Meditatie na Pasen

1973-05-05
  • Jaargang 17
  • nummer 18
Het Paasfeit is zo enorm rijk aan inhoud, dat je er als mens van vlees en bloed, als kind van God, niet over uitgedacht raakt. Bij de voorbereiding voor de prediking op Paaszondag zijn er nog verschillende .andere mogelijkheden om bezig te blijven met het overdenken van die konkrete heilsgebeurtenis! Je zet de radio maar aan en je neemt ettelijke persperiodieken maar door en de stof hoopt zich langzamerhand op. Het is frappant, dat zich elk jaar opnieuw zoveel tot meditatie aanbiedt dat je het gevoel hebt steeds weer een ontdekkingsreis te maken.
Je kunt die Paasverhalen en wat bijv. de apostel Paulus meedeelt in zijn eerste brief aan de Korinthiërs eigenlijk niet stuk exegetiseren. Als je hart in de greep van de Geest is, kan de herlezing van de Paasberichten geen sleet in de hersenen veroorzaken.
Het kan je alleen maar van een gevoel van neerslachtigheid bevrijden. Je pessimisme, dat steeds weer in je leven de kop opsteekt, krijgt de genadeslag en loopt dood in het lege graf van de Heer! Werkelijk enthousiasme valt zonder Pasen trouwens niet te denken. Toch overvalt je ook een bepaalde verlegenheid als je je gedachten over dit heilsfeit wilt formuleren en aan het papier wilt toevertrouwen. Dan onderga je hetzelfde als wat iemand eens betreffende het thema: Het Kruis in de Wereld, als volgt onder woorden gebracht heeft.
"Nu ik iets moet gaan zeggen over Het Kruis in de Wereld, wordt het me zeer bang te moede.
Ik kan dat niet. Het is er mee als met dat kind, dat naar Zwitserland is geweest en toen het weer thuis gekomen was, moest het vertellen wat het al zo gezien had. Men verwachtte een opgetogen verhaal over tunnels en bergen, over watervallen en wijde vergezichten. Maar het kind zei alleen maar: Er groeien zoveel madeliefjes. Het had de geweldige dingen niet in zich op kunnen nemen het had ze feitelijk niet eens opgemerkt: een kindergeest kan maar zo weinig bevatten. En zo kan ik het Kruis niet bevatten en in ons gesprek kan ik hoogstens een enkele kleine bloem vinden. Ik overzie het Kruis niet." (Ds G. van Veldhuizen: "Het Kruis in de Wereld" - La Rivière en Voorhoeve - ZwolleBlauw-Witserde No. 15 - pag. 7 Geldt datzelfde niet van de Opstanding van Jezus Christus uit de doden?! Wie kan dit vatten en in woorden vangen? Welk mens kan dit verhaal zo navertellen, dat het toch vloeiend blijft en niet stolt vanwege de overwoekering van menselijke woorden? En verder moet de vraag worden gesteld of de kerk de boodschap van het Paasverhaal heeft verstaan.
Heeft ze het geheel verwerkt?
Of stelt ze zich in de praktijk vaak aan alsof ze leeft met een dode Jezus? Het grote en .grootse van Pasen is, dat blijkt, dat Jezus n:iet voorgoed verdwenen is. Dat is iets verschrikkelijks voor Zijn vijanden. Maar Zijn vrienden moeten dat genadepakket van die heilsboodschap om zo te zeggen thuisbezorgd krijgen, anders gaan ze er nog aan voorbij. Dan spreken ze heel vroom en waarderend over Jezus, maar dn de verleden tijd. Het schijnt, dat de vrouwen, die in de vroege Paasmorgen de haastig verrichte begrafenis willen voltooien, Jezus willen inblikken met specerijen. Maar wat zegt de opgestane Heer? "Inpakken en wegwezen!" Zegt het allen, dat Ik leef! Fin ga aan de mensen in Mijn trant lastige vragen stellen, opdat ze uit de dommel van hun eigenwillige religie ontwaken tot het echte leven." Met een uitgebalanceerde Jezusreligie kom je er niet. Dat kan vrucht zijn van een averechtse visie op de werkelijke Kurios.
Alleen in de weg van het ware christelijke geloof, dat zich voortdurend door God Zèlf korrigeren laat, is er toekomst.
Doordat God op Pasen Zijn Zoon publiek Zijn fiat geeft door Hem uit de doden op te wekken, haalt Hij tegelijkertijd Zijn Kerk uit de kreukels. Voor de discipelen en de discipelinnen van Jezus dreigde de kosmos een chaos te worden.
Voor hun gevoel stond de hele zaak op z'n kop. Maar God toont aam en deelt mee, dat Christus, de Rechtvaardige, door de barrière van de dood is heengebroken.
Maar zo zullen Zijn kinderen dan ook in het licht van Zijn vertroostend aangezicht aan de slag moeten, omdat ze worden ingeschakeld voor de verwerkelijking van Gods Koninkrijk. De vrees maakt plaats voor de vrede. Maar die vrede betekent geen pas op de plaats. Rust is er hier niet bij.
Geen zalig relaxen aan de voeten van de verrezen Heer zoals Maria van Magdala dat wenste. Jezus niet afremmen in Zijn heilsgang.
Hij is progressief In de werkelijk meest evangelische zin van het woord! "Het is gênant als iemand met zijn littekens te koop loopt" (Dr A. J. Jelsma). Maar Jezus liet Zijn Iittekens zien om te tonen wat het Hem gekost heeft om ons te kopen. Dat Hij Dezelfde is, Die eens aan het kruishout stierf en daar hing aan Zijn wonden, veroorzaakt door onze zonden. En het openhouden van de zogenaamde stigmata in het opstandingslichaam van de Heiland diende tot de ambtelijke bewijsvoering voor Zijn kerk (Ds E. Th. van den Bom). Dat opstandingsfeit mocht niet verstikken in het zuigende moeras van onkunde en kleingeloof van de Zijnen. En er was veel geloof nodig om de Paasopdracht in de wereld aan te kunnen. Daartoe schenkt Christus dm met name de Heilige Geest (Johannes 20: 22b). Maar tussen die vredegroet, die Paasgroet van de Here Jezus en de adressering van de Heilige Geest in staat dat massieve woord: "Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u." De missie van Gods Zoon in deze wereld was tegen de schijn der dingen in niet stuk gelopen op de harde wanden van het mooie rotsgraf in Jozefs tuin, Pasen bedoelt de geloofsreaktie uit te lokken: "Hij is er weer!" "Hij is het weer!" Daaraan mogen de apostelen zich bij de herinnering aan hun instruktie als ogen en oren en mond van de kerk vastklauwen. Het graf is niet het laatste. Het loopt uit op een nieuwe wereld: vergeving der zonden en een eeuwig leven.
Drs T. M. Gilhuis vermeldt in "School en Ouders" van 8 april jl., dat hij bij een bezoek aan het kerkpof te Goënga (Fr.) getroffen werd door de troosteloze tekst op een steen van een man in 1823 overleden: "Zodra Mijn Oog het ligt aan sag, Lag ik al bloot voor desen slag.
Die mij nu thans getroffen heeft Ja treffen zal Al wat nog leeft."
Deze eenzijdige aandacht voor de dood is in strijd met de werkelijke beleving van Pasen. Wie de relatie kent tot de levende Heiland, weet, dat de dood gerelativeerd is. Hij heeft in zekere zin de dood achter de rug en pelgrimeert naar het leven dwars door alle teleurstelling en onrecht heen. Want de Opgestane Levensvorst heeft het laatste woord!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief