de PPR
1973-04-27
In het vorige artikel over de PPR schreef ik, dat deze partij haar kracht zoekt in een zo radikaal mogelijke opstelling t.a.v. aktuele politieke vraagstukken.- Jaargang 17
- nummer 17
Haar program spreekt dan ook krachtige taal en dit program is het enige, dat de PPR samenbindt. Christenen, socialisten en mensen met een andere overtuiging hebben binnen deze partij een gelijkwaardige plaats.
• Marxistische maatschappij beschouwing?
De Tweede Kamerleden Bas de Gaay Fortman en Erik Jurgens wijzen er regelmatig op, dat het Evangelie de inspiratiebron is voor hun politiek optreden. Dit geldt echter voor hen individueel en niet voor de partij als geheel. De PPR heeft eigenlijk niet een duidelijke maatschappij visie. De oud-voorzitter Dolf Coppes heeft dit terecht als een gemis gezien. Hij schreef vorig jaar een nota ter voorbereiding van het PPR-kongres 1972, getiteld "Nu is het meest radikale nog niet goed genoeg". Het is volgens Dolf Coppens heel mooi, dat iedereen binnen een partij zijn eigen overtuiging heeft en dat binnen een partij inderdaad mensen met zeer verschillende overtuigingen een plaats hebben, maar een partij als geheel heeft een bepaalde ideologie nodig! De belangrijkste tekorten in onze samenleving komen volgens hem uit foutieve maatschappijvisies voort. En eigen PPR-maatschappijvisie is dus onmisbaar!
Dolf Coppes wilde zijn partij helpen in het uitwerken van dit probleem. De oorzaak van de problemen in de westerse samenlevingen ligt volgens hem in het kapitalisme, dat in het Westen diep heeft wortel geschoten. Dit is gefundeerd op het recht van de vrije ondernemingen, die in de produktie en in de handel streven naar maximale winst.
.Hoewel de regeringen in het Westen in meerdere of mindere mate de uitwassen van het kapitalisme proberen tegen te gaan, brengt het toch zeer veel problemen en gevaren met zich mee. In dit alles heeft oud-PPR-voorzitter Coppes gelijk. Men moet werkelijk stekeblind zijn, wil men de gevaren van het kapitalisme in het Westen niet onderkennen.
Maar wat wil hij dan wèl?
Van het russisch kommunisme en van de lenindstisch-marxistische aktiegroepen in de westerse landen moet hij niets hebben. Toch sluit hij dicht bij de marxistische gedachtengang aan, wanneer hij in het begin van zijn nota reeds zegt, dat een goede sociaal-ekonomische orde een grondslag en een voorwaarde is voor heel het kulturele en geestelijke leven.
Dat de heer Coppes uit een socialistisch vaatje tapt hoeft niemand te verbazen, omdat hij tijdens de verkiezingskampagne van vorig jaar ook duidelijk heeft gezegd, dat de PPR socialistischer is dan de PvdA. En in het slothoofdstuk van zijn reeds genoemde nota, noemt hij Marx als de grote voorman van de PPR. Volgens hem moet Marx het politieke handelen van de PPR inspireren.
Als sleutelwoorden in zijn visie noemt hij vervolgens: zelfbeheer, zelfbetrokkenheid, vergemeenschappelijking, bestrijding van onderdrukkende machten, saamhorigheid, solidariteit.
"Wij belijden daartoe geloof in demokratie".
Wanneer men de nota van Dolf Coppes aandachtig leest, ontmoet men een duidelijke gedachtengang. voortkomend uit een duidelijke overtuiging. Hij gelooft in de demokratie, d.w.z. in de regering van het volk. Het volk is de hoogst denkbare autoriteit, die over zichzelf regeert. Het volk laat zich in zijn regering door niets en door niemand leiden.
Deze gedachte van de volkssoevereiniteit vindt natuurlijk haar oorsprong in de autonome mens, d.w.z. de mens, die zelf zijn levensrichting kiest en zijn normen vaststelt.
Deze mens laat zich door geen God of Evangelie een weg wijzen. Hij is zichzelf genoeg.
Nu kan men vragen: maar christenen in de PPR kunnen het toch nooit eens zijn met deze overtuiging en maatschappij-visie van de t eenmalige voorzitter Coppes?
Het antwoord is, dat dit ook helemaal niet nodig is. Binnen deze partij is immers op voet van gelijkheid plaats voor verschillende overtuigingen?
Maar waarom zouden de christenen het eigenlijk niet met hem eens zijn, vraagt de heer Coppens zich af? Er komen volgens hem steeds meer christenen, die van mening zijn dat niet het hiernamaals maar het hiernumaals onze aandacht moet hebben. Het christelijk denken bevat weliswaar een toekomstverwachting, maar de marxisten kijken ook naar een betere toekomst uit. En in het joodse denken zit ook een toekomstverwachting.
Ja, in de kern van zaak willen christenen, joden en marxisten hetzelfde. Zij worden door hetzelfde gedreven: een betere toekomst, zo u wilt (in de formulering van Dolf Coppes) "de verwezenlijking van een messiaans rijk".
De marxistische heilsstaat, die in de loop van de tijd door de mens gerealiseerd zou kunnen worden, is toch wel een heel andere toekomstverwachting en een heel andere opvatting over "een messiaans rijk", dan de christelijke verwachting van de wederkomst van Christus als de komst van het Messiaanse rijk. Gaat de marxist uit van de mens, die in principe goed is en die dus in staat is een heilsstaat te verwezenlijken, een christen heeft een andere mens- en levensbeschouwing.
• Politieke theologie als inspiratiebron?
Niet alleen de marxistisch georiënteerde Dolf Coppes is van mening, dat christenen en marxisten "eigenlijk hetzelfde willen", Erik Jurgens sluit nauw bij hem aan. De laatstgenoemde heeft zich vooral met de politieke theologie bezig gehouden en op grond daarvan kan hij een heel eind met zijn kollega Coppes meegaan. Hij voegt er aan toe, dat het radikalisme in de Geref. Kerken sterk toegenomen is en dat aanhangers van dit door moderne theologische gedachten geïnspireerde
radikalisme, aanwas voor de PPR betekende. (Vergl. E. Jurgens, De PPR op aarde. Uitg. De Florel 1970, blz. 46-51) Het gaat in de politieke theologie niet om de konsekwenties vanuit het Evangelie vóór het polibieke handelen. Het gaat de meeste woordvoerders van deze theologie om iets geheel anders. Zij willen vanuit een bepaalde (vaak marxistische) maatschappijbeschouwing komen tot een nieuwe interpretatie van het Evangelie. Dit betekent, dat de bijbel vertaald moet worden in politieke begrippen.
Het is een gangbare opvatting van veel politieke theologen, dat de bijbel eerst door een "faiter" van een neo-marxistische maatschappijvisie moet, voordat zij in deze tijd bruikbaar wordt.
Het Evangelie is een goede boodschap, waar voor het politieke en maatschappelijke leven blijkbaar nog wel iets uit te halen is.
In het kader van de politieke theologie begint de uitdrukking "Evangelie als inspiratiebron" een twijfelachtige betekenis te krijgen.
Het is op zichzelf een prachtige uitdrukking, wanneer men er mee zeggen wil, dat men zich onder het gezag van de bijbel wil stellen en dat men zich door het Sol a Scriptura wil laten inspireren. Dat wordt in dit verband echter niet bedoeld. Wanneer politieke theologen spreken over "het Evangelie als inspiratiebron", dan bedoelen zij: het Evangelie bevat bruikbare elementen, die wel inspirerend zijn.
Geliefkoosde "elementen" zijn tegenwoordig bijv. de Bergrede en enkele hoofdstukken uit de profeten. Ik zeg niet, dat dit niet belangrijke en veelzeggende hoofdstukken zijn. Het probleem is dat men selekteert en bruikbare elementen uit de bijbel vist, i.p.v. haar in haar geheel te laten gelden.
Wanneer men inderdaad bereid is om te komen tot een politieke herinterpretatie van het Evangelie, dan krijgen veel bijbelse begrippen een andere betekenis. Over de zonde, als de principiële gebrokenheid in het leven van de mens, wordt niet of nog slechts zelden gesproken. Jezus wordt gezien als een goed mens, een aanstekelijk voorbeeld. Hij is volgens Erik Jurgens het navolgen waard (blz. 46). Je kunt veel uit Zijn handelen leren.
Dat er nog christenen zijn, dat hem zien als Verlosser, moet betekenen dat Jezus een emancipator was. Hij kwam immers op voor de armen en verdrukten. Woorden als "eeuwig leven" willen zeggen, dat je goed moet leven en daarin dus voor je kinderen en andere mensen, een voorbeeld moet zijn en dat je dan voortleeft in het nageslacht. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde hebben natuurlijk niets met het hiernamaals te maken, maar met een toekomstige samenleving van vrede en gerechtigheid, die in de loop van de tijd door de mens zelf gerealiseerd zal kunnen worden.
Meent men op deze manier, door uitholling van fundamentele bijbelse begrippen, andersdenkenden te bereiken?
In de eerste plaats heeft een christen die zo redeneert in elk geval geen boodschap meer aan de andersdenkende. In de tweede plaats heeft hij het pad geplaveid om te kapituleren voor een andere overtuiging.
Hoe dit ook zij, wanneer in een partij verschillende overtuigingen op voet van gelijkwaardigheid naast elkaar bestaan, móet men wel met vage begrippen werken, die iedereen wel zo ongeveer kan gebruiken en eventueel op zijn eigen manier kan interpreteren. In PPR-publikaties wemelt het van kreten als: solidariteit, gemeenschapszin, saamhorigheid, progressief, modern, vernieuwing, radikaal enz. Wat de betekenis van deze woorden is, wordt nergens duidelijk. Dit is ook geen wonder, want zij worden in de PPR door mensen met zeer verschillende levensbeschouwingen gebruikt.
Dat het gebruik van uitgeholde begrippen ongenuanceerd denken en onduidelijkheid bevordert, kan moeilijk verbazing wekken.
Een voorbeeld hiervan trof ik aan in een redevoering van de heer M. van HuIten, oudlid van de Eerste Kamer voor de PPR. Op 25 april 1972 verklaarde de heer Van Hulten in de Eerste Kamer, dat de derde wereldoorlog reeds begonnen is en dat er twee kampen te onderscheiden zijn. "Aan de ene kant zijn de strijdende mensen Dom Helder Camara, Solzenitsijn, de Vietcong, het Angola Comité, Allende. Kardinaal Alfrink en ga zo maar door. Aan de andere kant zijn het de rust-en-orde-mensen, zoals Wallace en Strauss, Breznjew, Bisschop Gijssen, en de kolonels in Griekenland en Agnew."
Met alle waardering voor het vele werk dat de heer Van Hulten doet tegen de milieuverontreiniging e.a., wat hij in dit citaat demonstreert is 'n politiek voor domme mensen.
Het gaat mij natuurlijk niet om de heer Van Hulten. Het gaat hier m.i. om een voor de PPR typerend voorbeeld. Een partij, die streeft naar polarisatie, die dus systematisch alles op twee hopen wil vegen en daarbij werkt met begrippen progressief en konservatief zonder de inhoud van deze begrippen en haar kriteria te preciseren, moet wel tot zulke (nonsens)redeneringen komen.
Volgende week het slotartikel over dit onderwerp.