Gereformeerden op Curaçao

2005-07-22
  • Jaargang 49
  • nummer 14
De Nederlands Gereformeerde Kerk van Curaçao, wie zou daar geen lid van willen zijn? Een prachtig tropisch eiland dat nog steeds een toeristische trekpleister is. Helaas bestaat de NGK van Curaçao niet meer. Sterker nog, die is er onder die naam nooit geweest.

Op 29 juni 1977 werd de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt op Curaçao 'buiten verband' opgeheven. Voordat de naam Nederlands Gereformeerde Kerken in 1979 officieel werd aanvaard, was de gemeente van Curaçao al ter ziele gegaan. In artikel 4 van de Acte van Opheffing, gepubliceerd in Opbouw van 16 september 1977, lezen we: 'alle archiefstukken (…) zullen ter deponering worden gezonden naar het archief der “Landelijke Vergadering”. Acht dozen vol archiefmateriaal uit de periode 1947-1977 komen vervolgens onder de hoede Op 29 juni 1977 werd de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt op Curaçao 'buiten verband' opgeheven. Voordat de naam Nederlands Gereformeerde Kerken in 1979 officieel werd aanvaard, was de gemeente van Curaçao al ter ziele gegaan. In artikel 4 van de Acte van Opheffing, gepubliceerd in Opbouw van 16 september 1977, lezen we: 'alle archiefstukken (…) zullen ter deponering worden gezonden naar het archief der “Landelijke Vergadering”. Acht dozen vol archiefmateriaal uit de periode 1947-1977 komen vervolgens onder de hoede en de afstand geschiedde dit bijna drie jaar na de Vrijmaking in Nederland, die op 11 augustus 1944 in Den Haag was begonnen.
Overigens hadden gereformeerden zich nog niet zo lang georganiseerd op Curaçao. Pas in 1934 werd een kerkenraad geïnstalleerd en kwam de eerste predikant, ds. H.W. Kroeze.
Curaçao was geen zelfstandige kerk, maar een wijkgemeente van de kerk van ‘s-Gravenhage-West. De kleine groep van circa 15 personen groeide uit tot circa 200 kerkgangers in 1939.
Veelal betrof het ambtenaren, politiebeambten en medewerkers van de CPIM (de latere Shell).
Op die eerste kerkenraadsvergadering na de Vrijmaking werd het kerkelijk leven georganiseerd. Namens de Gereformeerde Kerk van ’s-Gravenhage-
West was ds. G. Th. Koopman afgereisd om ondersteuning te bieden.
Besloten werd de kerk te verzelfstandigen, vallend onder de classis ’s-Gravenhage.
De gemeente bleef vacant. Tot en met 1965 kwamen regelmatig predikanten uit Nederland om voor te gaan in kerkdiensten. De gemeente bleef klein in getal. In 1960 bijvoorbeeld telde het ledenregister 75 personen.

Kerkgebouw
De gemeente had de eerste jaren geen eigen kerkgebouw. De ochtenddienst werd gehouden in het Noorse Zeemanshuis in het centrum. De middagdienst moest echter zes kilometer buiten het centrum in het jeugdgebouw van de protestantse gemeente worden gehouden. Geen ideale situatie.
De oplossing bracht de aankoop van een eigen onderkomen in 1955.
Door gemeenteleden werd het pand – een voormalig woonhuis aan de Schout-bij-nacht Doormanweg 32 – grondig verbouwd. Na enkele maan-
den hard werken kon het gebouw in gebruik worden genomen.
Aan preekstoel en doopvont zit nog een apart verhaal. Mevrouw B. de Jong uit Zeist, die jarenlang op Curaçao heeft gewoond, vertelde mij dat haar vader deze had gemaakt. In losse onderdelen kwamen ze op een zaterdagmorgen op Curaçao aan. Nog diezelfde dag werden ze in elkaar gezet en in de kerk geplaatst. De gemeente wist de volgende ochtend tot haar grote verrassing niet wat ze zag.

Zending
Vanaf midden jaren zestig werd zending bedreven onder de inwoners van Curaçao. De kerk van Rijnsburg werd als zendende kerk aangewezen. Deze beslissing hield tevens in, dat Curaçao voortaan onder de classis Gouda-Leiden-Woerden viel. De opdracht was het evangelie te verkondigen onder Antillianen.
In april 1966 kwam ds. K. Deddens als zendeling met zijn gezin naar Curaçao.
Hij hield diensten in het Papiamento en werkte mee aan het vertalen van de bijbel in deze taal. Naast zijn zendingswerkzaamheden verrichtte hij ook als consulent allerlei taken in de vacante gemeente zelf, zoals voorgaan in kerkdiensten.
Door het vele werk kreeg Deddens in 1968 ondersteuning van een tweede zendeling, ds. T.O.G.M. Bosma.

Een nieuwe scheuring
De conflicten in de zestiger jaren gingen ook aan de kerk van Curaçao niet voorbij. Ondanks de afstand was men uitstekend op de hoogte van de kerkelijke perikelen in Nederland, zoals rond de Open Brief van 31 oktober 1966. De correspondentie in het archief bevat brieven aan synodes
(o.a. Amersfoort-West 1967) en predikanten (o.a. een brief met steunbetuiging aan ds. A. van der Ziel). De eerder genoemde ds. Koopman was een van de ondertekenaars van de Open Brief. Hij overleed in 1968 op 55-jarige leeftijd door een auto-ongeluk.
In 1970 besloot de kerkenraad de besluiten van de Generale Synodes van Amersfoort-West 1967 en Hoogeveen 1969 niet voor vast en bondig te houden. Tevens besloot de raad de kerken, die buiten het verband van de vrijgemaakte kerken geraakt waren, te blijven erkennen als zusterkerken.
Voor de predikanten Deddens en Bosma was dit kerkenraadsbesluit onaanvaardbaar. Zij staakten hun werkzaamheden voor de Curaçaose gemeente. Op 24 april 1970 besloot de classis de kerk van Curaçao buiten het verband van de gereformeerde kerken te plaatsen. Een nieuwe scheuring was een feit.

Kom over en help ons
Net als vóór 1965 werd door de kleine gemeente (54 leden) predikanten uit Nederland verzocht om naar Curaçao te komen. Predikanten werden aangemoedigd zes weken op Curaçao door te brengen. De keus voor zes weken werd ingegeven door de prijs van een 40-daags retour, dat de helft goedkoper was dan de prijs van een retour voor een langere periode. Met argumenten als ‘tegen het houden van reeds in Nederland gehouden preken [is] geen enkel bezwaar’ en ‘Curaçao is een heerlijk eiland, goed om er 6 weken te vertoeven’ werden predikanten overgehaald. Reis- en verblijfkosten kregen ze vergoed en ook ontving de predikant ‘zakgeld’.
Zelfs aan de gemeente in Nederland, die haar predikant zes weken moest missen, werden vervangingskosten vergoed.

Taken
Een verblijf op Curaçao betekende zeker niet alleen vakantie. Tot de taken van de predikant behoorde het voorgaan in diensten, het geven van catechisatie, het verzorgen van inleidingen op de bijbelstudiekring en het afleggen van pastorale bezoeken.
Onder andere de predikanten H.Stolk, F. van Deursen,
J.M. Smelik, K.B. Holwerda en H.J. van der Kwast werkten begin jaren zeventig in de gemeente.
Uit correspondentie blijkt, dat predikanten elkaar eveneens enthousiast maakten om af te reizen naar Curaçao. Na alle kerkelijke beslommeringen in Nederland zal een verblijf op Curaçao voor sommige predikanten een verademing zijn geweest.
De reis naar Curaçao vergde enige voorbereiding. Een predikant, die wel oren had naar een verblijf op Curaçao, stelde enkele praktische vragen, onder andere over de te dragen kleding.
Hem werd meegedeeld luchtige kleding te dragen. Ook kreeg hij de volgende tips: 'Een zwart pak is niet vereist (!)' en 'voor de aanschaf van enkele sport-shirts krijgt u een vergoeding'.
En zijn vrouw werd voor kledingadviezen verzocht contact op te nemen met predikantsvrouwen, die eerder op Curaçao waren geweest.

Andere kerken
De contacten met de zusterkerken in Nederland verwaterden op den duur.
In een van de kerkelijke kronieken, waarin het reilen en zeilen van de gemeente in het voorbije jaar uitvoerig werd beschreven, wond de schrijver er geen doekjes om. Hij schreef: 'Het lijkt er op dat wij buiten het verband staan van de buiten het verband staande kerken'.
In 1973 werd contact gezocht met de deputaten van de CGK inzake Emigratie. In de diensten ging namelijk al regelmatig de christelijk gereformeerde ds. M. de Boer voor, vlootpredikant bij de marine.
Ook ontstonden in die periode briefwisselingen met de synodaal gereformeerde kerk op Mundo Nobo en de vrijgemaakt gereformeerde kerk (binnen verband). Tot juni 1977 werd met laatstgenoemde kerk gecorrespondeerd.
De contacten liepen echter op niets uit.

Het einde
Voorjaar 1977 was ds. E.R. Postma als laatste voor zes weken werkzaam op Curaçao. In datzelfde jaar vertrokken echter vijf families en een zuster bijna allemaal terug naar Nederland. Twee families bleven achter en zouden Curaçao een jaar later gaan verlaten.
De gemeente was niet meer levensvatbaar.
Op 29 juni 1977 besloot de kerkenraad (3 leden) dan ook unaniem om de gemeente op te heffen.
Het kerkgebouw werd verkocht aan de Iglesia Evangelica. De overgebleven leden sloten zich tijdelijk aan bij de vrijgemaakte kerk (binnenverband).
Het archief namen ze echter niet mee, hoewel dat voor het archiefmateriaal tot 1970 natuurlijk wel had gekund.
Het complete archief van de kerk van Curaçao ging vervolgens naar Vlaardingen.
Daar bleef het tot het begin van de 21ste eeuw. In 2001 besloot de Landelijke Vergadering om het Landelijk Archief onder te brengen bij het Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) te Kampen. Daar worden de archiefstukken onder goede klimatologische omstandigheden bewaard.
Dat wil zeggen de juiste temperatuur (18º C) en vochtigheidsgraad (50%), wat vergeleken met het klimaat op Curaçao een hele verbetering is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief