De Bruidegom weggenomen
1973-04-13
In het aangehaalde Schriftgedeelte blijkt het onbehagen van met name Johannes' leerlingen over de vrijheid, die Jezus zijn discipelen toestond ter zake van de joodse vastendagen.- Jaargang 17
- nummer 15
De kring van de Doper zag nog wel iets in dit oude traditie-goed en had de bestaande vorm met nieuwe inhoud gevuld. De boeteprediking van hun Meester had daar alle aanleiding toe gegeven. Maar Jezus was verder gegaan en had de hele vastenkalender laten vallen. De leerlingen van Johannes betreurden dit en zagen er een onnodige breuk in met het joods-godsdienstige establishment.
Evenals later de luthersen hadden zij de instelling, van de traditie, zoveel als maar mogelijk was te behouden.
Jezus Christus grijpt dieper in. Betekent dit, dat Hij het vasten afschaft? Nee; ik zou bijna zeggen: Jezus is geen protestant, die het vasten verwerpt, omdat de roomsen het doen (deden). De Heiland heeft het vasten van de kalender afgeweekt om het vervolgens aan zijn persoon te verbinden. "Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en dan zullen zij vasten, te dien dage". Te dien dage - dat wil zeggen: niet het tijdpunt beslist, maar het tijdsgewricht, dat wat er voorvalt in de relatie tussen Christus en de zijnen.
Jezus heeft gezien, dat het kalendergewijze vasten leidt tot een uiterlijke observantie.
Vaste vastendagen kunnen zo gemakkelijk geschreven staan 'op tafelen van steen', maar de Heiland schrijft het vasten 'op tafelen van vlees in de harten'. Met andere woorden: de datum doodt, maar de Geest maakt levend.
Niet dat het vasten up geijkte dagen geheel nutteloos zou zijn; Israël heeft er het vasten als vorm door geleerd. Maar nu het tijdperk van de mondigheid aanbreekt, maakt Jezus er een uitdrukkingsmogelijkheid van in de persoonlijke relatie met Hem.
Dit is een zeer hoge greep geweest en je kunt je afvragen of wij protestanten, die op de roomse vastenkalender hebben afgereageerd, deze hoogte wel gehaald hebben. Al zal het oordeel hierover zeer voorzichtig moeten zijn, want de Meester heeft ook geadviseerd, met het vasten liever niet te koop te lopen; het meer voor de Vader te doen, die in het verborgene is, dan voor de mensen.
Daardoor onttrekt zich het meeste wel aan onze waarneming. Maar je mag toch aannemen, ook al staat het er niet, dat de jongeren, toen de Bruidegom van hen weggenomen was, i:n de ontzagwekkende dagen, die aan de paasmorgen voorafgingen, niet hebben gegeten, niet hebben gedronken en niet ötj hun vrouw zijn geweest. Hun hart stond er niet naar: ach, nun ist mein Jesus hin!
Maar is dit de enige actualiteit van Jezus' onderwijs? Immers, de weggenomen Bruidegom is ons toch weer teruggegeven? Jezus zelf heeft gezegd: nog een korte tijd en gij ziet Mij niet meer, en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien. Ging het derhalve niet om een eenmalig intermezzo, toen Jezus als de Bruidegom van de zijnen weggenomen werd? Het gaat toch niet aan, dit wegnemen op de hemelvaart te betrekken? In plaats van te vasten immers keerden de discipelen na de scheiding met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Voor die vreugde was reden vanwege het troostwoord: en zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.
Is het vasten dus achterhaald voor een christen, .of als wij er nog iets van willen redden, doen we dan niet het beste met toch maar weer een vastenkalender in te voeren, zij het dan nu een 'christelijke', met carnaval en al? Nee.
In de eerste plaats, Christus is in zijn lijden van ons gescheiden geworden vanwege onze zonden. Kunnen wij daarna niet onszelf van Hem scheiden door onze zonden? Ik heb hier het oog op de bevindelijke werkelijkheid, waarover in de Dordtse Leerregels zo ontroerend gesproken wordt, dat wij namelijk door onze eigen schuld van de leiding der genade kunnen afwijken. "Met zodanige grove zonden vertoornen zij God zeer, vervallen in schuld des doods, bedroeven de Heilige Geest, verwonden zwaarlijk hun geweten en verliezen soms voor een tijd het gevoel der genade; totdat hun, wanneer zij door ernstige boetvaardigheid op de weg wederkeren, het vaderlijk aanschijn van God opnieuw verschijnt" (D.L. V, 5). Wanneer zo het aanschijn van de verzoende God zich voor ons verbergt - wat een ervaring is, bitterder dan de dood (V, 13) - dàn zullen wij vasten, te dien dage. Ach, wo ist mein Jesus hin!
Maar er is meer. Er is ook een gemeentelijke toepassing, een actualiteit, welke voor de gemeente, die op de tekenen der tijden let, van toenemende aard is. Het einde der geschiedenis zal namelijk trekken van gelijkenis vertonen met de vreeswekkende dagen, die aan pasen zijn voorafgegaan. "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zult schreien en weeklagen, maar de wereld zal zich verheugen; gij zult u bedroeven, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden" - dit is door Jezus boven het moment uitgesproken, dit krijgt nog een eindtijdelijke vervulling.
Hier valt te denken aan het tijdperk der totale verwereldlijking, dat wij bezig zijn binnen te gaan. Is het de eindfase van de geschiedenis?
De Schrift kent meerdere eindtijden.
In ieder geval herkennen wij veel van hetgeen waarover in de psalm der secularisatie (de 74e) geklaagd wordt: alles heeft de vijand in het heiligdom vernield . .. het had het aanzien, alsof iemand de bijl van omhoog op het kreupelhout deed neerkomen. En vooral: onze tekenen zien wij niet. Onze tekenen, dat wil zeggen, dat onze Here Jezus, hoezeer ten hemel gevaren, toch in een zekere lichamelijkheid en handtastelijkheid aanwezig was. Denk bijvoorbeeld aan de christelijke kunst en wetenschap. Dat waren tekenen van zijn aanwezigheid, maar die zien wij nu niet meer.
Natuurlijk loopt niemand rond met een voortdurend besef van deze drukkende realiteit.
Je staat versteld, waaraan de menselijke geest gewend kan raken. Maar soms bespringt het je. Als bijvoorbeeld in je stad, niet eens van je eigen kerk, weer een preekplaats wordt opgeheven, weer een gebouw wordt gesloopt. De Bruidegom weggenomen.
"Zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: zie, Ik doe in deze plaats voor uw ogen en in uw dagen verstommen de stem der vreugde en de stem der vrolijkheid, de stem van de bruidegom en de stem der bruid" (Jeremia). Alsdan zullen we vasten, te dien tijde. Ach, wo ist mein Jesus hin!
Wij hebben als protestanten nog een rest van een kalendersgewijze lijdenstijd over.
Radicaal christendom wil hier en daar ook deze rest weg hebben. Laten we liever deze tijd gebruiken om vooral ook deze dingen tegen elkaar te zeggen. Als er in Israël in het geheel geen vaste vastentijden geweest waren, zouden we misschien dit mooie onderwijs van de Meester over het vasten hebben moeten missen. Jezus' nieuwe wijn kan inderdaad niet in de oude zakken. Maar wel zouden we de smaak van de oude wijn steeds in onze mond moeten houden, om de nieuwe wijn na vergelijking des te hoger te kunnen roemen.