Meer dan een pitstop

2013-05-04
  • Jaargang 57
  • nummer 9
Het dagblad Trouw constateerde onlangs dat het ‘in’ is om de stilte van een klooster op te zoeken. Dat doet vermoeden dat veel mensen onder het tegendeel gebukt gaan. Dat ze te druk en te hectisch zijn door alles wat zich van buiten aandient en te onrustig en zoekend door wat zich van binnen roert. Dat vraagt om rust. Even weg van de snelweg, om na een korte pitstop weer verder te kunnen. Maar hoe zinvol zulke rustmomenten ook kunnen zijn, toch is de stilte van het klooster méér, geheel in lijn met de bijbelse stilte. Die is meer dan een pitstop. Het dagblad Trouw constateerde onlangs dat het ‘in’ is om de stilte van een klooster op te zoeken. Dat doet vermoeden dat veel mensen onder het tegendeel gebukt gaan. Dat ze te druk en te hectisch zijn door alles wat zich van buiten aandient en te onrustig en zoekend door wat zich van binnen roert. Dat vraagt om rust. Even weg van de snelweg, om na een korte pitstop weer verder te kunnen. Maar hoe zinvol zulke rustmomenten ook kunnen zijn, toch is de stilte van het klooster méér, geheel in lijn met de bijbelse stilte. Die is meer dan een pitstop.

Begin april waren wij, Freddy en Judith Gerkema, een paar dagen in de Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Je stapt dan een andere wereld binnen, die in sterke mate gestructureerd wordt door een zestal gebedsmomenten (getijden). Dat zijn de lauden (7.00 uur), de eucharistieviering (9.30 uur), het middaggebed (12.30 uur), de vespers (17.00 uur), de completen (20.00 uur) en de lezingendienst (21.00 uur).
Daarbij komt nog dat de monniken tijdens en na de ochtenden avondmaaltijd algehele stilte in acht nemen. Dat zijn dus uren van stilte. Geen huis-tuin-en-keukenpraat, maar ook geen diepgaand gesprek. Toch kiezen de monniken daar bewust voor, in de stellige overtuiging dat de stilte een mens op een weg brengt die hoger gaat en dieper raakt. Het zet de oren als het ware op scherp om te luisteren en dieper te verstaan.

Ora
Het is bijzonder om een tijdje deel uit te maken van een gemeenschap die de dagelijkse druk van de maatschappij buiten de deur houdt. Niets van werk, waardoor je misschien wel twee keer per dag in de file staat, met alle frustratie die daarbij hoort. Ook de televisie heeft geen plek gekregen in het klooster, omdat dat apparaat te veel het leven dicteert. De computer met internet wordt wel door de monniken gebruikt, maar dan op zelfgekozen momenten, want de kloostergemeenschap wil dat de zes gebedstijden het leven reguleren. Door deze indeling van de dag rond aanbidding krijgt stress geen kans. Het klinkt haast tegenstrijdig; zes van zulke momenten lijkt veel en bindend. Maar het kost uiteindelijk minder energie. Je mag namelijk evenzoveel keren per dag je werk neerleggen voor een moment van aanbidding! Het leven van de monniken plooit zich dus naar de gebedstijden en niet naar die van het werk. ‘Ora et labora’, maar wel in die rangorde.
Op allerlei manieren onttrekken de monniken zich trouwens aan de druk van de maatschappij. Op het gebied van kleding gaat iets als de mode geheel aan hen voorbij. De broeders dragen een pij en kunnen kiezen uit een zwarte en een witte, afhankelijk van de aard van de getijdendiensten. Hoe eenvoudig kan het leven zijn! Geen zorgen over kleur en snit en ook het postuur wordt onbelangrijk. Er is één uitzondering tijdens de dag. Bij de eucharistie gaat de priester die de eucharistie leidt getooid in een bijzondere pij met geel-oranje geschakeerde vlakken, terwijl anderen een stola met vele tinten geel over hun witte pij dragen. De boodschap is: maak je niet druk om het vele, hooguit om dat ene, dat je het meest feestelijk gekleed gaat bij de viering van brood en wijn.

Woestijnervaring
In de stilte is de monnik niet allereerst op zoek naar zichzelf en zijn diepste intenties. Sterker nog, hij zoekt juist van zichzelf verlost te worden, want niets is zo onbetrouwbaar als het menselijk hart (Jeremia 17:9). In stilte kan de intimiteit met God worden gevonden en kan een mens gewonnen worden voor het licht van Gods liefde. Dat is een proces dat vaak niet zonder strijd gaat, door alles wat de gedachten blijft prikkelen en de duistere kanten die zich juist dan in alle hevigheid kunnen opdringen. Maar juist dan is de stilte confronterend en ontmaskerend en biedt ruimte om God te zoeken in gebed en bijbellezen.
In de Bijbel herken je wel iets van deze gang in stilte. Meer dan eens lees je over de eenzaamheid en leegte die een verblijf in de verlatenheid van de woestijn met zich meebrengt. Dan zie je ook dat zo’n woestijnervaring niet als vanzelf bij God brengt. Niet zelden is het God zelf die een mens in de leegte en stilte tegemoet komt om impasses te doorbreken. Zo was de ervaring van Jakob. Hij raakte in zijn vlucht voor Esau noodgedwongen van mensen verlaten, maar kreeg in de nachtelijke eenzaamheid een beloftevol visioen (Genesis 28:1022). Vele jaren later, bij zijn terugkeer uit Padan-Aram, zocht de aartsvader in grote angst en onzekerheid opnieuw het alleen-zijn, waarbij hij vanuit de confrontatie met een goddelijke gestalte een nieuwe naam ontving en daarin zoveel dichter bij God kwam en bij zichzelf. Ook Elia had een vergelijkbare ervaring met God nodig om voort te kunnen met zijn profetische missie. Ondanks dat hij van heel dichtbij had meegemaakt hoe groot Gods kracht was in de strijd met Baäl, raakte Elia zelf de weg kwijt. Een dagreis was niet ver genoeg en de profeet moest nog dieper de woestijn in. God verscheen daar, met een vraag en later een opdracht, maar nog indrukwekkender in de stilte van zijn liefdevolle aanwezigheid. Daar liet God zich aan Elia zien als een Vader die zijn angstige en lamgeslagen kind ziet en hoort. Elia ontving in die stilte nieuwe impulsen om zijn werk te voltooien.
Ook Israël ervoer als volk van God dat bevrijding niet zonder woestijnervaringen ging, met zijn leegte en eenzaamheid. De profeten grijpen daar in tijden van afgoderij op terug (Hosea 2:16) en met die boodschap spreekt God tot het hart van zijn volk, net als in de tijden van weleer (Deuteronomium 8:2).

Nachtelijk
In het Nieuwe Testament staat Johannes de Doper model voor het woestijnleven. Hij gaat er gedreven door de Geest wonen, wordt door God in zijn eenzaamheid aangesproken en weet zodoende te getuigen van Jezus, nog voordat hij Hem heeft ontmoet. Johannes onderkent daar Jezus’ verbondenheid met God (‘Hij was eerder dan ik’, Johannes 1:15). Verrassend is dat ook Jezus direct na de doop door de Geest naar de woestijn geleid wordt. In de stilte en eenzaamheid en langs een weg van geestelijke strijd blijkt daar Jezus’ gehoorzaamheid aan God. Bijzonder is het ook om te zien hoe Jezus in de tijd daarna, toen Hij met zijn leerlingen rondtrok door Palestina, meer dan eens de nachtelijke stilte opzocht om te bidden. Niet zelden was dat voorafgaand aan cruciale momenten, zoals de verkiezing van de twaalf leerlingen en aan de vooravond van zijn lijden in de hof van Getsemané.

Voorportaal
Schepping, dat is het leven ontvangen in een kakofonie van geluiden en een veelheid aan kleuren. Tegelijk is schepping ook het wonder van de rust die van God zelf uitgaat op de zevende dag. Of de stille gang van God in een zachte avondwind, die mensen nodigt tot ontmoeting met Hem. Ook bij Elia proef je dat Gods aanwezigheid verweven is met het gefluister van een zachte bries. Daarin merk je dat het niet gaat om de stilte in zichzelf. Hoe heilzaam stilte ook kan zijn, het houdt toch altijd iets van een voorportaal, waarachter de ruimte van Gods aanwezigheid ligt. Vult de stilte zich met Hem, dan wordt het zoveel meer dan ‘even weg’ uit de onrust en hectiek. Het onrustige en hectische laat je als mens bovendien maar ten dele achter je, omdat je altijd weer jezelf meeneemt. Alleen al dat laatste vraagt om meer, ten diepste de bevrijdende aanwezigheid van God. Bijzonder om daar iets van te ervaren in de dagelijkse stilte rond gebed, in de getijden van het klooster en in de wekelijkse rust van de sabbat – als God komt en de stilte vult met zijn aanwezigheid.

Drs. Judith Gerkema is pastoraal werker in de NGK Amersfoort-Noord. Drs. Freddy Gerkema is predikant van dezelfde gemeente en lid van de redactie van Opbouw.

Stilte

Je kunt stil staan en stil zijn. In het eerste geval is er geen beweging, in het tweede geen geluid. Die twee hebben wel wat met elkaar, want beweging is zelden zonder geluid. De stilte heeft in de Bijbel veel gezichten en anno 2013 is dat niet anders. Een mens kan sprakeloos zijn door het leed van een verwoeste stad (Klaagliederen 2:10), bevangen door dreiging en angst (Job 31:34) of door het oordeel van Gods kant (de inwoners van Kanaän, die verstomden als een steen, Exodus 15:16). De diepste stilte is die van het dodenrijk, waar de lof aan God is verstomd (Psalm 115:17). En soms komt dat dichtbij, als het leven op sterven na dood is en God onbereikbaar ver lijkt (Psalm 22:3, 83:2, 88:15). Een heel ander perspectief is er voor Jesaja, die stil valt als hij in een visioen geconfronteerd wordt met de goddelijke heerlijkheid. God zelf helpt de profeet door die stilte van verlegenheid en ontzetting heen. En ook Job legt de hand op de mond als hij oog in oog met de majesteit van God komt te staan, maar ook dan is een wonderbaarlijke doorstart niet ver (Job 39). Stilte kan ook gevuld zijn met verwachting. Zoals in het donkere boek Klaagliederen, waar de stilte op een goed moment een voedingsbodem wordt van nieuwe hoop (hoofdstuk 3:26). Die sfeer heeft de stilte ook in Psalm 62 en 65. In de laatste psalm grenst de stilte zelfs aan de lofzang. In de Bijbel ‘valt’ de stilte dus meer dan dat die wordt opgeroepen. Als er al een oproep klinkt, dan is dat veeleer de uitnodiging tot lofzang (zoals Psalm 95 en vele andere).

Stilte in positieve zin grenst aan de ervaring van rust, vrede, onbezorgdheid en veiligheid. Die werkelijkheid wordt in de Bijbel met allerlei woorden aangeduid, waarvan de meest bekende de wekelijkse ‘stille tijd’ van de sabbat is. Dan moet/mag het werk voor een dag collectief worden neergelegd om van daaruit de rust van dag tot dag te ontvangen. Verwant is de rust en vrede die Israël bij tijden kende. De zorgeloze tijden (zoals soms in de Richteren- en Koningentijd), met Salomo als prototype van de vredevorst (2 Kronieken 22:9). De profeten trekken deze lijnen door tot in het komende vrederijk: rust en veiligheid tot in eeuwigheid (Jesaja 32:17). Confronterend is in dat licht het slot van Jesaja 57, waar van een mens zonder God wordt gezegd dat hij geen vrede heeft en doet denken aan een opgezweepte zee.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief