Kansen voor verdieping van de gemeentezang
2013-06-01
Zingen en bidden in huis en kerk. Dat is de ondertitel van het nieuwe liedboek, dat op zaterdag 25 mei werd gepresenteerd in Monnickendam. Bij die ondertitel realiseer je je dat er in veertig jaar tijd heel veel veranderd is in ons zingen en bidden in kerk en huis. We geven daarvan een korte schets en komen vervolgens met een paar aanbevelingen voor de tijd die komt.- Jaargang 57
- nummer 11
Veranderingen binnen de kerk staan niet los van wat zich afspeelt in onze cultuur en samenleving. Individualisering, de oprukkende secularisatie en ook de opkomst van de popmuziek lieten hun sporen binnen de kerken na. Op muzikaal terrein zorgde de laatstgenoemde ontwikkeling bijvoorbeeld voor een groeiende kloof tussen de muziek binnen en buiten de kerk; iets wat vooral door de jongeren werd gevoeld. Ook het leven in het christelijke gezin veranderde sterk. Het zondagse zingen rond het harmonium raakte in de zestiger jaren al in onbruik en de gitaar en de Youth for Christ-bundel konden dat gat vervolgens niet dichten. En hoe gaat het in 2013 met het dagelijkse bidden en zingen thuis?
Bandbreedte
De kerk was in de afgelopen decennia niet ongevoelig voor wat er in onze cultuur verschoof, zodat er op het gebied van muziek en liturgie in relatief korte tijd veel is veranderd. Waar in de jaren tachtig in onze kerken slechts de psalmen en gezangen uit het Liedboek voor de Kerken werden gezongen, zien we vandaag de dag een grote variatie aan liederen in onze diensten voorbijkomen, waarbij geput wordt uit tal van bundels. In onze kerken verbreedde de gemeentezang zich vooral in de richting van het evangelische lied. Daarmee kwam ook een grotere variëteit aan instrumenten de kerk binnen, simpelweg omdat veel van deze liederen zich niet lenen voor begeleiding met orgel. In veel gemeenten is tegenwoordig een combo verantwoordelijk voor de begeleiding van de gemeentezang op zondag, al dan niet naast de orgelbegeleiding.
Ook in technische zin veranderde er veel. De mogelijkheid om liederen via een beamer te projecteren maakt het veel eenvoudiger om uit de veelheid van beschikbare liederen een eigen keuze te maken. Je zit als kerk niet langer vast aan één bundel. We zien dat de keuzes die NGK-gemeenten maken behoorlijk kunnen verschillen, waardoor de liturgische bandbreedte in onze kerken de afgelopen vijftien jaar is toegenomen. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg gehad dat de kloof tussen muziek binnen en buiten de kerk de laatste tien jaar in de NGK minder groot is geworden. Muziek die thuis geluisterd en gespeeld wordt, is niet per definitie andersoortige muziek dan die in de kerk klinkt. Te denken valt aan de populariteit van cd’s en concerten van Sela, Opwekking, Psalmen voor Nu en Sons of Korah.
Verlegenheid
Kijk je nog eens om je heen in dit sterk veranderende kerkelijke veld, dan zijn er boeiende verschijnselen waar te nemen, waarin misschien al de eerste reacties op de gesignaleerde ontwikkelingen doorklinken. Het eerste wat we zien is dat de afstand tot het meer traditionele kerklied is gegroeid. De woordkeus in bijvoorbeeld de Geneefse psalmen staat steeds verder af van de liederen die qua taal dichter bij ons dagelijks taalgebruik zitten. Ook de komst van de Nieuwe Bijbelvertaling speelt daarin een rol. Het lukt een nieuwe generatie steeds minder goed om zich deze oudere liederen eigen te maken. We merken bijvoorbeeld dat de laatste jaren de psalmen – zeker in hun berijmde vorm – minder en selectiever gezongen worden in onze kerken. Een ander punt is dat er een zekere verlegenheid is als het gaat om de veelheid aan beschikbare liederen. Groeide dat aantal al gestaag door onder meer het jaarlijks supplement van Opwekking, met de komst van het nieuwe liedboek is het arsenaal in één klap met vele honderden liederen uitgebreid. Hoe vind je als gemeente in die veelheid je weg? Wat zing je wel en wat zing je niet? Wie heeft het overzicht? En wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de keuze van de liederen die ’s zondags worden gezongen? Is dat de predikant of is dat de musicus? Of vraagt de voorbereiding op de dienst een intensieve samenwerking tussen beiden? Onderhuids speelt ook het gevoel mee dat een dienst beslist niet ‘saai’ mag worden. Wat als er niet wekelijks een goed combo is? En dan de preek nog! De hang naar perfectie die onze samenleving doortrekt, voel je ook binnen de kerk, vooral omdat er technisch heel veel mogelijk is. Maar missen we op die manier niet het hart van ons gemeente-zijn?
Er zijn ook ontwikkelingen die al een voorzichtige reactie lijken te zijn op al die ‘onrustige’ veranderingen in de kerk. Er lijkt bijvoorbeeld – ook in onze kerken – meer aandacht te komen voor het kerkelijk jaar met zijn vaste structuren. Hangt dat samen met een verlangen naar rust en een andersoortige beleving, meer introvert misschien en meer ontvangend dan gevend? Denk ook aan het gebruik van kaarsen en liturgische bloemstukken, en de vraag om momenten van stilte in de dienst.
Psalmen als basis
Hoe nu verder? Dat is de vraag. Hoe kun je in de veelheid van liederen en liturgische mogelijkheden de lijn erin houden? Een paar aandachtspunten. In onze traditie vormen de psalmen het hart van de liedcultuur. En ook al is het monopolie van het orgel en van de berijmde psalmen voorbij, we voeren hier een warm pleidooi voor het bewaren van de psalmen als wezenlijk onderdeel van de zondagse liturgie. Met de psalmen is het mogelijk om in alle levenssituaties te zingen tot de HEER. Niet alleen om te ‘uiten wat in je zit’, maar ook om te ‘innen wat nog buiten je is’. Zoals de psalmen dat doen, doet geen liedbundel recht aan de breedte en diepte van de emoties die het leven kenmerken. We hopen dat met initiatieven als Psalmen voor Nu en The Psalm Project ook de opgroeiende generatie weer vertrouwd raakt met deze oudtestamentische liederen.
En dan al die andere liederen die ons ter beschikking staan... Het lijkt ons goed om in die veelheid en variëteit als gemeente te komen tot een bestand van liederen die het hart vormen van dat wat gezongen wordt in de diensten. De gemeentezang moet niet te vluchtig worden, maar kansen bieden om vertrouwd te raken met liederen. Liederen niet voor even, maar voor het leven. En wat is het mooi als er ook thuis gezongen en gebeden wordt! De lof aan God vraagt verder ook om goede muzikanten. Gemeenten kunnen meer dan op dit moment gebeurt kansen geven aan musici om zich te laten toerusten middels muziekles of workshops. De kerkenraad heeft daarin volgens ons – direct of indirect – een stimulerende en faciliterende rol en draagt uiteindelijk ook de verantwoordelijk voor de zondagse diensten. Het getuigt volgens ons van visie wanneer een gemeente bereid is om, ook financieel, te investeren in musici. Daarin ligt tegelijk ook verantwoordelijkheid voor de musici zelf. We hopen dat alleen al de grotere variëteit aan liedrepertoire voor hen een prikkel is om open te staan voor begeleiding en scholing. Een ander punt is dat onze gemeenten vaak klein zijn. Misschien is er daarom regionale samenwerking mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van uitwisseling van muziekteams of muzikanten, gezamenlijke scholing en onderlinge bemoediging. We geloven dat hier een motiverende kracht van uit kan gaan.
Frank Schneider en Jaco Weij studeren theologie aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding in Apeldoorn en zijn lid van de Commissie Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (CISK), een kleine werkgroep binnen de NGK die zich richt op liturgie en muziek in onze kerken.