Het uur der waarheid
1973-05-18
Vandaag is de crisis die reeds jaren lang de antirevolutionaire partij teisterde in alle duidelijkheid aan de dag getreden. - Jaargang 17
- nummer 20
De "grote man" van de ARP, de voorspoedige lijsttrekker bij de laatste verkiezingen, mr Biesheuvel, heeft de politiek de rug toegekeerd.
De oorzaak daarvan is uitsluitend gelegen in de fatale ontwikkeling der dingen in eigen partij. Speciaal in het optreden van de A.R.-kamerfraktie.
Het was de moeilijkste beslissing in zijn carrière als lid van de ARP, zie hij. Maar hij heeft die genomen met alle verdriet, èn met alle consequenties, die daaraan verbonden zijn.
Het is goed nu deze spectaculaire gebeurtenis heeft plaats gevonden zich even te bezinnen op de achtergronden, de oorzaken daarvan.
• SYMPTOMEN VAN ONTBINDING
In de ARP heersten reeds lang spanningen die op allerlei wijze aan de dag traden.
Uit wat daarvan zichtbaar werd bleek voor de oplettende toeschouwer overduidelijk dat de achtergrond daarvan werd gevormd door tegenstellingen die de grondslag en dus ook de identiteit en daarmee niets minder dan het bestuur van de ARP als partij meteen eigen karakter, doel, gezicht bedreigen.
lk wil enkele van de vele symptomen van deze spanningen, die in wezen opbaring en van een ontbindingsproces zijn noemen.
In de eerste plaats moet dan gewezen worden op de controvers ten aanzien van de z.g. "Evangelische Volkspartij" zoals die in het "Strategieplan van de 18" in het vooruitzicht werd gesteld. Tegenover de Vielen die de ARP in deze nieuwe ."open" partij willen laten opgaan, staan anderen, en dat niet de minst trouwe antirevolutionairen, die de identiteit van de ARP als voluit antirevolutionaire en werkelijk christelijk-historische partij willen handhaven. - Waarbij ze zich ten volle bewust zijn van de diep ingrijpende veranderingen die in de wereld, Europa en het eigen land optreden ten gevolge waarvan een voortdurende heroriëntatie noodzakelijk is.
En controvers met niet minder diepe achtergronden opbaarde zich in verband met de bekende massale "Vietnam-demonstratie". Een deel van de leiders der ARP deed daaraan mee. Anderen veroordeelden dit scherp. In "Ned. Gedachten" verscheen-tweemaal een artikel waarin het participeren aan deze demonstratie werd verdedigd. Maar velen waren en zijn daarover diep verontrust. Zij keuren zonder enige reserve alle wandaden van Amerika en "Saigon" af. Maar zij beseffen niet minder scherp dat men in Noord-Vietnam en de Vietcong te doen heeft met meedogenloze communistische machten, die in Zuid-Oost-Azië, net als overal in de wereld, het waarachtig menselijke kapot maken en de volken brengen onder een geestelijke slavernij die in wezen niet minder erg is dan de slavernij die in voorbije tijden voor miljoenen het leven tot een verschrikking maakten. Het gefluit en geloei tijdens de rede van minister Klompé bij de demonstratie, toen ze verklaarde dat ze alléén tegen de Amerikaanse bombardementen wilde protesteren, schijnt de participanten van deze, in bond met lieden van o.a. de PSP en de CPN ondernomen manifestatie, niet tot bezinning te hebben gebracht.
Een nieuwe friktie openbaarde zich in de reaktie van A.R.-prominenten op de bekende, infame VPRO-uitzendingen: de gore Barend-Servet-show. Het kamerlid Vermaat stelde daaromtrent vragen aan minister Engels waarin hij op het nemen van maatregelen. daartegen aandrong. Toen de minister overeenkomstig het verzoek van Vermaat had gehandeld, haastte "Ned. Gedachten" zich dit optreden van de minister af te keuren. Het blad deed dit met het dwaze verhaal dat de minister dit niet had mógen doen. Hij had, zo kon men lezen, iets gedaan waartoe alleen een officier van justitie het recht bezat! Alsof de Omroepwet niet juist de minister-ad-hoc de opdracht, en dus ook de bevoegdheid, had gegeven omroepverenigingen zo nodig te berispen én ze eventueel een nóg zwaardere straf toe te dienen. Tot grote vreugde van. "Trouw", die het bericht cursief en in een kader doorgaf, betuigde Vermaat. terwijl hij zijn bezwaren tegen de geïncrimimeerde uitzendingen volhield, later toch zijn spijt over zijn vragenstellerij!
• HET MORELE DEBACLE
De genoemde conflicten zijn evenwel kinderspel vergeleken bij wat tijdens de kabinetsformatie plaats vond. Die liep uit op een demasqué ten gevolge waarvan de ARP in haar innerlijke verscheurdheid, haar beginsel- en karakterloosheid in het volle licht had!
Het gehaspel en gescharrel rondom de kabinetsformatie leverde reeds als zodanig een weerzinwekkend en beschamend schouwspel op. Maar de antirevolutionaire partij kwam er zo verfomfaaid en gehavend uit te voorschijn dat ze ieder weldenkend mens met weerzin vervullen moet.
Men denke zich maar eens nuchter en eer lijk de gang van zaken in.
Minister Biesheuvel ging vorig jaar de verkiezingsstrijd open, duidelijk en fier in als verdediger van het beleid dat het door hem geleide kabinet steeds had gevoerd. Dat beleid was naar zijn overtuiging en naar die van de officiële ARP-instanties goed. Voor dat beleid stonden Blesheuvel en de leidende figuren van de partij. - Althans voor zover de buitenwacht dit kon beoordelen! - En de electorale worsteling had tot inzet de voortzetting van dat beleid.
Ten gevolge van dit mannelijke en integere optreden van Biesheuvel en van zijn overtuigde medestanders kwam de ARP ongeschonden uit de katastrofe der "confessionele" partijen te voorschijn. Zij behaalde zelfs enige winst!
Wat kon, wat mocht men nu anders verwachten dan dat de ARkamerfraktie wat haar betreft, in grote homogeniteit, en met alle kracht er naar zou streven dat beleid, mèt de partijen die het loyaal hadden gesteund en gerealiseerd voort te zetten. Wilde één of meer partijen het tot dan toe gevolgde spoor verlaten dan was dat hun zaak. En bleek bij komende onderhandelingen dat het, door wiens schuld dan ook, de antirevolutionairen onmogelijk werd gemaakt op de ingeslagen weg voort te gaan, dan was ook de A.R. kamerfraktie vrij andere wegen te zoeken en in te slaan om tot een krachtige regering te geraken. Maar deze fractie moest er voor alles naar streven het in de voorbije parlementaire periode begonnen werk, mét hen door wiens hulp men het tot zo ver had tot stand gebracht, voort te zetten. Dat waren de antirevolutionairen op grond van hun optreden in de Kamer, hun permanente steun aan het kabinet-Biesheuvel, hun inzet bij de verkiezingscampagne, en vooral op grond van hun beloften aan de kiezers verplicht. Ieder ander optreden zou kiezersbedrog, politieke immoraliteit, ja, verraad aan de eigen en de met haar samenwerkende partijen zijn.
Maar wat hebben we beleefd? De Kamerfraktie was van meet af hopeloos verdeeld. Een deel ervan keerde zich bijna onmiddellijk duidelijk tégen Biesheuvel en wat deze gedaan en beloofd had! Minister Boersma kwam al heel gauw openlijk verklaren dat hii aan een kabinet waaraan de PvdA participeerde de voorkeur gaf. Dat deed hij vooral met het oog op de relatie van de vakbeweging met de serieuze regering, de opstelling van de rooms-katholieke en de christelijke vakbeweging ten opzichte van de PvdA, en omdat hij het in grote lijnen met de programmatische opstelling van de PvdA eens was.
Het is voor een eenvoudige, eerlijke kiezer volkomen onbegrijpelijk hoe een minister die in het ministerie-Biesheuvel zat, mee het beleid daarvan had bepaald en gerealiseerd, dat ook nog steeds voortzette en aan de kiezers had verzekerd dat het in het belang van het land moest worden voortgezet, opeens opteerde voor een partij die ook zijn beleid in alle tijden en wijze als rampzalig had verdoemd! Hoe kon hij, in volledige harmonie met de VVD-ministers samenwerkend, en loyaal door hen gesteund, déze houding aannemen tegenover een partij die zich op haar laatste congres als een voluit revolutionaire had geopenbaard?
• WAAR HET OM GING
Maar dit was nog slechts het begin van de ellende. Om tot een juiste beoordeling te komen van wat geschied is is het nodig scherp te zien wat de kern was van het eindeloze geharrewar rondom de kabinetsformatie.
Het ging daarbij beslist niet in eerster instantie om een regeringsprogram. Dat was een zaak die pas in tweeder of derder instantie aan de orde moest en zou komen. Het ging daarbij ook niet om de verdeling van de ministersposten. Die kon pas nog veel later dan het regeringsprogram in bespreking komen. Het ging ook niet over de vraag of de ARP met de PvdA regeringsverantwoordelijkheid zou willen dragen. En dus met die partij samen een kabinet waarin een flink aantal socialistische ministers zitting hadden, zou willen steunen.
Wat dat betreft is de ARP een van de meest gewillige partijen! Haar grote leider Groen van Prinsterer heeft haar in dit opzicht een duidelijk voorbeeld gegeven. Hij was de man van hert "isolement" of, zoals hij ook wel zei, van de "exclusiviteit", d.w.z. de onverzettelijke "beginselvastheid" en "zelfstandigheid". Maar juist daarom kon hij op een aanvaardbaar program gemakkelijk met iedere democratische partij samenwerken en con amore een ministerie steunen.
Neen, waarom het in deze kabinetsformatie ging - en juist dat werd in alle mogelijke kommentaren in de krant (vooral in "Trouw"), de radio en de t.v. altijd weer genegeerd en gecamoufleerd - dat was niets minder dan de grondslag van onze kostbare parlementaire democratie!
De PvdA had het zich in het hoofd gezet, met behulp van een paar satellieten, de macht in ons land te grijpen!
Zij stelde een regeringsprogram op, "Keerpunt 1972". Dát moest en zou het regeringsprogram worden. Dat alléén. En de PvdA zou uiteindelijk uitmaken wie er minister zouden worden. Zij met haar in feite serviele partners. Met de confessionele partijen wilden ze over een en ander zelfs niet práten. Minister Boersma typeeerde dit gedoe eens als "apartheidspolitiek". Men kan beter spreken van de "dictatuur van een partij". Van een partij die nog geen derde deel van ons volk achter zich had. Men realisere zich goed dat dit revolutionaire streven zijn precedenten heeft.
Hitler en zijn partij presteerden iets dergelijks vóór de "Machtsergreifung". Schleicher en Von Papen aanvaardden toen de rol van regeringspartners.
Het is hun zeer slecht bekomen! Ook de communisten hebben dit procédé toegepast. In een reeks oostbloklanden. Ze vormden "volksfrontregeringen". Maar ook daar is hun regeringspartners dit politieke avontuur duur te staan gekomen.
Met dit revolutionaire, antidemocratische pogen van de PvdA werd nu ook de anti-revolutionaire partij geconfronteerd!
Maar hierbij komt nog wat. De PvdA en haar z.g. "progressieve partners haten de "confessionele" partijen - natuurlijk niet van de leden ervan als persoon! - met een dodelijke haat. Zij beschouwen die als zodanig onzinnig, irreëel, fictief, onwaarachtig, een bederf voor goede politiek. Mochten ze vroeger in de strijd tegen een overmachtig en onverdraagzaam liberalisme nog enig recht van bestaan hebben gehad, nu is die tijd voorgoed voorbij. Geleid door deze overtuiging "kennen" zij deze partijen niet. En zij handelen dienovereenkomstig consequent.
De PvdA ziet alle politieke partijen om zo te zeggen gesitueerd op een horizontale lijn. Daarop bevindt zich aan het ene einde de uiterst, de meest rechtse of ultra "conservatieve" en aan het andere einde de uiterste linkse of ultra "progressieve" partij. En daartussen plaatsen zij de andere partijen, Wij kennen de termen die daarbij gebruikt worden: "in het midden", "links van het midden", "rechts van het midden".
Bij de kabinetsformatie hebben Den -Uyl en zijn manager Burger.
de man die het koste wat het koste Den Uyl en zijn club in het Catshuis wilde brengen, de "confessionele" partijen als zodanig in feite ook straal genegeerd. Ze hebben er om een volkse uitdrukking te gebruiken "de vloer mee geveegd". Ze hebben de mensen die er toe behoren naar de maatstaf van hun idee van "progressiviteit" getaxeerd en gelokaliseerd. Roolvink , Schakel, de CDU-ers véél te conservatief - en dus: weg er mee! De Gaay Fortman, Boersma "progressief" en daarom redelijk acceptabel. En dat wordt natuurlijk bedisseld buiten de betreffende partij-instanties om.
Iemand die nog een beetje geporteerd is voor christelijke politiek en partijvorming voelt bij de overweging van dit gedoe weerzin, misschien wel woede, bij zich opkomen - en vooral ook verdriet.
• DE GROTE AFGANG
Toen Burger op zijn bekende lompe manier een poos bezig was met het in elkaar zetten van zijn kabinet, verklaarde Biesheuvel na een gesprek met deze formateur - Biesheuvel was tot iedere eerlijke en fatsoenlijke samenwerking bereid! - dat er "gelijkwaardigheid" tussen de partijen was bereikt omdat ook de confessionelen hun regeringsprogram bij Burger mochten indienen. Je moet je goed indenken wat gebeurde: de formateur gaf de confessionele partijen genadiglijk verlof ook nederig hun verlanglijstje bij hem in te leveren. Was dat niet een staal van ontroerende en neerbuigende welwillendheid? Maar zelfs dit "nam" Biesheuvel!
Burger was hiermee evenwel volgens Den Uyl zijn boekje helemaal te buiten gegaan! Prompt verklaarde daarom Den Uyl dat die door Biesheuvel geconstateerde "gelijkwaardigheid" van de partijen een "vijgeblad" was om de schaamte der confessionele partijen te bedekken!
Den Uyl heeft op een geref. jongelingsvereniging gegaan; dat verloochent zich trouwens bij hem nooit! De confessionelen vroegen na de fijngevoelige opmerking van Den Uyl aan Burger om een gesprek.
Maar dat werd nota bene geweigerd. Op 19 febr. krijgt Burger ondanks zijn hondse manier van doen toch nog het confessionele regeringsprogram.
De confessionelen lieten om der wille van de zaak heel veel over zijn kant gaan. Ze bepaalden evenwel dat Burger dat program niet mag gebruiken Er mocht uiteraard alleen over gesproken worden in een samenkomst van de fracties waarin deze elkaar als gelijkwaardige partners zouden ontmoeten. Burger lapte de gestelde voorwaarde evenwel aan zijn laars en constateerde publiek dat op grond van de programma's "progressieven" en "confessionelen" best kunnen samenwerken. Dat wil zeggen: Hij bleef de confessionele partijen als zodanig negeren. Hij wilde hen als zodanig niet erkennen.
En daarom wilde hij met hen als zodanig niet onderhandelen. Wat hem betrof scheurde hij, als echte PvdA-man ze uit elkaar en maakte hij ze kapot.
Op 23 febr. - en dat was voor de confessionele partijen een goede dag - verklaarden en de KVP- en de CHU- en de ARP-frakties dat ze een progressief kabinet van de makelij Den Uyl-Burger niet konden gedogen! Van alle confessionele kamerleden verklaarden alleen Aantjes en Boersma niet per se tegen een progressief kabinet te zijn.
Maar daarna ging het met de confessionelen pijlsnel bergafwaarts. Er volgde een eindeloos gemodder. Nog één keer verklaren de drie confessionele fracties geen mogelijkheid te zien tot medewerking van het gezelschap van Den Uyl en Burger. Maar als Burger zijn werk staakt verschijnen Van Agt en Albeda op het toneel. Tilanus wil in ieder geval een zevende ministerszetel en zakelijk reëel overleg! Maar hij krijgt nul op zijn rekwest en "haakt" dan "laf". De formatie gaat dan snel naar het eind.
Op 5 mei zetten de AR-fraktie en die van de KVP het sein op "groen".
Dat wil zeggen: ze geven hun geestverwanten hun fiat voor de deelname aan het nieuwe kabinet. Wat de AR-fraktie betreft was dat een tragikomische en zielige farce. Want hun mannen hadden zich al voor meer dan twee maanden laten strikken voor het anti-democratische avontuur! Nu is het gordijn gevallen.
Ik meen iets van de geschiedenis der AR-partij te kennen. En dan moet ik zeggen dat ze nu door eigen schuld een dieptepunt heeft bereikt dat in haar historie zijn weerga niet kent. Den Uyl heeft naar waarheid gezegd dat de situatie in de ARP rot is en zij van boven tot beneden is gespleten. En op dat moment verdwijnt – terecht - Biesheuvel, en neemt de voorzitter van de partij dr Veerman de vlucht naar de post van staatssecretaris! Wat moet van dit alles het einde zijn?