SPELLINGSHERVORMING: ONDERWIJSKUNDIGE NOODZAAK?

1973-04-27
  • Jaargang 17
  • nummer 17
In de voorafgaande artikelen over 'het onderwijs in discussie' zijn een aantal achtergronden van het huidige streven naar onderwijsvernieuwing besproken.
Centraal daarbij bleek de zogenaamde 'externe democratisering', het streven om alle onderwijsvormen voor alle lagen van de bevolking toegankelijk te maken. In dit artikel zal ik ingaan op één van de middelen, die sommigen hiertoe willen aanwenden: de hervorming van onze spelling.
Deze motivering van spellingshervorming wordt vooral gegeven door de (inmiddels opgeheven) Aktiegroep Spellingsvereenvoudiging onder leiding van de psycholoog Kohnstamm.
Deze groep had de steun van verschillende organisaties van leraren. Hun redenering is als volgt: de huidige spelling van het Nederlands is voor veel kinderen, met name die uit de arbeidersklasse, veel te moeilijk Laatstgenoemde kinderen zijn namelijk van huis uit niet erg vertrouwd met lezen en schrijven. Het leren van die moeilijke spelling vormt voor hen daardoor een extra barrière in het onderwijs. Want ze moeten er zoveel tijd en aandacht aan besteden, dat er geen tijd meer is voor het echte taalonderwijs, het onderwijs dat er op gericht is hun taalvaardigheid te vergroten. En juist die taalvaardigheid is een voorwaarde voor maatschappelijk succes. Bovendien blijkt dat veel kinderen die moeilijke spelling nooit helemaal leren beheersen, zodat ze later in de maatschappij gediscrimineerd worden: ze kunnen immers niet foutloos schrijven en dus worden b.v. hun sollicitatiebrieven in de prullemand gegooid.
De discussie over spellingshervorming is trouwens ook om een andere reden actueel geworden. In 1969 bracht namelijk een door Nederland en België ingestelde commissie een rapport uit, geheten: Eindvoorstellen van de Nederlandse-Belgische Commissie voor de spelling van bastaardwoorden, dat mede voorstellen bevat voor een herziening van onze huidige spelling. Die huidige spelling is vastgelegd in de 'Woordenlijst der Nederlandse Taal' (het zogenaamde 'groene boekje'), in 1954 verschenen en eveneens opgesteld door een Nederlands-Belgische Commissie.
Noch de Nederlandse, noch de Belgische regering hebben echter tot nu toe een beslissing genomen en dat zal gezien de politieke situatie ook nog wel even duren.
Wat houden nu die voorstellen tot spellingsvereenvoudiging in? We moeten dan eerst zien wat de huidige spellingsregels zijn. De algemene regel is: 'Geef in je spelling de beschaafde uitspraak weer', of wat losser geformuleerd: 'Schrijf op wat je hoort'. Er zijn echter drie regels die deze algemene regel doorkruisen: de regel van etymologie (= woordafkomst), de regel van gelijkvormigheid en die der analogie.
De regel der etymologie heeft onder meer als consequentie, dat we woorden uit andere talen overnemen in de spellingsvorm van de taal waaruit dat woord afkomstig is, b.v. chauffeur (uit het Frans), baby (uit het Engels).
Een andere consequentie is dat we woorden met dezelfde klankvorm soms verschillend spellen, b.v. leiden tegenover lijden.
Vroeger waren deze woorden namelijk ook qua klankvorm verschillend: de ei was vroeger een ai en de ij een ie. Door alter klankontwikkelingen zijn de klankvormen van deze woorden samengevallen, Maar door het verschil in spellino kunnen we beide woorden nog uit elkaar houden. De etymologie-regel komt er dus op neer dat we in onze spelling rekening houden met de geschiedenis van de woorden.
De regel der gelijkvormigheid schrijft voor dat we b.v. zowel word als worden en hoed als hoeden met een d schrijven, hoewel we wort en hoet zeggen. D.m.v. de spelling geven we het verband tussen de woorden weer: het gedeelte hoed- in hoeden betekent hetzelfde als hoet. Een uitzondering op deze regel zijn de v en de z (brief-brieven, huishuizen).
De regel der analogie schrijft voor dat we werkwoorden op analoge wijze verbuigen.
Uit ik werk-hij werkt blijkt dat we de bij hij horende vorm van werken krijgen door een t toe te voegen aan de bij ik horende vorm.
Dit passen we ook toe op de andere werkwoorden: ik word-hij wordt.
Uit dit alles blijkt dat de huidige spelling geen volstrekte chaos is. Er liggen duidelijke regels aan ten grondslag, ook al geeft de toepassing van die regels in concrete gevallen wel eens moeilijkheden. Maar nog een ander punt is hier van groot belang: in de spelling wordt een stuk bewuste kennis van onze taal uitgedrukt, Normaal gesproken zijn we ons van de kennis die we nodig hebben om het Nederlands te spreken niet bewust. En als kind leren we die taal ook grotendeels onbewust, niet uit een grammatica. Maar door spelling te leren, maken we onszelf bewust van bepaalde aspecten van ons taalsysteem; dat bepaalde woorden aan andere talen ontleend zijn, dat sommige woorden met dezelfde klankvorm verschillen in betekenis, dat hoed en hoeden grotendeels dezelfde betekenis hebben enz. Door spelling te leren, leren we dus iets over de taal die we hanteren.
Terug nu naar de voorstellen van de spellingshervormers.
De bovengenoemde commissie gaat minder ver dan de aktiegroep en wil o.m.: - vernederlandsing van bastaardwoorden (bebie, sirkulaire) - -Iijk en -isch worden -Iik en -ies - afschaffing van de analogieregel.
De Aktiegroep wil bovendien ook nog: afschaffing van de gelijkvormigheidsregel (hoet, wort) geen verschil ei/ij en ou/au, alleen ij en au. We krijgen dan meer homonymen (woorden met meer dan één betekenis).
Wat valt er nu vanuit wetenschappelijk oogpunt te zeggen over deze voorstellen? Betekenen ze werkelijk een onderwijsverbetering?
Dat staat nog te bezien.
In de eerste plaats moet opgemerkt worden dat elke spelling moeilijk is en dus veel onderwijstijd vraagt. Spelling impliceert namelijk altijd een abstractie van de concrete klankwerkelijkheid. De klankstroom die uit onze mond komt als we praten, is een continue stroom van geluid. We moeten eerst leren die klankstroom te interpreteren als een reeks van opeenvolgende klanksegmenten en vervolgens om al die verschillende klanksegmenten met verschillende tekens weer te geven.
In de tweede plaats moet er onderscheid gemaakt worden tussen de leerbaarheid en de bruikbaarheid van een spelling. Ongetwijfeld is een vereenvoudigde spelling gemakkelijker te leren voor een kind van zes jaar, gemakkelijker dan de huidige spelling die een bewuste kennis van taal veronderstelt, die zo'n kind zich nog moet verwerven. Maar het is zeer waarschijnlijk dat de huidige moeilijker spelling voor de rest van zijn leven voor dat kind veel bruikbaarder is, omdat die de leessnelheid waarschijnlijk aanzienlijk vergroot. Want in de huidige spelling is het woordbeeld constanter (hoed-hoeden) en wordt aangesloten bij nog te leren vreemde talen (bij een gewijzigde spelling moeten zowel baby als bebie geleerd worden, als zo'n kind later Engels leert).
Op het punt van de leerbaarheid en de bruikbaarheid van de verschillende mogelijke spellingsystemen voor het Nederlands is echter nog geen onderzoek verricht. Zolang er geen goed gefundeerde, op wetenschappelijk inzicht berustende beslissing genomen kan worden, is het beter de spelling ongewijzigd te laten.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief