Vlieg er es uit

1973-05-11
  • Jaargang 17
  • nummer 19
Als de paasdagen voorbij zijn kan het rustig wezen in Sauerland. En mooi. Het groen is nog niet aan het loofhout, al staan de hazelaarkatjes bloeiend op de tocht. De japanse lariks met zijn smaragdgroen zal de volgende week openspringen; als de wind omgaat deze week nog. Aan de rand van het bos, op bijna tweederde van de heuvelhoogte, is het goed zitten. Mits in de zoo en uit de wind. Vergeet niet dat u hier zo'n zeshonderd meter über 'm Meeresspiegel zit en dat het nog volop april is: de vorige week net zoveel sneeuwen hagel als u wilde, vannacht nog ijs op het waterreservoir van ons mobile hotelletje.

Maar de jonge boer gelooft wel dat het voorjaar begonnen is: hij brengt zijn wagen vol kostelijke gier op een paar honderd meter onder uw neus en vanmorgen trok hij op een ander veld zijn rechte voren.
Rechts in de laagte ziet u de kleurige daken en de witte huisjes. van een piepklein dorpje. Hunswinkel - ooit van gehoord? In het centrum staat een sneeuwwit kerkje op de berghelling: model van een zeeboot, compleet met een grote schoorsteen, die een klokketoren blijkt te zijn. Alleen de achterkant van de kerk heeft ramen, maar de boeg en flanken zijn glad afgewerkt. We zijn er in geweest: een lief modern kerkgebouwtje, genaamd Sankt Peter am See. Omdat het dorpje aan de rand van een meer ligt, begrijpt u? Als u er van boven op neerziet - op het kerkje, niet op Petrus - dan ziet u een plat dak als een scheepsdek, waarvan sloepen en hutten zijn weggenomen.
Tot aan het glinsterend meer strekken zich de weiden en velden uit.
Er zijn trouwens meer boeren, die het voorjaar in het heufd hebben.
Ook de koolwitjes hebben het voorjaar in de kop. En een enkele citroenvlinder waagt zich al buiten. Dat kleurt allemaal zo fris: die vlinders, wat madelieven, wat bosanemonen en wat van dat felgele goed tussen kale braamstruiken en bosgras. En verder - ja waarlijk - ook deze heilige plekjes zijn al door schermende mensenhand ontheiligd.
Er ligt een leeg sigarettenpakje, een boterhamzakje en wat achtergelaten toiletpapier, gekleurd en ongekleurd. Onmiskenbare merktekenen van een overleefde beschaving.

U sluit uw ogen een wijle, En luistert. De koolmezen laten ijverig hun hoge klokjes horen. De zanglijster heeft het nu te druk om te zingen; dan moet u vanavond maar terugkomen. Maar wel stoot hij wat heldere kreten uit - 0, dat is tegen de vlaamse gaai; maar die is vandaag te vroeg om eieren te stelen. De groene specht hamert en lacht, dat het galmt door het bos achter u. Dan een paar ijle kwettergeluidjes (even door de oogharen kijken) ja, dat zijn de kwikstaartjes, bijgenaamd de akkermannetjes; vermoedelijk een akkermannetje en een akkervrouwtje. Heel beneden een autobus, die grommend over de lange brug trekt. En wak bij: voortdurend geritsel. Waarvan? Van een hagedisje, Het scharrelt tussen het dorre blad en het toiletpapier, gekleurd en ongekleurd.

Kijk, daar beneden heeft een hengellaar zijn plekje aan de meeroever uitgezocht. Wat is zo'n arme man beladen: met ziene rijfstok, met ziene strijkstok, met ziene knapzak, met ziene lapzak. Om maar te zwijgen van zijn zitje, zijn leefnet, zijn emmertjes, zijn aasdoosjes, zijn proviand en zijn flesje. Wat heeft zo'n visser veel noten op zijn zang, vergeleken bij een jager. Hij voelt zich in zijn piekfijne uitrusting, zijn nylon pak. zijn gele laarzen, z'n dure spulletjes, als een volwaardig burger. Hij installeert zich met zorg en verve. Kiest de juiste hengel, haakt een aasje aan, legt de hengel uit, steekt een pijp op. Nee wacht, hij weet nog wat leuks. Uit zijn reuzentas haalt hij een gepunt buisje, slaat dat met een hamertje in de rotsachtige bodem en steekt er zijn hengel in vast. Zo, nu heeft hij zijn handen vrij: een om zijn pijp en een om zijn knie vast te houden. Hij hoeft alleen een wakend oogje over de dobber te laten gaan. Zo nu en dan gooit hij een handvol brood uit op het water, hopende dat hij het na vele uren terug zal vinden in de vorm van een zootje witvis. Forel is er nu niet bij.

Trouwens: de sportieve visser gooit geloof ik de kleine vis meteen terug in het water; kan hij de pret opnieuw beleven. Of hij platzak thuiskomt kan hem niets schelen. Hij vist niet om het hebben - maar om de filosofie van het vissen. Hij beoefent de hartstocht der bedaardheid. In ons eigenste land telt u veertig vissers tegen één jager maar de visser staat toch veertig maal zo hoog aangeschreven. Te zijnen behoeve is de wreedheid van zijn sport weggenomen door de biologische fantasie: dat koudbloedige dieren geen pijngevoel kennen.
Maar één ding hebben al die kerels gemeen: vissers en jagers zijn vrouwenplagers.

Die jagers anders. In deze naaste omgeving staan zeker zes kansels en hoogzitten. Er leeft hier behoorlijk reewild: de prenten lopen op een steenworp van deze kansel en een geit liet haar keutels onder een hoogzit vallen. Op een zonnige namiddag vonden we negen verschillende reeën op zes verschillende laveiplekken. Het wild treedt hier voor dag en dauw uit de dekking om te laveiën aan de bosrand en op het veldgewas, Tegen de avond opnieuw.

De vos is ook aanwezig, vertelde me zijn visitekaartje, en de konijntjes bouwen hun feestjes rond een oude boomstronk. Er is vannacht een marterachtige voorbijgekomen: een wezel of misschien een bunzing.
Van hazen zag ik nog geen spoor. Wel komt hier de ringduif bescheiden voor. Al met al interessant genoeg voor de jager; het is alleen te betreuren, dat de vele kansels op zulk een intensieve reeënjacht wijzen. Maar misschien zitten hier die kerels ook het liefste met hun kijker en filosofie - hun eindeloze verten af te speuren. Ook zij lijden aan de hartstocht der bedaardheid, als de vissers.

Want goed gekozen zijn die waarnemingsposten! Wanneer uw jagersoog een geschikt punt ontdekt, waar het uittredende wild dagelijks te zien moet zijn, kunt u er op rekenen dat er ook een hoogzitje staat.
Sommige jagers hebben kansels als huizen: met vele rondhouten palen, omheiningen, een forse trap, soms met leuning, windscherm en opleghouten, liefst een dakje en soms een plankje voor fles en glaasje.
Dat zijn de dure jongens, die dit weidelijk werk door huurlingen laten uitvoeren. U herkent ze direct: hun auto moet hen tot dicht bij de kansel brengen. Alleen het Fernsehen is er niet bij; maar de hele omgeving is één vergezicht.
Dan de natuurjager. Diens hoogzitje valt niet op. Je moet het zoeken.
Het is bovendien doodsimpel gebouwd: een rechtstandige ladder met een dwarssteigertje, vergroeid met het landschap. Alleen het geoefend oog vindt het aanlooppaadje. Zo'n jager zit er trouwens zomer en winter in de open lucht, ongeacht sneeuw of regen. Alleen een pijpje houdt hem warm - zonder het wild te verjagen.

Maar nu is het april, de "schoontijd". Niet de schoonmaaktijd en niet de schone tijd - maar de schoontijd. Het wild wordt deze maanden ontzien, verschoond. En de natuur blijft voorlopig ongerept. Geen vakantiegangers buiten u en die andere onnozele uitvlieger. De natuur kan zich nog in al haar pracht ontplooien - tot een hemel op aarde.

En straks zal de jager weer op de reebok gaan aanzitten. In de zomermaanden.
Wanneer hier duizenden vakantiegangers bos en veld overstromen.
Anderhalf uur voor zonsopgang zal hij hier zijn pijpje stoppen.
De late pretmakers in de camping slapen dan vast, De vroege wandelaars zijn nog niet op. Met wat geluk krijgt hij zijn wildstand in het komende uur op deze bergweide te zien.

Misschien zal hij zijn bok van het jaar voorkrijgen. Misschien ook valt het schot vijfhonderd meter verder, achter die sparrenaanplant.
En misschien komen er toch weer vroege wandelaars zingend voorbij: om de zon te zien opgaan zeggen ze. Dan hebben ze hun ontbijt meegebracht en de jager kan er amen op zeggen dat er plastic zakjes in het bos blijven liggen. Vielleichtauch Toilettenpapier, gefarbt und ungefarbt,

DANKBAARHEID

De prekenbundel van wijlen ds C. H. Lindeboom is uitverkocht. Er werd zoveel om gevraagd (meermalen met 6 exemplaren tegelijk) dat de kleine oplage een misrekening bleek.
Om die fout goed te maken zou ik het liefst meteen een nieuwe druk hebben opgezet. Want het is een verkwikking, te bemerken dat ds Lindeboom zó veel indruk heeft gemaakt, dat men na een jaar zijn preken nog ter hand neemt om te lezen.
De moeilijkheid is dat me de tijd ontbreekt dit werk opnieuw ter hand te nemen.
Toch - we hopen eerlang een nieuwe druk klaar te hebben. Het was de onder ons bekende broeder C. Lentink, die spontaan op zich nam de 54 stencils opnieuw te tikken - welke ik dan hoop af te drukken en te bundelen.
U kunt dus doorgaan met ze te bestellen (f 4,- op postgiro 922470 van D. W. L. Milo te Vierhouten - met vermelding van het woord dankbaarheid) dan wel bij br D. v. Driel te Kampen (Loriéstraat 102, tel. 6839) een exemplaar à f 3,- contant af te halen.
En degenen die al gireerden: even geduld alstublieft.
Er wordt ijverig aan gewerkt. En met liefde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief