op 12 maart 1959 zijn er in ons land Kamerverkiezingen.- Jaargang 17
- nummer 14
Het Gereformeerd Politiek Verbond heeft lijst 10. Daar staan vijftien namen op. Laning is nummer 1.
De voorlopige uitslag wijst hem aan als gekozen Kamerlid.
Hij gaat naar de Koningin. Achter hem ligt een niet onbelangrijke directiefunctie, voor hem een matig gehonoreerd Kamerlidmaatschap.
Luttele dagen later blijkt, dat hij toch niet gekozen is. De lijst van het G.P.V. komt op de kiesdeler enkele tientallen stemmen tekort.
Er is ontsteltenis in het land. Het G.P.V., dat een stem in de politiek had gekregen, is die stem kwijt.
Weinigen beseffen, wat deze dubbele verandering voor Laning, voor zijn gezin en zijn werkomgeving heeft betekend.
Nog geen drie weken na de dag van de verkiezingen komt de Algemene Vergadering van het G.P.V. bijeen in de Amersfoortse Zuidsingelkerk. Laning presideert.
Uit het kort verslag neem ik van zijn openingswoord het volgende over: De verkiezingstijd heeft veel van onze krachten geëist. Het verlies van de zetel, die volgens de voorlopige telling aan het G.P.V. was toegewezen, was een slag die ons trof door eigen schuld.
Ik heb veel brieven ontvangen, ook van buiten onze kring, waaruit de pijn bleek.
Wij waren deze zetel onwaardig. De Here heeft ons de zetel niet gegeven.
De leiding was verdeeld. Ons Verbond bevindt zich in een crisis, die de ergste is in zijn geschiedenis, en waarmee het voortbestaan is gemoeid ...
Onze troost ligt in psalm 99. De Here regeert ...
Hij had deze keer de Kamerzetel van het G.P.V. niet nodig.
De gebeden der heiligen kunnen meer dan een Kamerzetel.
Is dan nu alles weer in orde? Rust mijn ziel, uw God is Koning?
Dan denken wij goedkoop over de Here, want er staat in de Schrift: schoon ze ook om hun zonden straffen ondervonden. De Here doet wraak. Dat is geen theorie. Nu moeten wij in ootmoed zeggen met een andere psalm: nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheren.
niet uittrekt ...
Velen zijn hier gekomen met een bezwaard hart. Velen vragen: wat zal het einde van deze dag zijn? Zal onze haan koning kraaien en onze armzalige principes?
Of zal het zijn: de Geest des Bieren regeert.
Als op 20 juni 1959 de ledenvergadering wordt voortgezet blijkt, dat Laning voor het laatst heeft gepresideerd. De vergadering zendt de verscheurde en verdeelde Verbondsraad heen.
Bij de volgende Kamerverkiezingen staat Laning niet meer op de lijst van het G.P.V.
Hij is zonder veel overleg vervangen.
Wel is hij nog voorzitter van de Commissie Richtlijnen. Naast hem zijn dr A. J. Verbrugh en ik leden en zijn er nog drie permanente adviseurs. In mei 1959 begint de commissie zijn werk. Na ongeveer twee jaar trekt Laning zich gedesillusioneerd terug.
Het rapport van de hand van Verbrugh heeft zijn instemming niet. De publicatie wordt buiten hem en mij om en tegen onze wil aangekondigd. Om de situatie te redden en de eenheid te bewaren schrijft hij samen met mij een nota, waarin onze bezwaren zijn vervat en die aan het rapport wordt toegevoegd.
De Centrale Verbondraad verbiedt ons, dat wij onze namen eronder zetten.
Laning bekleedt geen functies meer in het G.P.V.
Hoe is het mogelijk geweest, dat de broederkring deze bekwame, milde en opofferingsgezinde man geen ruimte gunde? Het antwoord moet zijn, dat een dienstknecht niet meer is dan zijn Heer.
In een schismatieke situatie staat de vredestichter beide conflicterende partijen in de weg, hij staat de scheuring als zodanig in de weg. Zo wordt hij slachtoffer, of de triomf nu aan de een is of de ander.
In Lanings eigen spreken heb ik gezocht naar gronden, die de tegen hem gerichte acties enigszins begrijpelijk zouden kunnen maken. Ik heb die niet kunnen vinden. Hij werd niet veroordeeld om wat hijzelf zei, maar omdat hij weigerde de band te verbreken met de broeder die veroordeeld werd om wat hij zei; weigerde, ook al was hij het met deze broeder oneens.
Daar ligt de kern van deze tragedie - een tragedie voor de vrijgemaakte wereld - en daarin staat messcherp het kerkelijk conflict voor onze ogen, dat tien jaar later binnen de vrijgemaakte gemeenschap een spoor van vernieling zou achterlaten. In een gemeenschap, die het "scheuringen moeten er zijn" tot haar onbegrepen devies maakt, is geen plaats voor Laning. Zij drijft de vredestichters in hun laatste eenzaamheid. Waarom God hun in Zijn barmhartigheid soms nieuwe mogelijkheden geeft.
De Commissie Richtlijnen van het G.P.V.
placht samen te komen in de huiskamer van een vergaderzaaltjes tekort komende hotelexploitant.
Deze dubbele bestemming was wel aan het meubilair te zien. Zo spraken wij tussen pluche en old finish over beginselen en richtlijnen, belijdenis en politiek program, gemene gratie en s.i.e.k., de eer van het soldatenambt, het leven van fors gebouwde moeders in te kleine huizen en oude fietsen als dekking van de gulden.
Direct links van de deur hing aan de wand een Mariabeeldje, verlicht door stukje zwak gloeiend electrisch draad.
Ik herinner mij, hoe een van ons er een gewoonte van maakte onmiddellijk bij binnenkomst de stekker uit het stopcontact te trekken. Als de vergadering ten einde was, deed Laning die er dan weer in en zonder dat de ander het merkte.
Het is tenslotte een huiskamer, zei hij dan.
Hij kwetste niemand.
Zo was het. Allen gereformeerd. Niemand een Mariavereerder.
Maar de een doet anders dan de ander.
Dat deze dienstknecht geschiede naar Gods Woord.