It takes a church to raise a christian...

2013-05-18
  • Jaargang 57
  • nummer 10
Wanneer er bij ons in de gemeente een kindje wordt gedoopt, vraagt de predikant ons na afl oop van de doop te gaan staan om antwoord te geven op een vraag. Het is een indringend moment: gasten, familie en vrienden van de doopouders worden nadrukkelijk gevraagd zichzelf af te vragen of ook zij antwoord willen geven op die vraag of niet. Het benadrukt voor mij altijd dat dit geen loze woorden zijn. Het gaat ergens om! Aan ons als gemeente wordt gevraagd of wij beloven dit kind in ons midden op te nemen en of ook wij onze verantwoordelijkheid op ons willen nemen als het gaat om de geloofsopvoeding van dit kind.
‘Gemeente, belooft u…?’
‘Ja, wij beloven…’

We beloven het iedere keer weer: bij iedere doopdienst geven we onze belofte voor de zojuist gedoopte kinderen. Dat brengt het extra dichtbij. Het gaat niet om ‘de kinderen’, maar om déze kinderen, die zojuist gedoopt zijn.
En telkens weer vraag ik me af: wat beloof ik nou eigenlijk? En hoe ga ik het waarmaken? Nu ben ik nog jeugdouderling. Dat geeft me kaders en richtlijnen voor de invulling van mijn beloftes. Maar straks?
Hoe doe ik het dan? Ga ik dan weer meedraaien binnen de kindernevendienst? Deze belofte werd toch niet alleen afgelegd door kinder- en jeugdwerkers, maar door de hele gemeente? Hoe zouden mijn medebroeders en -zusters dit doen?
Soms vraag ik het iemand onder de koffie. ‘We hebben zojuist weer iets beloofd: hoe geef jij daar nou vorm aan?’ De vraag stellen blijkt makkelijker dan ’m te beantwoorden...

Als u die belofte nou ook afl egt (want dat gebeurt in veel gemeenten), vraag u dan de komende tijd eens af: die belofte – hoe leef ik die nou uit?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief