Vrijmaking

2013-05-04
  • Jaargang 57
  • nummer 9
Wat hebben wij vandaag met de vrijmaking van 1863 te maken? Het jaartal zei mij niets, tot ik de bijlage van het Nederlands Dagblad over ons slavernijverleden las. In 1863 kregen in Suriname en op de Caribische eilanden duizenden slaven hun vrijheid. Hun nakomelingen zullen dat dit jaar vieren. Wat doen wij? Niet veel waarschijnlijk. Ik las al een boos artikel van een bekend gereformeerd historicus die vond dat wij ons vandaag helemaal niet schuldig hoeven te voelen over ons slavernijverleden. Men wist toen niet beter, al werd op de slavenschepen elke zondag de Bijbel geopend en de Schepper van hemel en aarde geprezen. We zijn niet verantwoordelijk voor de daden van ons voorgeslacht. We hoeven als volk geen schuld te belijden, of zelfs maar sorry te zeggen tegen de kleinkinderen van de slaven. De kerken in ons land laten het ook afweten. Sorry zeggen – tegen wie en over wat precies? – is te goedkoop, een holle symboliek, zo meldde een kerkelijk functionaris in het ND. Maar zijn kerken niet heel goed in het organiseren van symbolische handelingen? Was er onlangs geen Nationale Synode, een volstrekt symbolische vergadering? Niemand had het over holle symboliek.
Waar komt die lauwe reactie op de slavenemancipatie onder protestantse christenen vandaan? Nederland was traag in het afschaffen van de slavernij. Het kostte te veel geld (de VOC-mentaliteit). Gelukkig waren er de mensen van het Réveil. Afgescheidenen hadden het te druk met kerkelijke problemen. En vandaag?

In de Bijbel komen we een heel andere verhouding tussen vooren nageslacht tegen. Wij hebben gezondigd, zei het volk tegen Mozes op de grens van het beloofde land. Ze zeiden niet: onze ouders zondigden. Dat was letterlijk juist geweest. Nee, er was verbondenheid tussen de generaties. Het nageslacht nam verantwoordelijkheid voor wat het voorgeslacht gedaan had. Dat moeten we niet wegpoetsen met een beroep op Ezechiël 19. De onverbondenheid van de generaties in de samenleving werkt ook door in de kerk. Maar er is nog tijd om een welgemeend symbolisch gebaar te maken naar de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in ons land.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief