het is echt gebeurd het is echt gebeurd het is echt gebeurd
1973-04-20
- Jaargang 17
- nummer 16
Misschien wel meer dan ooit is momenteel de opstanding van onze Heer Jezus Christus in geding. De debatten daarover zijn in volle gang.
Men zegt het, nog al deftig, wel eens zó: het gaat daarbij om de "historiciteit" van die Opstanding.
Maar als dat gezegd wordt staat de overgrote massa van de gelovigen midden in een distel- en doornveld.
Want theologen en filosofen zijn, eigenlijk reeds sinds eeuwen, aan het nadenken, delibereren, vechten over de vraag wat "historiciteit" - en uiteraard ook "historie" en “historica" (de wetenschap omtrent de historie) - eigenlijk is.
De woorden historie en historiciteit hebben in de mond van deze wetenschapsmensen langzamerhand een zeer gevarieerde betekenis gekregen. En ten gevolge daarvan moet je, als je bij een theoloog, filosoof of een andere wetenschapsman die woorden "historie" of "historiciteit" tegenkomt, altijd eerst vragen: wat bedoelt hij daar mee? En het is meestal niet eenvoudig op die vraag een antwoord te vinden.
Ik wil in dit artikel iets zeggen over de historiciteit van de opstanding van onze Heer Jezus Christus.
En ik gebruik dat woord "historiciteit" in de eenvoudige betekenis van: het werkelijk bestaan van een persoon of de werkelijke toedracht van een zaak, van een gebeuren in het verleden.
• de "Man van Nazareth" is dood
Er zijn tegenwoordig veel theologen en dominees die de historiciteit van de opstanding van onze Heer Jezus Christus ontkennen.
Zeer bekend en verbreid is de volgende opvatting: Jezus Christus - men spreekt over hem dan graag als over de "man van Nazareth" of "Jezus-Messias" - is echt gestorven, gestorven aan het kruis.
Zijn kruisdood was voorts niet de verzoening van onze zonden. Die dood was niet de "weg" waarlangs, het "middel" waardoor God de verzoening tussen Zich en de mensheid tot stand bracht.
Nee, die kruisdood was het onafwendbaar gevolg van zijn stijlvol volgehouden leven-van-pure-liefde onder de mensen in wier midden Hij optrad. Jezus kritiseerde door zijn daden en woorden het zelfzuchtige corrupte, schijnheilige leven van die mensen op vernietigende wijze. En zo'n levenshouding, zo'n levensarbeid was voor hen onverdraaglijk. En daarom sloegen ze hem aan het kruis.
Mensen die zó zijn en zo leven als Jezus zijn voor de massa van de mensen, die zichzelf zoeken, die haken naar macht, eer, geld, genot, altijd onverdragelijk - Behalve wanneer ze door een "schok", een "mentaliteitsverandering" zich opwerken tot een levensinstelling zoals Jezus de mensen voorleefde.
Nadat Jezus aan het kruis was gestorven is hij begraven. En toen was het met zijn bestaan als mens-van-en-op-de-wereld uit, gedaan.
En dat voorgoed.
"Jezus-Messias", de "Man van Nazareth" ging dood, is dood en blijft dood.
• "Christus" staat op
Maar na de dood van die Jezus is er met de discipelen iets gebeurd.
Of nee, dat woord "iets" is veel te zwak.
Er is iets geweldigs, iets schokkends met hen gebeurd.
Het geheim, het aangrijpende, wondervolle geheim van het kruis werd voor hen onthuld.
En daardoor gingen ze ook beseffen wat het geheim van het leven van Jezus was geweest.
Dat wil zeggen voor hen ging leven wat de eigenlijke, de diepste zin van· het mensenleven is. Door de schok die de kruisdood in hen teweegbracht sprong in hen en uit hen het echte mensenleven open. Het mens-zijn-voor-anderen, De integrale en radicale mede-menselijkheid.
Zie, dàt is nu de opstanding van "Christus".
Die vindt plaats in het innerlijk van de apostelen en in allen die hun navolgers zijn.
En die opstanding krijgt voorts een concrete gestalte in de prediking. Want die is er op gericht, moet er op gericht zijn de schok die de apostelen doorleefden na Jezus' kruisdood in de mensen van alle landen en alle tijden over te brengen. En ten slotte geschiedt dan die opstanding van "Christus" in het leven van de navolgers van "de Man van Nazareth".
Nee, die opstanding van Christus vond niet plaats in de hof van Jozef van Arimathea.
Ze bestond niet daarin dat de dode Jezus eerst drie dagen in een graf lag en toen door eigen kracht uit het rijk der doden opstond en tegelijk door Gods levenwekkend Woord uit de dood werd opgewekt. Zo iets is onmogelijk.
In de gesloten natuurwerkelijkheid die deze wereld is, is het weer levend worden van een dood mens eenvoudig onmogelijk.
Het is eigenlijk ook vulgair de opstanding van Christus te beschouwen als het weer tot leven komen van het lijk van Jezus.
• de "mythe" van de opstanding
In de bijbel vinden we evenwel een reeks verhalen die, als men ze argeloos leest, de indruk wekken dat de mens Jezus echt uit zijn graf is te voorschijn gekomen en weer als echt mens met zijn discipelen is omgegaan!
De opgestane Jezus zo lezen we daarin "verschijnt" aan hen. Hij praat met hen. Ze mogen Hem aanraken, Hij eet zelfs met hen.
Wel wordt de indruk gewekt dat Jezus na zijn opstanding, wat zijn lichamelijke verschijning betreft, wat veranderd is. Maria en de Emmaüsgangers b.v. herkennen hem niet direct. Maar het duurt niet Lang of ze zien, ze horen, ze merken dat ze weer met de echte Jezus, de Jezus van voor het graf, te doen hebben.
Ja, bij de argeloze lezer wekken de opstandingsverhalen de indruk dat Jezus echt, lichamelijk uit de "staat" van een dood mens naar die van een levend mens is overgegaan.
Of met andere woorden: dat de echte dóde Jezus weer een echt levende Jezus is geworden.
Inderdaad zo is het voor de argeloze lezer.
Maar, zo zeggen massa's theologen en dominees: dat is ook alleen zo voor de argeloze lezers!
Wie de bijbel goed verstaan weten beter!
Zij begrijpen dat die opstandingsverhalen "mythen" zijn. Dat wil zeggen: verhalen die niet "letterlijk" verstaan moeten worden.
Verhalen die niet de weergave zijn van de feiten, de gebeurtenissen die ze schijnen te beschrijven.
Door middel van die mythische verhalen willen de schrijvers daarvan iets meedelen, iets doen beseffen, wat eigenlijk niet onder woorden is te brengen. En zo hebben de apostelen in die mythen ons iets willen doen verstaan, gevoelen, beseffen - het woord "begrijpen" zou hier niet passen - van het schokkende gebeuren dat zich na de kruisdood van Jezus in hen voltrok en hen tot nieuwe mensen maakte.
En de apostelen en andere bijbelschrijvers vertelden die mythische verhalen om bij de hoorders en lezers ervan eenzelfde schokkende ervaring te weeg te brengen als zij eenmaal doorleefden - uiteraard om ook hen zo tot "nieuwe", "wedergeboren" mensen te maken.
Waar het dus nu bij het bijbellezen op aan komt is het uit die mythische omhulling, uit die mythische inkleding te voorschijn toveren van de eigenlijke boodschap van de bijbelschrijvers.
Uit de mythische "verpakking" moet de "zaak" waar het hen - en ons! - om gaat worden uitgepeld.
Kort gezegd: al die opstandingsverhalan moeten ontmythologiseerd" worden. Pas dan kan men ze verstaan. En wanneer men dat nu goed doet zal men gaan inzien dat "Jezus" dood ging maar dat "Christus" opstond. Opstond in de harten van de apostelen. En dat Christus nu opstaat in het evangelie als dat gepredikt wordt, En dat hij opstaat in allen die dat evangelie aanvaarden.
• Paulus over de opstanding van Christus
De opstandingstheorie die ik zo juist met enkele woorden beschreef vloekt met de werkelijkheid en de waarheid zoals die ons in de Schrift wordt voorgehouden en gepredikt!
Men luistere slechts naar wat Paulus schrijft in 1 Kor. 15.
We lezen daar het volgende: "Ik maak u bekend het Evangelie, dat ik verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zo vasthoudt als ik het u verkondigd heb."
Als men deze woorden leest voelt men hoe geladen ze zijn.
Het gaat Paulus om het Evangelie waardoor de Korinthiërs en alle mensen behouden moeten worden. Hij legt er het volle accent op dat ze alleen door dat Evangelie kunnen behouden worden! En dat dat behouden worden alleen geschiedt als ze in dat Evangelie staan, en dat bij de voortduur vasthouden.
En wat is nu dat Evangelie?
In een paar berstensvolle zinnen zegt Paulus dit.
Hoor: "Christus is gestorven voor onze zanden, naar de Schriften. En Hij is begraven.
En ten derden dage opgewekt naar de Schriften en Hij is verschenen."
Dit is dus het Evangelie: Gestorven, begraven, opgestaan, verschenen!
En Paulus noemt dan een reeks mensen aan wie Christus echt, lichamelijk, verschenen is.
Bij wie men daarnaar navraag kan doen.
Die dus getuigen daarvan zijn, dat Jezus Christus waarachtig uit zijn graf te voorschijn was gekomen, dat Hij waarachtig zichtbaar, hoorbaar, tastbaar bij zijn discipelen kwam, dat Hij ook echt tot hen heeft gesproken, met hen heeft gegeten, ja zich zelfs heeft laten betasten om zijn discipelen te "bewijzen" dat hij de werkelijke, levende Jezus Christus was die ook "naar het lichaam" weer bij hen was!
Paulus heeft zonder enige reserve als een onaantastbare werkelijkheid aanvaard en als een onomstotelijke waarheid verkondigd dat Jezus Christus echt gestorven, echt begraven, echt - als de onsterfelijke, onvergankelijke Jezus Christus - opgestaan en als zodanig echt verschenen is.
Paulus weet niets van een opstanding van een "Christus" die opgesloten zou zijn in ons geloof en in onze prediking. Hij weet niets van een opstanding van een "Christus" die zo afhankelijk zou zijn van ons geloof en onze prediking.
Men kan er zeker van zijn dat hij zo'n theorie als ijdele filosofie zou hebben vervloekt!
• "verleiders van de christenheid"
In het tijdschrift "Voorlopig" werd een paar jaar geleden een rijtje antwoorden afgedrukt die door verschillende theologen worden gegeven op de vraag wat het betekent wanneer wij zeggen: "Jezus is opgestaan."
Ik noem er enkele van.
1. "Met de woorden "Jezus is opgestaan"
bedoelen wij te zeggen, dat wij de unieke betekenis van Jezus' leven en kruisdood voor ons leven ontdekt hebben. In Jezus' opstanding geloven, dat wil zeggen dat ik zonder Jezus niets zou zijn."
2. "Als wij Jezus' opstanding belijden, bedoelen wij te zeggen, dat Jezus, ook al is Hij gestorven, tot op vandaag onder de mensen voortleeft als Christus, namelijk als model (!) of voorbeeld (!) van mens-zijn dat - tot onze grote verbazing altijd weer wordt nagevolgd."
3. "Jezus' opstanding is voor de christenen niet de revisie (het ongedaan maken) van een bepaald sterfgeval, maar de revisie van de dood zèlf. In Jezus heeft God als het ware de dood geïnhaleerd. De dood hoort nu bij Gods kant en is niet meer onze vijand. Wij hoeven er niet zo bang meer voor te zijn."
4. "Jezus staat lichamelijk op in de zijnen."
5. "De dood kon Jezus wel stoppen, maar niet het Woord waarvan Hij de drager was.
Dat gaat nog steeds door en in zoverre kunnen wij ook zeggen dat Jezus nog steeds doorgaat en wel: onweerstaanbaar."
6. "Jezus als de opgestane belijden is het geloof als een waagstuk belijden, dat we zonder Jezus nooit zouden aandurven of kunnen volhouden."
7. "God heeft Hem opgewekt in het Woord van de prediking dat ons vrijmaakt.
In dat Woord komen wij hem vandaag tegen.
Een mens herkent dat woord altijd aan de vrijheid en de ruimte waarin het hem zet."
8. "Jezus' opstanding is zoiets als de aankomst van de gelukkige afloop in onze geschiedenis (de happy ending van onze wereldgeschiedenis).
Wij moeten (en mogen) dat vertalen met: de geschiedenis loopt goed af.
De "goede afloop" is vandaag bezig zich te ontplooien. Onze geschiedenis is de heilsgeschiedenis zelve!"
9. "Door zijn opstanding is Jezus ingegaan tot een nieuwe bestaanswijze. Wij mogen Hem vandaag zien (en tegenkomen) als eenheid en broederschap scheppende factor (!) in de ontwikkelingsgeschiedenis van mens en wereld."
Prof. Kuitert die dit rijtje opvattingen omtrent de opstanding van Jezus Christus geeft, zegt dat ze afkomstig zijn van hedendaagse, bekende theologen die hij "als helpers der christenheid" bij de lezers van "Voorlopig" inleidt.
Het zou juister zijn geweest als hij ze, wat hun opstandingstheorieën betreft, als "verleiders der christenheid" had uitgeleid!
• "het is echt gebeurd"
In 1 Kor. 15 zegt de apostel Paulus: "Indien Christus niet is opgewekt. dan is onze prediking zonder inhoud en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht.
Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren, Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen."
Sterker, indrukwekkender, ernstiger dan zo kan het niet gezegd worden dat het geloof, het waarachtige heil, ja de ganse toekomst van mensheid en wereld volstrekt afhangt van dat éne ontzaglijk gebeuren dat op een bepaalde plaats - de hof van Jozef van Arimathea - en op een bepaalde dag de eersteking der dagen, de morgen der verrijzenis - onze Heer Jezus Christus als de Verheerlijkte ook lichamelijk uit zijn graf is opgestaan en als de nieuwe mens, de mens van Gods uiteindelijke bedoeling deze aarde betrad aan zijn discipelen verscheen om straks opgenomen te worden in heerlijkheid om vanuit de hemel zijn verlossingsarbeid te voltooien.
Zo is het "echt gebeurd".
"Indien Jezus niet uit het graf is opgestaan - zo schreef dr Buslees in zijn prachtige boekje "Opstanding" - "is onze prediking zonder inhouden zijn wij valse getuigen van God!
Dan valt heel de kerk in elkaar, de Westerkerk op de Amsterdamse Westermarkt, mijn heel oude kerk op Texel en alle kerken in de hele wereld. Alle leeg en zinloos. Een dominee een heraut met een bazuin aan de mond, maar de bazuin geeft geen geluid. Een preek een proclamatie, maar er staat geen woord op het stuk papier. Alles een afschuwelijke voor-de-gek-houderij.
Breek ie maar af, de kerken. Maak er musea of bioscopen van. Berg al die dominees op in een gesticht. Het zijn geestelijk gestoorden, die mensen misleiden, valse getuigen van God!"
Ja als die lichamelijke opstanding van Christus niet heeft plaats gevonden is het christendom, de kerk, het geloof één groot bedrog. Op zijn best één grote tragische vergissing.
Maar, Gode zij dank: "het is echt gebeurd!"