Een dag van herkenning

1973-05-05
  • Jaargang 17
  • nummer 18
We hebben een kerkorde!

We hebben een kerkorde, zo schreef prof. Veenhof enkele weken geleden in ons blad. 't Was in het nummer van 9 maart j.l. Eigenlijk waren het slechts een paar opmerkingen, die over deze zaak gingen. Tezamen besloegen ze nog geen hele kolom, want ter inleiding ging er een verhaal aan vooraf "hoe het vroeger ging" een rake kenschetsing van de invloed van de grote kerkelijke bazen, die de synodale beslissingen sterk beïnvloedden, vooral door hun neusorganen.
Voor wie dit artikel las, was het dunkt me direct duidelijk dat prof. Veenhof niet maar de feitelijke situatie wilde beschrijven, maar de kerken wilde opwekken om die niet te vergeten: we hebben een kerkorde; de oude Dordtse.
En al worden er pogingen gedaan om aan een herziening te werken, dat doet het feit niet te niet, dat we "tot zolang" de oude kerkorde hebben en dat ons dat verplichtingen oplegt. We hebben de oude nog: zo staan we bekend bij de overheid. De beroepsbrief van de predikanten bevat er een passage over, tenminste als regels.
Men moet dus niet zeggen - en hierbij keek prof. Veenhof naar de kant van de "binnen verbinders" - dat wij er geen hebben en dat het bij ons daarom een tameloze ordeloze bedoening is en men moet daarom - en hierbij richtte prof. Veenhof een blik op onze eigen kerken - zich aan die kerkorde naar vermogen houden, tot dat ze eventueel herzien is. Dit was de duidelijke tendens van het artikel, op elegante wijze onder de aandacht gebracht.
Dat is ook niet ontgaan aan dr. C. Trimp, hoogleraar aan de "binnenverbandse" Theol. Hogeschool te Kampen en een van de redacteuren van "de Reformatie", blijkens een vrij forse driestar in genoemd blad van 21 april j.l.
Hij spreekt over de strekking van het verhaal van prof. Veenhof, die "ons allemaal wél duidelijk" kan zijn: "de schrijver wil ditmaal het voorthollend independentisme afremmen".
Dr. Trimp vindt dat dit op zichzelf 'n loffelijk 'streven is van een schrijver in "Opbouw".
Maar hij vindt dat dit streven niet op de feiten kan worden gefundeerd.
Want de kerken buiten het verband hebben niet een kerkorde, meent dr. Trimp. Sommigen begeren die wel en trachten er zo goed en zo kwaad dat gaat er naar te leven, maar en dan volgen er wat zinnen, waaraan geen touw is vast te knopen en die in geen enkel logisch verband staan met deze bewering van dr. Trimp.

Verder dan een bewering komt dr. Trimp in deze driestar niet.
Hij verzekert dat "de correspondentie in de zinnen: oefening van en omgaan in het kerkverband" ontbreekt, maar moet het dan wel bij deze bewering laten, want het bewijs ervan is niet te leveren. Onze kerken gaan met elkaar om in regionale of classicale vergaderingen, die van N. Holland komen samen in particuliere synodes, de kerken in heel het land komen samen in een landelijke vergadering; attestaties worden op gereformeerde wijze geaccepteerd. enz. enz.
Ik beweer daarmee niet, dat alles in orde is, kerkrechtelijk bezien.
Dat niet. Er wordt wel wat meer gevrijbuiterd in sommige kerken, dan uit historisch gereformeerd oogpunt wenselijk en toelaatbaar lis. Een behoorlijk functionerende "meeste" vergadering der kerken is er nog steeds niet, hetzij allemaal toegegeven.
Maar voorzover mij bekend hebben onze kerken de bestaande kerkorde niet afgeschaft en is zij wettelijk nog steeds de kerkorde onzer kerken - misschien op een enkele uitzondering na - en beweegt zich ook het plaatselijke kerkelijke leven in de door haar aangenomen orde, voor zover mogelijk ook al zal hier en daar wel een inbreuk op die orde zijn. Niet dat ik dat toejuich, maar het gaat nu even om de feiten, die door dr. Trimp in elk geval op hoogst slordige en onjuiste wijze worden weergegeven als hij zegt: die "buiten verbanders" hebben niet een kerkorde. Wat verstaat hij trouwens hier onder "hebben"? Hij heeft misschien wel eens van Groen van Prinsterer gehoord in diens spreken over de belijdenis van de Hervormde Kerk.

Hebben en hebben is twee

De kerken, waarvan dr. Trimp als woordvoerder optreedt, "hebben" een kerkorde, inderdaad. En zij maken er ernst mee, wil dr. Trimp ons doen geloven. Ik kan daar niet over oordelen. zo nauwkeurig heb ik de laatste jaren de ontwikkeling in deze kerken niet gevolgd. Maar waar ik wel over oordelen kan, is dat in de zestiger jaren eigen gemaakte kerken wel de kerkorde - laatstelijk herzien te Kampen 1951 om precies te zijn - hadden, maar dat het er met het leven naar die kerkorde toen slecht voorstond.
Indepentisme - dat is het grote verwijt van dr. Trimp tegen onze kerken, tegen "Opbouw" althans van vroeger jaren.
Maar daar zijn de kerken van dr. Trimp niet van verstoken gebleven, van independentisme: van zich van meerdere vergaderingen niets aantrekken, maar als plaatselijke kerken eigen gang gaan, desnoods tegen de meerdere vergaderingen in.
Moet ik de feiten noemen?
Dr. Trimp kent ze wel, maar misschien zijn anderen ze vergeten.
Het kan daarom z'n nut hebben ze nog eens in herinnering te brengen: Daar is de schorsing geweest van ds. Van der Ziel door de kerkeraad van Groningen-Zuid op eigen houtje, tegen het kerkverband in.
Men heeft daar toen de mooie naam voor uitgevonden: op eigen verantwoordelijkheid. Maar het was: op eigen houtje en tegen art. 79 van de kerkorde in.
Nu kan er zo'n plaatselijke misstap plaatsvinden. Men kan dat de kerken en het gemeen niet toerekenen.
Dat zou hoogst onbillijk zijn. Wil men dat ook eens bedenken wanneer het onze kerken geldt?
Maar de synode van Rotterdam-Delfshaven heeft deze misslag goedgekeurd en in bescherming genomen. Het is dus niet gebleven bij een plaatselijke misstap.
Tijdens de laatste samenspreking met de deputaten van de Christ. Geref. Kerken kregen wij als deputaten van de generale synode van Rotterdam-Delfshaven te horen: Drit was je reinste independentisme!
Ik geloof, dat hier het uitroepteken wel op z'n plaats is.
Een zelfde independentisme trad aan de dag in de affaire Beverwijk, waar in plaats van beroep op de meerdere vergaderingen de kerkeraad apart ging vergaderen en de gemeente scheurde.
Ook dit kreeg een mooie naam: men ging, in doleantie, maar het was alweer je reinste independentisme, dat ook door de generale synode van Rotterdam-Delfhaven in bescherming werd genomen.
In Noord-Holland ging men in verband met de Open Brief-affaire de particuliere synode voorbij als beroepsinstantie en formeerde aparte kerken en een eigen kerkverband (classicaal en provinciaal) om zich als de wettige kerken van Christus in Hoogeveen ter .generale synode te presenteren.
Zij had achteraf alleen maar goed te keuren. Alweer je reinste independentisme, onder de vlag van doleantie. En Hoogeveen keurde goed en zond de afgevaardigden van de wettig bijeengekomen particuliere synode van Noord-Holland naar huis, terwijl de generale synode van Amersfoort met de vorige synode van Noord-Holland in correspondentie was geweest - een correspondentie, die op geen enkele wijze van een ultimatief karakter was. Als prof. Trimp zich dit niet herinnert, moet hij dat z'n collega prof. J. van Bruggen maar eens gaan vragen.
Keer op keer is op independentistische wijze de kerkorde in die jaren geschonden, tot in het generale verband toe.
Trouwens ook op andere manier.
Ik denk hier aan heel de affaire met de Open Brief, Het zou ons te ver voeren, heel die zaak hier op te halen. De interpretatie van deze brief heeft ook z'n eigen Tol gespeeld. De affaire ds. Wesselink getuigt daarvan, als ik het goed begrepen heb.
De vraag is hier niet in geding of de Open Brief nu zo'n gelukkig geval is geweest en of wat er in bedoeld werd en waarom hij een aantal ondertekenaars kreeg, op onberispelijke wijze tot uitdrukking is gebracht. Maar wel lis voor gereformeerde kerken met de geldende kerkorde de vraag belangrijk geweest, of er ketterijen in stonden en of daarin de belijdenis haar congé gegeven werd; deze niet meer aanvaard werd.
Want schorsing en afzetting van predikanten kan, als het de leer betreft, dan alleen plaatsvinden.
Zo willen het de artt. 79 en 53 van de kerkorde.
Geen van beide was het geval en werd door de kerkelijke vergaderingen aangetoond. Toch werden op grond van de ondertekening van de Open Brief schorsingen verricht en werd - een tweede het niet straffen van de ondertekening gestraft met het zetten buiten het kerkverband.
Het ene was al even ongereformeerd en het schenden van de kerkorde als het andere.
Je kunt dan wel een kerkorde hebben, maar als je je er niet aan houdt, helpt dat niet zoveel.
Hebben en hebben is twee. En als je dan een andere verwijt dat hij zich aam de kerkorde niet houdt - wat men omstreeks 1908 aan de kerken van Noord-Holland verweet - dan maak je je temeer schuldig.

• Waarom dit geschreven?

Men kan - terecht - de vraag stellen. waarom dit alles nog eens weer in de herinnering wordt terug geroepen en opmerken dat het toch weinig zin heeft om daarover met De Reformatie in discussie te treden: laat dr Trimp zijn mening over onze kerken de kwestie of zij een kerkorde hebben ja dan neen.
Het antwoord kan kort zijn: omdat dr Trimp nog iets meer geschreven heeft. Hoe hoog hij ook van de toren blaast, hij heeft blijkbaar met de gang van zaken geen vrede, is er in elk geval niet gelukkig mee. Want hij wijdt een volgende driestar aan de vraag, die hij er ook duidelijk boven zet: Hoe komen wij verder? Weliswaar denkt hij hierbij niet alleen aan onze kerken, maar ook aan de gereformeerde kerken (synodaal), vermoedelijk voor zover men daarin de gereformeerde belijdenis begeert te behandelen en te handhaven.
De jaartallen 1941-1944 en 1946- 1969 blijven ons ... wel "steken" als wonden en pijnlijke littekens in ons Lichaam" schrijft hij. En hij vervolgt: "En ik weet heel zeker, dat ook onder ons met groot verlangen wordt uitgezien naar de dag van herkenning en een tijd van opnieuw begroeten van elkaar".
Nu, omdat het zo staat gingen we in op wat dr Trimp schreef. En we willen ook op dit laatste ingaan, maar hopen dat te doen in het nummer van de komende week, want onze ruimte is intussen verbruikt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief