Buiten de kerk - toch zaligheid

1973-05-05
  • Jaargang 17
  • nummer 18
Met Pasen zaten we ergens in het katholieke Sauerland. De zon straalde.
Het meer glansde onder een briesje, een paar witte zeilen profiteerden van de wind. Wat kinderstemmen klonken om ons heen. Verder genoten we van rust: een kleine adempauze ineen jachtig leven.
Toch, het was zondag. De dag des Heeren; van de opstanding van onze Heer, in zeer bizondere zin. We lazen dus het paas-evangelie, gedachten de kerken die zich op dat ogenblik in Christus' opstanding verheugden, en betreurden het dat onze vlucht de schaduw meebracht: dat we verstoken bleven van de gemeenschap der heiligen.
Op dat ogenblik kwam een heer aan ons open raam. Hij bood ons een pamflet aan en wenste ons een gezegende zondag. We wisselden enkele vriendelijke zinnen en bedankten hem hartelijk voor zijn werk.
Het pamflet had tot titel: wie schreef de Bijbel? Het was uitgegeven door de duitse bond van christelijke technici, en vertaald uit het engels.
Toen we het gelezen hadden gevoelden we behoefte, het voor u te vertalen en uit te schrijven. Toe, lees eens mee.

Wie schreef de Bijbel?
"Daar nam een groot aantal verschillende mensen aan deel: een Israëlitische koning en een Griekse arts,een profeet uit Juda en een visser uit Galilea, een boer, een voortreffelijk theoloog, een diplomaat, een belastingbeambte . . . een bonte schaar van mensen schreef in een periode van zo'n 2000 jaren de 66 boeken, die onze Bijbel bevat.

De Bijbel is dus geen enkelvoudig boek?
Nee, hij lijkt zelfs meer op een bibliotheek ... of een verzameling boeken.
Maar toch heeft zij slechts één thema en, merkwaardig genoeg ook maar één boodschap. Natuurlijk zijn de boeken niet alle in dezelfde litteraire vorm geschreven. De Bijbel bevat veel historie, voorzeggende en terugziende profetie, enkele wetboeken en wat poëzie, vooral in het boek der psalmen. Ondanks het feit dat in de loop der tijden bijna 40 verschillende schrijvers eraan meewerkten, behield hij een opmerkelijke eenheid. Er ontstonden geen veertig verschillende "boodschappen".
Maar slechts een.

Maar waarom moet men aan de geschriften van deze mensen bizondere aandacht schenken?
Om dezelfde reden, waarom men ook naar de uitspraak van een rechter hoort ... achter wat hij spreekt staat volmacht. In zijn persoonlijk leven kan hij als alle andere mensen zijn, maar vanaf zijn rechterstoel spreekt hij met onbeperkte autoriteit. Die is hem niet aangeboren of vanwege zijn goede voorkomen geschonken, maar die is hem door de wetgevende macht verleend.
Van zichzelf waren ook de Bijbelschrijvers geen opvallende mensen.
Petrus bijvoorbeeld heeft aan geen enkele universiteit gestudeerd.
Maar miljoenen mensen uit alle eeuwen plaatsen zich onder het gezag van hun woorden, omdat deze mannen voor een speciale opdracht volmacht hebben gekregen, die zij vooraf niet bezaten. We lezen de Schrift en gehoorzamen haar, niet omdat haar schrijvers intellectuele genieën waren, noch vanwege haar litterair-artistieke stijl of haar schone proza. We lezen er in, omdat ze in Gods opdracht is geschreven.

Waarom kan men erop vertrouwen, dat ook de schrijvers van het oude testament door God geleid zijn?
Vooral omdat de Bijbel zelf deze verbluffende pretentie stelt. Het sterkste voorbeeld vindt u in 2 Petrus 1 : 21 waar gepretendeerd wordt, dat de schrijvers van het oude testament "door de Heilige Geest gedreven"
werden om "het Woord Gods" te spreken. Steeds weer bewezen de profeten van Israël dit: ze verkondigden niet hun eigen mening, maar wat hun ars Goddelijke opdracht duidelijk was gemaakt, waar ze eenvoudig niet om heen konden. "Zo spreekt de Heere ... " verkondigden zij nadrukkelijk; wij zouden op hun plaats voorzichtiger gesteld hebben: "naar mijn mening ... ".
Deze overtuiging treffen we ook in het spreken van Jezus Christus. Hij beschouwde de Hem als Israëliet bekende geschriften van het oude testament eenvoudig als door God ingegeven. Daarom hadden ze voor Hem ook volledig gezag. "De Schrift moet vervuld worden ... ". Dat zei Jezus steeds weer. Meer dan 250 keer - voorzover in de evangeliën vermeld - citeerde Hij zelfs uit het oude testament. Toen Hij het komende gericht aankondigde, beriep Hij zich mede op tegenwoordig bestreden gedeelten als bijvoorbeeld de zondvloed en de profeet Jona.
Anders gezegd: Hij gebruikte ook de historische verhalen als feitelijke gegevens. In zijn beroemde uitspraak ten aanzien van het huwelijk citeerde Hij uit Genesis, met de aanduiding dat God het gezegd heeft.
Voor Jezus staat vast dat hetgeen in de Schrift staat door God zelf gesproken is! En als wij zouden ontkennen, dat ook het oude testament door Gods gezag is gedragen, dan zouden wij daarmee in directe tegenspraak tot de verkondiging van Jezus Christus Nomen.

Geldt datzelfde ook voor het nieuwe testament?
De pretentie dat de inspiratie door de Heilige Geest .is verkregen, is daar zelfs nog duidelijker. Jezus Christus is de Zoon van God, wiens autoriteit ook het hele nieuwe testament doortrekt. Degenen die over Hem schreven waren, in hun verslag van gebeurtenissen en in hun blik op de historische feiten, pijnlijk nauwkeurig. Dat bewijzen de vergelijkbare uitspraken van hun tijdgenoten. Die parallellen zijn bij joodse en romeinse schrijvers in de litteratuur van die tijd gevonden.
Christus heeft de schrijvers opdracht gegeven. Hij beloofde zijn apostelen dat de Heilige Geest - zijn andere Ik - hun gegeven zou worden en hun zijn woorden in herinnering zou brengen en hen in alle waarheid leiden.
Elk boek van het nieuwe testament wijst op die volmacht van de apostelen.
Een der schrijvers ging zelfs zo ver dat hij zei: als iemand iets anders preekt, dan hij van ons gehoord heeft, dip zij vervloekt! Bovendien is het een opmerkelijk feit, dat ook de nieuwtestamentische geschriften, die door Paulus zijn geschreven, met de oudtestamentische verbonden zijn en in samenhang met deze ,als Heilige Schrift worden aangeduid.
Om elke verkeerde uitleg en elk misverstand te voorkomen, geven de laatste woorden van de Openbaring een ernstige waarschuwing. Ze zijn gericht tot degene, drie aan de Schrift iets wil toevoegen omdat hij haar onvoldoende vindt; of die er wat aan. verminderen wil wat hem overbodig voorkomt. Wie dat doet wordt niet alleen gestraft met plagen maar die wordt het eeuwige leven ook afgenomen.
Aan het eind van de eerste eeuw heeft de christelijke kerk vast gesteld, dat de geschriften van het oude en het nieuwe testament door God zijn ingegeven, dat is: dat zij door mensen onder de directe leiding van de Heilige Geest zijn opgeschreven en dat deze geschriften voor alle vragen van geloof en leven volkomen normatief zijn.

Mag men er dus echt op vertrouwen, dat de Bijbel door de Heilige Geest is geschreven!
Ja, al is het dan ook door menselijke handen gebeurd. De schrijvers behielden hun persoonlijke gaven, hun eigen stijl en karakter; en ze illustreerden de waarheid door eigen ervaringen. Als Paulus echter de Schrift als "van God ingegeven" karakteriseert, dan trekt hij uit alles wat hij hiervoor trachtte te zeggen deze conclusie: ze is het Woord Gods tot de mensen.
Juist daarom is het zo belangrijk, te luisteren naar wat God gezegd heeft - en dan te gehoorzamen. Want door de Schrift geeft God zijn aanbod van genade en van een nieuw leven aan al de mensen, die hun schuld gevoelen en geloven dat Gods Zoon voor hen stierf. Lees de evangeliën! Het verachten van deze boodschap betekent voor eeuwig verloren gaan. Maar wie er op vertrouwt vindt vrede met God. Want de Bijbel Is de normatieve boodschap van Gods liefde en heiligheid is aanbod van genade, waaruit de grootste mogelijkheden voor ons leven opengaan.
De Bijbel zegt daarvan, dat Gods Zoon Zich vrijwillig aan een onverdiende doodstraf heeft onderworpen, opdat allen die Gods vergeving en de mogelijkheid van een nieuw leven ontvingen, tot God zouden terugkeren en in Hem geloven. Geen aards boek kan van meer opwindende Liefde spreken: nieuw leven door berouwen door geloof in Jezus Christus - dat is Gods liefde-aanbod! Het is eenvoudig adembenemend.
En het is niet maar fantasie - want de Bijbel is Gods absolute Woord tot de mensheid - ook vandaag nog."

Zo, de zon straalde nog steeds. Het werd warm. Het meer glansde nog steeds onder een briesje, waar witte zeiljachten van profiteerden. De kinderstemmen waren naar het strand gegaan.
En het was goed, daar ginds met Pasen in Sauerland. De gemeenschap der heiligen is niet aan tijd of plaats gebonden. Want God is aan tijd noch plaats verbonden, Wiens toezicht over alles gaat. Er is een tijd om naar de kerk te gaan en er is een tijd om ver van de kerk te blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief