Groeiend contact

1973-04-20
  • Jaargang 17
  • nummer 16

• Een goede conferentie

Op woensdag 4 en donderdag 5 april werd er een conferentie gehouden van de Gereformeerde Gezindte te Lunteren, belegd door het Contact Orgaan van deze Gezindte. Op de benaming Gereformeerde Gezindte is heel wat kritiek geleverd, maar de werkelijkheid ervan valt niet te ontkennen. Ze is er. Ze is er in verschillende kerken: in de Ned. Herv. Kerk en in de zgn. "vrije kerken". Overal zijn Gereformeerde mensen, die de Gereformeerde belijdenis als de rechte belijdenis erkennen en ernaar streven deze tot erkenning te brengen. Daarmee is nog niets anders uitgedrukt dan de wil, de begeerte. Maar deze is toch een niet te verwaarlozen grootheid.
Ze komt tot uiting in verschillend opzicht. In de strijd om in eigen kerk die belijdenis te doen vasthouden of haar weer tot gelding te brengen. Ook in het samen, als belijders uit verschillende kerken, over die belijdenis spreken en naar wegen zoeken om haar tot bredere erkenning te brengen en te overleggen wat te doen staat om de kerkelijke eenheid, die eis van die belijdenis is, te bevorderen en onder Gods zegen te bereiken.
Daarmee is tegelijk aangegeven dat deze Gereformeerde Gezindte in een crisistoestand verkeert. Wat gezindte is behoorde kerk te zijn. In plaats van de Gereformeerde Gezindte behoorde er de ene Gereformeerde Kerk te zijn.
Het genoemde contactorgaan wil daarom de onderlinge kennismaking bevorderen en het con tact dienen om naar wegen te zoeken, waarop de Gereformeerde belijdenis ook in dit opzicht tot meerdere geldigheid kan komen.
Het thema van de conferentie was: "Crisis en uitzicht van de Gereformeerde Gezindte" en dat thema werd op diep borende wijze ingeleid door prof. dr W. van 't Spijker, hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Apeldoorn van de Chr. Geref. Kerken.

• Crisis en uitzicht

Dat dit thema aan de orde kon worden gesteld, betekent op zichzelf reeds een winstpunt.
Concreet werd door de referent deze crisis op verschillende punten aangewezen.
Dit kon! En er kon in alle broederlijkheid over gediscussieerd worden. De een zette zich niet af tegen de ander, vanuit zijn kerkelijk standpunt. Niet de verdediging van eigen kerk of mening stond voorop, maar het eerlijk vragen en zoeken naar de ene weg vanuit de gemeenschappelijke belijdenis als echo op het Woord van God.
Een winstpunt noemde ik dat.
Want het is in vroeger jaren wel anders geweest, zo nl. dat "contact" enkel bestond uit botsing en zich afzetten tegen elkaar. Het is op de conferenties, die elk jaar door het genoemde contactorgaan gehouden worden, duidelijk dat er een groeiend saamhorigheidsgevoel ontstond; een dieper weten van bij elkaar te horen; een groeiend smart over de kerkelijke gescheurdheid: een toenemend besef van samen geplaatst te zijn tegenover de uitdaging van deze tijd. En dat resulteert in meer onen gesprekken, in de mogelijkheid om zonder spanningen te kunnen discussiëren; in de bereidheid ernstig naar elkaar te luisteren en in het begrip dat men toont te hebben voor elkaars moeilijkheden.
Ik weet best, dat hiermee de slag niet gewonnen is en dat we er hiermee niet zijn.
Allerminst wil ik de gehouden conferentie bejubelen als een keerpunt ten goede in het geheel van de Gereformeerde Gezindte. Maar er was toch wat goeds in. Zal er ooit van een krachtige eenheid ook in kerkelijk opzicht sprake zijn, dan zal het naar ik geloof toch op deze wijze moeten beginnen. Zonder elkaar enigszins te kennen en begrip voor elkaars positie en plaats te hebben, zal er toch niets goeds kunnen gedaan worden. De referent sprak over een noodzakelijk reveil, een geestelijk ontwaken. Dat ligt in een werkelijk een geestelijk ontwaken. Dat Ligt in een werkelijk kennen en beamen van de belijdenis, die naar de Schriften is, maar het zal dan ook gevolgd moeten worden door, ja in zich moeten bevatten "reformatie" in kerkelijk opzicht; het elkaar kerkelijk vinden. Daarin ligt het uitzicht voor de Gereformeerde Gezindte.
Hierop liep het referaat van prof. Van 't Spijker uit.
Prof. dr J. Douma heeft in zijn artikel "Het statische "nog" of kerkherstel?", opgenomen als nummer 5 in de bij Kok te Kampen uitgegeven bundel "Tien keer Gereformeerd"
geschreven, dat zijn kerkgemeenschap vervreemd wordt van het grootste deel van hen, die zich thans tot de Gereformeerde Gezindte rekenen, omdat zij de kerkelijke kwestie wil blijven stellen zoals de Afgescheidenen en de Dolerenden het naar Gods gebod hebben gedaan.
Men ziet ons niet of nauwelijks op interkerkelijke conferenties, aldus prof. Douma.
Dat komt niet voort uit een negativistische instelling, maar juist ui de positieve begeerte om elkaar daar te ontmoeten waar Christus ons hebben wil: samen etend en drinkend van brood en wijn. Waar déze begeerte dir e c t de drijfveer voor het organiseren van contacten gaat worden, zullen wij op het appèl zijn, belooft hij.
Drie dingen zouden hier m.i. van te zeggen zijn.

a. Het zal toch wel roeping zijn om dit standpunt, dat zich met recht op de belijdenis beroepen kan, daar uit te dragen, waar men naar elkaar luisteren wil.
b. Niet op elke conferentie van het C.O.G.G. wordt even veel en expres over de kerk gesproken, maar op de meeste conferenties komt zij ter sprake in het raam van het gebod van de eenheid der gelovigen. Dit was op de laatstgehouden conferentie zeer nadrukkelijk het geval.
c. De begeerte tot kerkelijke eenheid is toch wel de directe drijfveer voor het organiseren van contacten, ook als niet altijd het gesprek daar over gaat. Het elkaar leren kennen als Gereformeerde belijders is toch een noodzakelijke vereiste voor kerkelijke eenwording; daardoor wordt de begeerte concreet en gesterkt. Alle mechanisme moet hier toch geweerd.

• De moeilijke weg

Dat de weg tot kerkelijke. eenheid een moeilijke is, zal niemand betwijfelen. De Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk voelt zich verantwoordelijk voor het geheel van deze kerk en blijft daarin niet slechts, voor zover ik dat peilen kan, uit gevoelsmatige overwegingen. De treurige splitsingen in de Gereformeerde Gezindte, voorzover deze zich buiten haar bevindt, heeft ook de theologische bezwaren tegen Afscheiding bij de leden van deze bond slechts versterkt. Hier valt te denken aan "de eenheid van het Verbond", die volgens hen niet mag verbroken worden. Zie het artikel van ir. J. van der Graaf in de genoemde bundel Ook de vraag wat de kerk is, speelt hier z'n rol, zoals blijkt uit de stukken en brieven, die ir. De Graaf van Koelman en ds Kerk in zijn artikel opnam of er naar verwees. We noren daarin het geluid, dat je nooit van de kerk scheiden mag; dat de orde en de tucht behoren tot het welwezen en niet tot het wezen van de kerk.
Het zal goed zijn dat over deze zaken doorgesproken wordt, waarbij ook het Labadisme ter sprake zal dienen te komen.
Om niet meer te noemen: in de Gereformeerde Kerken (synodaal) liggen de zaken uiterst moeilijk en verward. Ze gaan hard de kant op om een modaliteitenkerk te worden, waarin ieder zich organiseert naar zijn geestelijke behoefte of principiële overtuiging.
Er wordt wel voor gezorgd dat in het Contact Orgaan mensen zitten die de Gereformeerde belijdenis liefhebben, maar in deze kerken zelf zijn anderen, die deze belijdenis in het publiek weerspreken. En tot nu toe is daar niets tegen gedáán, alleen is er tegen gespróken.
In dit verband valt er aan te herinneren dat de leertucht een stuk van het Gereformeerde leven is. Er wordt uitdrukkelijk over gehandeld in de Dordtse Kerkorde, een historische oorkonde van het gereformeerde kerkelijke leven. Wie haar in haar essentie, in haar leidende beginselen, prijs geeft, geeft een stuk van het Gereformeerde kerkelijke leven prijs.
Dat is in de Ned. Herv. Kerk het geval geworden en het is nog het geval. In de genoemde Gereformeerde Kerken is dit ook berig het geval te worden, na de verminking van de tucht in de veertiger jaren.
Het bederf van de kerk begint altijd daar, waar de valse leer opstaat en mogelijkheid van verbreiding krijgt. Voor de gehele Gereformeerde Gezindte en haar kerkelijke eenwording lijkt het een eerste noodzakelijkheid dat men zich op de kwestie van de leertucht bezint en dat duidelijk wordt of men dit historisch gereformeerd erfgoed nog aanvaardt, ja dan neen.

• Verband en plaatselijke kerk

Terecht heeft prof. Veenhof in zijn bijdrage in genoemde bundel er de nadruk op gelegd dat de plaatselijke of particuliere kerk niet minder dan de universele kerk, zoals art. 27 N.G.B. en zondag 21 van de Heid. Cat. daarover spreken, deel heeft aan het volle heil dat Christus voor de Zijnen verwierf. "Een particuliere kerk r e p r e s e n t e e r t dáár waar zij is de algemene", pag. 44. "Het kerkzijn van de kerk bereikt in de plaatselijke gemeente zijn hoogste exponen, zijn rijkste ontplooiing", idem, Deze particuliere of plaatselijke kerken leven samen in een kerkverband. dat de geestelijke eenheid in het geloof tot uitdrukking wil brengen en dat dienen wil om elkaar bij het vasthouden aan het Woord van God 'en de rechte belijdenis daarvan en te helpen. Dat is het eigenlijke wezen en de primaire functie van het kerkverband. Idealiter gezien brengt zo het kerkverband de eenheid van de gelovigen tot uitdrukking en geeft het er gestalte aan. Maar dit mag nooit zo overspannen worden dat het kerkverbànd gelijk gesteld wordt met de Kerk zelf, met de universele Kerk in een land, We komen dan in het vaarwater van de Genootschapsidee: er is één landskerk met verschillende plaatselijke onderafdelingen. Wanneer dat het geval wordt, dan verwikkelt men zich in onoplosbare moeilijkheden, met name wanneer zo'n verband verworden is in deze zin, dat het niet meer een geestelijke realiteit dekt maar daaronder leeft wat geestelijk niet meer met elkaar verbonden is. Het verband wordt dan een puur organisatorische en administratieve zaak, enkel te verklaren uit de historische gang van zaken. Dan zal de schijn (van eenheid) moeten prijsgegeven worden voor de werkelijke eenheid. M.a.w. we zullen steeds in het vraagstuk van de kerkelijke eenheid moeten beginnen bij de plaatselijke vergadering der gelovigen.
Dit niet omdat het kerkverband er niet toe doet en zeker niet om het terzijde te schuiven, waar het een geestelijke werkelijkheid vertegenwoordigt, maar om te beginnen daar, waar begonnen moet worden. Waar ook het kerkverband het begin van z'n ontstaan gevonden heeft: in de wens tot samengaan van de particuliere kerken.

• Contact

Om tot de conferentie van 4 en 5 april terug te keren: het was een goede conferentie.
Nu moet men van een conferentie niet direct veel tastbare resultaten verwachten. Een conferentie wil allereerst het onderlinge gesprek dienen, het contact.
Hoever dat als nuttig, noodzakelijk en vruchtbaar ervaren werd blijkt uit de verklaring, die met enkele onthoudingen aangenomen werd. Daarin werd o.m. als schuld beleden dat wij in het verleden teveel aan elkaar voorbij leefden en elk met eigen moeilijkheden en vragen lieten zitten. Ik zeg het nu maar met m'n eigen woorden. De verklaring in haar geheel zal in ons blad worden afgedrukt, zodra ze in ons bezit is.
Het valt te hopen dat op deze weg kan worden voortgegaan en dat daardoor de eenheid der gelovigen in ons land wordt gediend, de geestelijke eenheid met als vrucht de kerkelijke.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief