Maria - bij ’t kruise
1973-04-20
- Jaargang 17
- nummer 16
Gelijk de witte zwaan aan Strymonis fonteine
Bevindende haar jong verhangen in een strik,
Vergeet haar zoeten zang' en in een ogenblik
De vleugelen nasleept en wandelet alleine,
Zo zag de kuise maagd met droefheid ongemeine
Haar Zone aan het kruis gebecbtet wredelik,
Nu buigende het hoofd en bij den lesten snik
Uitgietende zijn bloed om ons te maken reine
Een hete tranenvloed haar uit de ogen sprang,
Een uitgetogen zweerd haar door de ziele drang,
Aanschouwende haar vrucht, aanschouwende de scharen,
Het krachtigste geloof weerhield ze in dien nood,
Dat zij niet met haar kind en smakede de dood:
Nog leed ze meer als ooit de grootste martelaren.
Uit: - Religieuze poëzie der Nederlanden