DAMASCUS

1973-04-13
  • Jaargang 17
  • nummer 15
In het voorjaar van 1971 maakte ik met een groep politicologiestudenten een door de Vrije Universiteit georganiseerde reis door het Midden Oosten. Na bezoeken aan Caïro en Amman kwamen we begin april in Damascus. De stad bereidde zich voor op het komende Pasen, dat door de oosterse christenen met de uitbundigheid van ons Kerstfeest gevierd wordt, Op straat schallende muziek en toespraken uit luidsprekers, religieuze optochten van padvinders, een paassfeer die ogenschijnlijk even weinig met de opstanding te maken had als de westerse kerstsfeer met Christus' geboorte.

Geholpen door de manager van het hotel, kwam ik op paasmorgen na enige omzwervingen in een protestantse kerk terecht. Het gebouw bood naar schatting plaats aan een kleine 500 mensen en bij de aanvang van de dienst waren er ruim 200. De dienst verliep in grote lijnen volgens het ons bekende patroon.
De Arabische kelen zingen wat luider.
Slechts een lied klonk mij maar bekend in de oren. Het had de melodie van Christus, onze Heer, verrees. Het halleluja kon ik meezingen.
Men gedraagt zich tijdens de dienst ook wat minder 's zondags dan wij in de kerk gewend zijn. Heen en weer geloop. Af en toe stemmen van instemming.

Na de dienst, die geheel inhet Arabisch werd ,gehouden en waarvan ik op enkele woorden na niets verstaan had, ben ik op bezoek geweest bij de predikant van de gemeente, ds Ibrahim Oueis, die achter de kerk woonde. Hij vertelde me dat hij gepreekt had over de opwekkingen van Lazarus, de jongeling van Naïn, het dochtertje van Jaïrus en Christus' opwekking. Ds Oueis zei het in het algemeen belangrijk te vinden de teksten uit het oude en nieuwe testament met elkaar in verband te brengen met het oog op Jezus Christus als Heiland. En dat klonk mij eng vertrouwd in de oren.

De gemeente was zo'n twintig jaar geleden door de Amerikaanse zending gesticht, maar was nu geheel zelfstandig. Het kerkgebouw, .gebouwd op het geloof, aldus ds Oueis, was ongeveer twee jaar oud en had de gemeenteleden, die voor een groot deel afkomstig zijn uit dorpen rond Damascus, enorm grote financiële inspanning gekost.

Gevraagd naar speciale noden. vertelde ds Oueis mij, dat het kerkgebouw geen verwarming heeft, wat in de winter, die afgezien van de kuststreek in Syrië behoorlijk koud kan zijn, nogal ellendig is. Voor deze verwarming, die geïmporteerd moet worden vraagt dit stukje uw financiële aandacht.
Onderstaande brief van ds Oueis is dunkt me verder sprekend genoeg.
Als u er deze maanden in uw huis of in uw kerk warm bij zit, schrijft u dan wat af voor de gemeente van Damascus. De stad van Abrahams knecht Eliëzer, van Paulus' bekering en van de gemeente van ds Ibrahim Oueis. Waarvoor u nu concreet kan bidden.

Amsterdam.

Herman Amelink

Ik schreef ds Oueis over de vraag of wij hem kunnen helpen en ontving het volgende antwoord.

Langerak.

Amelink

Damascus, 13-11-1972

Geachte dominee Amelink,

Het was voor mij een reden tot grote vreugde uw vriendelijke brief te ontvangen op een moment waarop wij ernstig overwegen een centrale verwarming in ons mooie nieuwe kerkgebouw te installeren. Wij werden allen echt getroffen door uw aandacht en christelijke liefde. Zoals u weet nadert de winter snel en Damascus staat in deze streek, die over het algemeen een zacht klimaat heeft, bekend om zijn koude winters. Breng onze dank en liefde over aan onze geliefde broeder, uw zoon Herman, die bij ons was en het werk van de Heer zag in onze geliefde stad en door de Heilige Geest geleid werd om u met onze noden te belasten.
De Heer heeft mij door zijn liefde en genade de verantwoordelijkheid toevertrouwd leiding te geven aan de National Christian Alliance Church in Syrië. Dit werk komt bij de herderlijke verzorging van de kerk in Damascus, sinds de Heer deze stichtte twintig jaar geleden. Toen waren wij minder dan een handje-vol verloste christenen. De Heer liet ons eerst voor Damascus, daarna voor geheel Syrië zien dat we getuigen moesten zijn van Zijn Naam en dat wij de blijde boodschap moesten verkondigen aan degenen die om ons heen in de duisternis leefden.
Dank aan Hem dat onze kerk nu een licht op de heuvel in deze oude stad is en een centrum van evangelieverkondiging voor heel het land. Afgezien van de kerk in Damascus zijn er momenteel acht andere kerken in de zuidelijke, centrale en kuststreken van Syrië.
De meesten daarvan staan onder verantwoordelijkheid van christ-gelovigen, die in het geheel geen salaris ontvangen, maar hun tijd en geld besteden aan de dienst van de Heer.
In de meeste streken waar wij kerken gesticht hebben is - en was tientallen jaren en in sommige gevallen zelfs eeuwen lang - in het geheel geen evangelisch christelijk werk.
Doorlopend bidden wij voor de vele oproepen die wij uit de verschillende delen van ons land krijgen en die zeggen: kom over naar Macedonië en help ons. We geloven dat de Heer zal zorgen voor de mensen en het geld dat voor die doeleinden nodig is. De meeste christenen in onze kerken, ikzelf incluis, hebben geen protestantse achtergrond. maar voornamelijk orthodox of katholiek. Prijs de Heer dat wij nu allen onder het bloed van Jezus onze Zaligmaker staan.
Het geld dat wij nodig hebben voor onze centrale verwarming is zeven duizend Amerikaanse dollars. We hebben al meer dan duizend dollar verzameld, wat een grote prestatie en relatief gezien erg veel geld is in Syrië. We danken de Heer ervoor.
Met grote vreugde verwelkomen wij uw aanbod ons te helpen. Wij weten dat de Heer u om uw liefde zal zegenen. Het geld naar Syrië over te maken brengt geen moeilijkheden met zich mee. De cheque moet uitgeschreven staan op naam van de Christian Alliance Church of Syria, Damascus, Syrië en kan naar mij gezonden worden - per aangetekende post uiteraard.
Vertel de christenen in Holland dat wij hen in de Heer lief hebben. Wij zullen voor u bidden en vragen u voor ons te bidden. Wij hopen dat deze brief u in de Heer gelukkig zal maken en Zijn komst doet verwachten.

Uw broeder in Zijn dienst,

w.g. Ibrahim Oueis

Gelden voor de verwarming van het kerkgebouw van de National Christian Alliance Church van Damascus kunnen overgemaakt worden op postrekening 895 AMRO, Amstelveenseweg t.g.v. reknummer 46.59.05.897, Herman Amelink, Vaartstraat 48 IV, Amsterdam, die u eventueel ook verdere inlichtingen kan geven.
Van de aankomst van uw gift ontvangt u persoonlijk bericht.
Ds Oueis heeft $ 6.000 nodig. Dat wil zeggen: f.17.600,-.
Wij bevelen deze nood van harte in uw aandacht aan. De kerkeraad van Amsterdam-Z. zal voor de nodige controle zorg dragen.

De Redactie

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief