Martinus Nijhoff (1894-1953)
1973-05-11
De aanleiding tot het schrijven van dit artikel is Nijhoff's gedicht "Het Uur U" 1) geweest, dat in een Literatuurkring werd gelezen en besproken; daarbij deden zich een aantal interpretatiemoeilijkheden voor die betrekking hebben op het vraagstuk Christendom en Kunst") in het algemeen. In het bijzonder kwam de vraag op naar de intentie van Nijhoff, alsmede de vraag naar zijn persoonlijke geloofsovertuiging.- Jaargang 17
- nummer 19
De vele onbeantwoorde vragen die tenslotte overbleven intrigeerden mij dusdanig dat ik een poging wilde wagen iets meer van Nijhoff's karakter, wezen en motivatie te doorgronden.
Men kan daarbij twee verschillende wegen gaan. Ofwel men werkt zich door een onvoorstelbare hoeveelheid literatuur heen die aan Nijhoff is gewijd, ofwel men leest en ondergaat het werk van Nijhoff zelf en vindt de moed er een eigen mening over te hebben.
Wat hieronder volgt heeft slechts de pretentie een aantal schetsmatige omtrekken te geven van wat ik op mijn persoonlijke Odyssee door het oevre van Nijhoff aan vermeldenswaardigheden ben tegengekomen.
Des te méér hoop ik dat Nijhoff gelezen zal worden en blijven. Hieraan vooraf gaat een korte algemene inleiding. In totaal rullen er achtereenvolgens vijf artikelen aan Nijhoff worden gewijd.
Martinus Nijhoff werd op 20 april 1894 als zoon van de bekende uitgevers: familie Nijhoff te 's-Gravenhage geboren. Hij was de oudste telg uit een gezin van vijf kinderen, twee jongens en drie meisjes.
Uit een ongepubliceerde brief van Martinus' zuster Hester weten wij dat zijn ouders aanvankelijk "vrijdenkers" waren, maar dat zijn moeder in 1902, doordat zij m aanraking kwam met het Leger des Heils, bekeerd is tot het christelijk geloof. Sindsdien werden de kinderen zeer godsdienstig opgevoed.
Er werd twee maal daags uit de Bijbel gelezen en sommige hoofdstukken werden uit het hoofd geleerd.
Of de kinderen later belijdenis van hun geloof hebben gedaan en gedoopt zijn is mij niet bekend.
In ieder geval weten wij van Martinus dat hij al spoedig van catechisatie naar huis werd gestuurd vanwege zijn "brutaliteit", maar veel zegt zo'n derdehands gegeven natuurlijk niet.
Nijhoffs moeder werd in 1918 Rooms-Katholiek. Zij wijdde zich aan de verpauperden in de samenleving, nam dikwijls kinderen van straat mee naar huis om ze te verzorgen. Zij leerde hen ook korte zangdiensten die zij zelf componeerde en onder haar leiding werden opgevoerd. Zij overleed op 9 september 1927., Nijhoff's vader overleed in 1947.
Nijhoff doorliep het Gymnasium, waar hij klasgenoot was van Victor E. van Vriesland, en deed vanuit de 5e klas staatsexamen.
Najaar 1912 begon Nijhoff een studie rechten dn Amsterdam, maar deze studie werd door zijn mobilisatie in 1914 onderbroken.
Hoewel hij later evenwel zijn meesterstitel behaalde (1922) heeft Nijhoff nooit een praktijk uitgeoefend.
In 1916 huwt hij met Antoinette Wind. Ruim drie maanden later wordt op 28 augustus hun enige zoontje Wouter geboren. Het huwelijk werd echter in 1950 ontbonden.
Op 3 april 1952 hertrouwt Nijhoff met de actrice Georgette Hiagedoorn, tot zijn dood op 26 januari 1953 ook aan deze verbintenis een einde maakte.
Nijhoff heeft behalve zijn langdurig verblijf als literair correspondent voor de NRC in Florence (bij Settignano) nooit buiten Nederland gewoond, maar wel geheel Europa rondgereisd.
In 1940 werd Nijhoff gemobiliseerd als reserve-kapitein. Ernstig gewond werd hij naar het hospitaal in Utrecht afgevoerd.
Tijdens de bezettingsjaren steunt Nijhoff de illegaliteit. Hij weigert een benoeming als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam te aanvaarden wanneer prof. dr N. A. Donkersloot van zijn ambt wordt ontheven. Nijhoff duikt onder - hij werd geen lid van de Kultuurkamer - in 's-Gravenhage, waar hij ook de rest van zijn leven doorbrengt. In de Hongerwinter kookt hij iedere dag pap voor kinderen in zijn buurt, totdat ook zijn provisiekast leeg is.
In 1947 krijgt hij voor het eerst bij vrienden in Utrecht een aanval van angina pectoris. Aan deze ziekte overlijdt hij onverwachts op 26 januari 1953.
Het is bijzonder moeilijk een brug te slaan tussen Nijhoff's persoonlijke leven en zijn dichtwerken.
De toch al weinige gegevens die ik te weten ben gekomen lijken bijkomstigheden en doen niet ter zake. Men kan dan ook beter geen psychologiserende verklaringen trachten te geven van zijn werk. Nijhoff verwerkt zijn persoonlijk leven uitsluitend in zijn gedichten en dit heeft - althans dat is mijn indruk - geen op zichzelf staande (psychologisch) verklarende waarde.
Het duidelijkst is dit het geval wanneer Nijhoff in zijn "opdracht" voorin de bundel "Het heilige hout" 3) vermeldt dat zijn moeder heilssoldaat is geweest en bijbelse stukjes schreef voor de jeugd die als "zangdiensten" werden uitgevoerd. Hier komt duidelijk een stuk opvoeding naar voren, maar Nijhoff blijft niet steken in de piëteit jegens zijn moeder en haar lijfspreuk "in Jezus overwinnen", maar hij verwerkt deze invloed van zijn jeugd weer op typisch dichterlijke wijze, Hierop zal ik Later nog terugkomen.
Wat Nijhoff's carrière betreft kan vermeld worden dat hij als literair medewerker van de NRC van 1924-27 in Italië vertoefde 4) en vervo1gens van 1926 tot 1933 en na het begin der bezettingsjaren van 1941 tot 1946 redacteur was van "De Gids". Hij begon in 1932 een universitaire studie als neerlandicus zijn motieven daartoe gaf hij in zijn lezing over eigen werk enkele jaren later en ontwikkelde zich zowel voor als na zijn doctoraal examen in 1937 als een zeer veelzijdig schrijver, zowel op het gebied van de dichtkunst als het proza, beschouwingen in essayvorm alsook verta1ingen van klassieken en moderne bekende schrijvers. Bovendien schreef Nijhoff enkele toneelspelen.
Tenslotte werkte hij sinds 1952 op initiatief en uitnodiging van de Ned. Hervormde Kerk mee aan een nieuwe psalmberijming en maakte hij deel uit van meerdere spellingcommissies, Enige tijd was hij ook als adviseur verbonden aan het departement voor O.K. & W. Zijn plan om tezamen met uitgever B. Bakker een nieuw literair tijdschrift 'Op te richten (Maatstaf) kon niet meer verwezenlijkt worden. Het tijdschrift is overigens wel verschenen na zijn dood.
Wanneer wij Nijhoff's literaire werken met elkaar vergelijken, valt een bepaalde ontwikkeling te constateren wat de vorm van expressie betreft. Het valt bijvoorbeeld op dat Nijhoff debuteert als dichter - met zijn bundel "De wandelaar" in 1916 - en dat hij met zijn derde bundel "Vormen" in 1924 zelfs een jaar later de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam in ontvangst mag nemen.
Dan volgen jaren van kritisch zelfonderzoek waarin Nijhoff beschouwelijk proza schrijft, zoals "De pen op papier" en "Gedachten op Dinsdag" resp. uit 1927 en 1931. In deze tijd houdt Nijhoff zich meer met proza bezig zoals blijkt uit zijn bewerking van Ramuz' vertelling "De geschiedenis van de soldaat" uit 1930 en Strawinsky's "Het verhaal van de vos" en het meer bekende "Heer Halewijn" beide uit 1933. Ook toneelwenken ontstaan in deze jaren, Deze omwenteling resulteert tenslotte in een nieuwe gedichtenbundel die in 1934 onder de naam "Nieuwe gedichten" verschijnt, Tot Nijhoff's latere dichtwerken behoren o.a. "Awater", "Het uur U". "Een Idylle" en "Wonderbare spijziging", maar overheersend wordt vooral het toneelschrijven en niet zelden blijken de literaire klassieken b.v. Euripides, Shakespeare, André Gide of T. S. Eliot hem te inspireren. 5) De dichter Bloem heeft over Nijhoff opgemerkt dat zijn werk een combinatie is van de hoogste persoonlijkheid en de hoogste onpersoonlijkheid.
Iets van de distantie van Nijhoff als persoon en Nijhoff als dichter wordt hiermee aangeduid, want de hoogste persoonlijkheid geldt de verzen van Nijhoff en de hoogste onpersoonlijkheid geldt het wezen dat zich in deze verzen uitspreekt.
Mijn indruk is dat men voor het beantwoorden van de vraag wat voor onze beoordeling inderdaad belangrijker is, mnl. de gedichten zelf, of de mens die deze gedichten schiep, door Nijhoff heel sterk naar zijn eigen werk wordt verwezen.
1) Voor het eerst gepubliceerd in "Groot-Nederland" 1937, 1I, pag. 1- 14. Een gewijzigde tweede druk ver., scheen in 1946. "Het Uur U" is waarschijnlijk in 1936 ontstaan.
2) Vrij naar Dr G. Puchingers bundel "Christen en Kunst" waarvan een bespreking in "Opbouw" zal volgen.
3) Een drietal religieuze leke-spelen, nml. "De Ster van Bethlehem" (Kerstmis), "De Dag des Heren" (Pasen) en "Des Heilands Tuin" (Pinksteren), geschreven in 1950. In het laatste leke-spel heeft Nijhoff correcties aangebracht, maar deze heeft hij vanwege zijn overlijden niet meer kunnen voltooien.
4) Hier schreef Nijhoff zijn beschouwelijk proza wat later onder de titel "Gedachten op Dinsdag" (1931)is gebundeld.
5) In 1951 versclhenen "De Cocktailparty" naar T. S. Eliot en "Ifigenia in Taurië" naar Euripides.